Ivf-gebruik mag niet eindeloos zijn

Wybo Dondorp en Guido de Wert hebben met hun artikel onder de kop `Een slimme meid vriest haar eicellen in` voor ethici een opvallend kortzichtig stuk geschreven (NRC Handelsblad, 14 mei). Zij stellen voor dat vrouwen tenminste tot hun vijftigste via invitrofertilisatie (ivf) en met behulp van vele jaren eerder bevroren eicellen alsnog een kind kunnen krijgen. Aan enig belang van het kind wordt niet gedacht. Hou zou immers een kind het vinden om naar de leeftijd gerekend bij zijn/haar oma geboren worden? Een vijftienjarige met een 65-jarige moeder moet optrekken? ”Natuurlijk is het beter als zij eerder kinderen krijgen”, merken beide auteurs op. Waarom zou een samenleving dan iets mogelijk moeten maken dat kennelijk minder goed is voor kind en ouders?

Ouders die willen adopteren mogen niet meer dan veertig jaar in leeftijd verschillen van hun adoptiekind. Dit is gedaan in het belang van het kind. Zijn de belangen van kinderen die via kunstmatige voortplanting worden geboren anders? Het wordt hoog tijd dat de zogenaamde vrijheid die bestaat bij het gebruik van invitrofertilisatie en andere kunstmatige voortplantingsmethoden aan banden wordt gelegd. Voor het kind bestaat die vrijheid niet. Voor adoptiekinderen bestaan er allerlei maatregelen en wetten ter bescherming. Belangen van kinderen verwekt via kunstmatige voortplanting zijn niet anders.

René A. C. Hoksbergen, emeritus hoogleraar adoptie