In het spoor van S. Montag

Tramlijn 3 verbindt bijna alle sociale lagen van Amsterdam. Voor columnist S. Montag is die lijn een inspiratiebron. Ter ere van de 1.500ste Overpeinzing van S. Montag een excursie in tien etappes met Lijn 3.

Wat er de afgelopen veertig jaar in Amsterdam ook veranderd is, tramlijn 3 is decennia hetzelfde gebleven. De kleur verschoot van blauw naar grijs, geel en weer terug naar blauw. Die kleurwisseling spoorde met de demografie van de stad, waarvan omvang daalde van 880.000 in 1960 naar 680.000 in 1980 en vervolgens steeg naar 750.000 inwoners nu. Voor het overige is tramlijn 3 steeds een doorsnede van het industriële, burgerlijke, fijnzinnig culturele en yuppende Amsterdam geweest.

Terwijl alles in de stad bewoog, was lijn 3 de stabiele factor tussen Oost en West. De tram die bijna alle sociale lagen van de stad verbond.

In de jaren zestig voerde lijn 3 door een verpauperende stad. De sociaal-democraten voerden er een planologische klassenstrijd. Het doel was de arbeiders uit de bedompte negentiende-eeuwse wijken naar het suburbane groen te laten ‘overlopen’.

In de jaren tachtig werd lijn 3 een safari door de linies van de ‘stadsoorlog’ die toen woedde. Het was crisistijd. De laatste fabrieken in de stad sloten hun deuren. De kwantitatieve woningnood uit de wederopbouw was ‘kwalitatieve’ schaarste geworden. De krakers trokken stenen uit de straat en bouwden barricades. Ze zeiden dat ze altruïstisch waren en ‘autonome’ politiek bedreven. Hun eigenbelang begrepen ze intussen maar al te goed.

En nu biedt lijn 3 een excursie door een financieel, juridisch en kunstzinnig centrum dat door yuppen en dienstbaar volk wordt gedomineerd. Hier leven onderklassen, studenten, middengroepen, kunstenaars, professionals en elite langs elkaar heen, hopend dat de recessie niet te hard aankomt.

Columnist S. Montag, die deze week zijn 1.500ste Overpeinzing publiceert, heeft de betekenis van de tram in het algemeen en van lijn 3 in het bijzonder altijd breed uitgedragen. Begin jaren tachtig wilde menig journalistieke stilist worden zoals Paul Theroux, de auteur van The Mosquito Coast. De ene volgeling ging naar Nicaragua, de andere naar Azië. Montag zag het aan, maar vond de bestemmingen te overmoedig. „Begin eens met een reisreportage op lijn 3”, was zijn advies. Nog steeds doorkruist de tram tussen Celebesstraat en Zoutkeetsgracht in nog geen uur een verdeelde stad. Langs de route liggen maar liefst tien substadjes, die niet toevallig vaak worden gescheiden door water of een spoorlijn. Een reis in tien etappes.

1Plotseling is het een drukte van belang naast de halte. Om één uur zaterdag gaat het koranschooltje in de Nasr-moskee uit. Ongeveer honderd kinderen maken zich meester van de straat. De meisjes, ongeacht leeftijd getooid met hoofddoekje, praten uitbundig met elkaar in kinderlijk Algemeen Beschaafd Nederlands. De jongens uiten zich in het Marokkaans Mokumse dialect dat alle schoolkinderen intussen spreken in Amsterdam, ongeacht etniciteit, geloof of opleiding. Behalve een voetbalkooi is er weinig te beleven. In dit deel van de Indische Buurt heeft de stadsvernieuwing in de jaren zeventig en tachtig klassiek toegeslagen. De roze balkonnetjes, waar nu de schotelantennes keurig in het gelid staan richting zuiden, herinneren aan die glorietijd van het kleinschalige denken en z’n architecten, zoals Aldo van Eyck en Theo Bosch.

Een enkel kind neemt na afloop van het koranschooltje, aan de hand van vader, de stoptrein naar huis. Op het Muiderpoortstation.

Dit was ooit het gruwelijkste station van de stad. Hier werd een deel van de tachtigduizend Joden in Mokum in de nazi-tijd samengedreven en afgevoerd. Op de ‘binnenplaats’ kon het transport naar Westerbork en verder oostwaarts onbespied beginnen. Een sfeer van vernietiging hangt er nog steeds, al is het station door z’n v-vorm nu vooral guur en winderig.

Aan de oostkant van dit spoor begint lijn 3 zijn tocht. Behalve een café, snackbar, kiosk en baklavabakker is er amper nering. Hoewel de buurt nog steeds loyaal is aan de PvdA, doet alleen het oude schoolgebouw in de Minahassastraat nog denken aan de jaren zeventig. Toen hield hier het Chili Komitee Nederland kantoor. Nu huizen er de Liga voor de Rechten van de Mens en de Vrouwenhulpverlening.

2Waar is de noodrem? Onder het spoor fietst een hoofddoekje op een cargobike met drie kinderen. Een vermoedelijk Oost-Afrikaanse vrouw praat in het Nederlands met de meisjes en trapt intussen geroutineerd door – let wel, op zo’n bakfiets waarop jonge moeders in Oud-Zuid hun kinderen naar school brengen.

Hier moet iets aan de hand zijn. En dat is ook zo. Aan de westzijde van het spoort verandert de stad. De schotelantennes raken er in de minderheid. De eerste sporen van een creative class, zoals de Amerikaanse socioloog Richard Florida de nieuwe dragende laag van de postindustriële samenleving in 2002 noemde, dienen zich aan.

Op de Reinwardt Academie in de Wijttenbachstraat leiden ze op tot ‘allround erfgoedprofessionals’, die op de Dappermarkt hun boodschappen doen en in theehuis Al Jazeera neerstrijken. Dat is niet vanzelf gegaan. In dit hoekje van de Dapperbuurt heeft actiegroep De Sterke Arm in de jaren zeventig menig wethouder en ambtenaar op de knieën gekregen. Hun planologische ambities, waarin hele buurten plat gingen en langs nieuwe stratenpatronen weer werden opgebouwd, stuitten op de ‘geboortegolvers’ die de stad juist wilden conserveren. Gevels en rooilijnen wijzen op de zege die de babyboom toen boekte.

Ook de Dapperbuurt is daardoor onderworpen aan gentrification – stedebouwkundig jargon om in één woord te zeggen dat verpauperde wijken weer gaan floreren als er armlastige studenten komen wonen die later rijker worden en er toch blijven wonen. Deze nieuwe intelligentsia raakte er domweg gelukkig.

3Bij het kruispunt van de Linnaeusstraat werd vijf jaar geleden de Amsterdamse intelligentsia in twee kampen verdeeld. Daar werd op 2 november 2004 de cineast Theo van Gogh vermoord. Sindsdien zijn er twee kampen. De revolutionairen die hun vertrouwen in de politiek zijn verloren en wel zien waar het schip strandt. En de reformisten die de elite bij de les proberen te houden.

Ze zouden elkaar kunnen tegenkomen als lijn 3 hier tram 9 (tot 1996 de route naar Ajax) is gepasseerd. Bijvoorbeeld in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis, dat de buurt nu domineert. Het enige binnenstadsziekenhuis waar alle geledingen in de wachtkamer zitten te wachten. Of bij boekhandel Orlando die de bewoners sinds 1995 bedient.

Het zijn de burgers die hun volkorenbrood kopen bij Hartog in de Ruyschstraat en vis of kaas op het Beukenplein. De burgers die soms niet zijn vergeten dat de arts Frans Wong hier in 1968 openlijk de eerste illegale abortuskliniek van Nederland begon. De burgers die vaak niet weten dat tien jaar eerder de communist Henk Hoogen op het ’s Gravelandeplein uit de CPN was geknikkerd omdat hij de ‘geheime rede’ van Chroesjtsjov over Stalin uit 1956 wel serieus wilde nemen. De burgers, kortom, die wonen ten oosten van de Wibautstraat: de erfenis van wethouder Joop den Uyl die deze buurt van de vooroorlogse Joodse burgerij in Mokum bruut doormidden breekt. Pas nu richt de straat zich weer op. Dankzij de Universiteit en Hogeschool die van deze straat een opleidingsallee maken. Een chocolaterie/patisserie in de Eerste Oosterparkstraat is een voorbode van goede tijden.

4Aan de overkant van de Amstel bepaalt een garage voor speedboten het beeld. Langs de Ceintuurbaan heeft zich aan de noordzijde rond de Albert Cuyp een creative class genesteld. Ze gaf De Pijp, waar ook wat oude blanke en nieuwe etnische klassen bleven wonen, de spectaculairste lift van de laatste decennia.

Ooit waren er plannen deze negentiende-eeuwse volksbuurt plat te gooien. Nu is het, mede dankzij wethouder Jan Schaefer – in 1966 nog actievoerder en banketbakker in De Pijp – een soort Marais, die ooit verpauperde, nu hippe wijk bij de Hallen in Parijs. Tweederangs bioscoop Rialto is gepromoveerd tot heus filmhuis. Hier ook werd in 2000 het essay Het multiculturele drama van Paul Scheffer geboren.

Die vooruitgang eist zijn tol. In biljartcafé Witteveen, waar de leerlingen van het zieltogende Barlaeus Gymnasium op negen gewone biljarts en één wedstrijdtafel eens per week oefenden toen deze school in 1969 een jaartje naar de Van Ostadestraat moest uitwijken, zit nu Wok Culinair.

5Na de Boerenwetering wordt het stiller. Lijn 3 wipt bij de brug van de Hobbemakade over naar de homogeenste wijk van de stad, richting Concertgebouwbuurt. Hier wordt ver bovenmodaal verdiend. De huidskleur is er net zo blank als in de grachtengordel. Engels is er de tweede taal. En de politiek houdt zich met PvdA, VVD en D66 keurig in evenwicht. Eigenlijk is er maar één thema dat deze buurt uit balans zou kunnen brengen: de erfpacht. Maar omdat de pachtcanons nooit op dezelfde dag aflopen en ze daarom apart worden verhoogd naar marktconform niveau wil de vonk van rebellie hier maar geen opstandige vlam worden.

Die eenvormigheid is eerst nog bescheiden. De Roelof Hartstraat herinnert aan de onderwijzers en leraren die er ooit mochten wonen in intens fatsoenlijke huizen van coöperatie De Samenwerking. Daarna wordt de Van Baerlestraat, met Concertgebouw en Stedelijk Museum, een toonbeeld van sjieke continuïteit.

Alleen het Museumplein werd in de vaart der volkeren meegezogen. Ooit was dit de kortste racebaan op keien ter wereld. Nu is het een voetbalveld en zonneweide.

Daar blijft het bij. De PC Hooftstraat is na de halte bij de Willemsparkweg toonbeeld van de conformistische homogeniteit uit de ‘gay ninetees’ die valselijk voor individualisme wordt aangezien. Bodega Keijzer scheerde langs de rand van de afgrond maar bestaat nog. Muziekwinkel Broekmans & Van Poppel en boekhandel Premsela ook. Net als de modezaken Society Shop, Leeser en Pauw, middenstanders die als eersten gebruik gingen maken van Diners Club, American Express en andere creditkaarten die de elite van de stad zich in de late jaren zestig kon veroorloven. In dit stukje stad, met ‘allemaal nette mensen’, zoals de prijswinnende roman van Robert Vuijsje heet, werd begin jaren tachtig een stadsoorlog tot bloedens toe uitgevochten.

In februari/maart 1980 zag tramlijn 3 de krakers achter barricades bij het bezette pand aan de Vondelstraat – het pand staat er weer verveloos bij – een lang weekeinde hun eigen vrijstaat bouwen. De tram kon een paar dagen niet rijden. Tot het stadsbestuur ingreep en tanks stuurde om de straat op te ruimen. De „colonne eenmaal in beweging” bleek „niet meer te stuiten”, zoals burgemeester Polak al per flyer had laten weten.

Op 30 april 1980 was lijn 3 erbij toen het parool ‘geen woning geen kroning’ zijn beslag kreeg. De eerste charges van de politie die dag vonden iets verder plaats, ’s ochtends in de Bilderdijkstraat. Pas daarna zouden de ‘slag om de Blauwbrug’ en het ‘proletarisch winkelen’ beginnen. De chaos en het geweld waren zo groot dat politiecommissaris De Rhoodes zich een paar dagen later afvroeg waarom hij, tussen wapenstok en karabijn, geen andere middelen ter beschikking had.

In oktober 1982 moest lijn 3, bij de ontruiming van kraakpand Lucky Luyk, opnieuw stoppen voor brandende autobanden op de hoek van de Willemsparkweg en de Van Baerlestraat. Een verdwaalde tram 10 had zich daar per ongeluk vastgereden in een barricade en kwam in lichterlaaie te staan.

6De Overtoom is al die tijd de grens tussen hoog en middelhoog gebleven. Aan de ene kant woont de elite, aan de andere zijde de burgerij. Voor die laatste groep was het Wilhelmina Gasthuis de buurttrots. Paviljoen 5 was een begrip. Het stond voor gekte. Totdat het ‘WG’ en het Binnen Gasthuis in 1983 opgaan in de ziekenhuisfabriek AMC.

In en rond de Helmersstraten woonden de archetypische lezers van Het Parool. De Helmerstraten zijn nog steeds keurig burgerlijk. De drie straten staan symbool voor de noodzaak om ‘de boel bij elkaar te houden’, om te voorkomen dat de stad verpaupert of zo verguld wordt dat er voor gewone mensen in de zorg, het onderwijs, de advocatuur of de wetenschap geen plaats meer is. „Ik zit weer op het dak, de Eerste Helmersstraat beneden. Zestien sigaretten en een zee van tijd”, zongen Thomas Acda en Paul de Munnik.

7Over de Jacob van Lennepkade rolt tramlijn 3 de verandering weer in. Hier heeft de ‘compacte stad’ vorm gekregen. De buurt is bezig om te vallen. Naar de ‘goede’ kant wel te verstaan, naar creatieve of hoger geschoolde burgerij.

Zie het Kwakersplein. Vroeger liet de CPN, die na 1966 als juniorpartner van de PvdA mocht mee besturen, aan het Kwakersplein de demonstraties tegen onrecht in de wereld beginnen. Of ze nu door de CPN zelf werden georganiseerd dan wel door mantelorganisaties. Nu drinkt de jonge professional, die na een universitaire studie is blijven hangen, cappuccino of witte wijn op het Kwakersplein. De kaders en kiezers van de CPN zijn er stuk voor stuk vertrokken: naar Almere en naar de SP.

8Na de Hugo de Grootkade wordt het stiller. Alsof Amsterdam nog een stad is van laaggeschoolde arbeiders en staatsklerken. Geruisloos is hier grootschalige stadsvernieuwing aan de slag geweest. De rooilijnen zijn bewaard gebleven, maar de nieuwbouw is steviger geworden. Hier geen espressocafés maar koffiehuizen. Geen kunstgaleries maar woningen op straatniveau. Hier geen variëteit aan bordjes bij de bel maar eenvormige plaatjes met namen uit Holland, Suriname en soms uit Maghreb of Anatolië.

Amsterdam in optima forma. Tot aan de haltes van lijn 3 bij het Frederik Hendrikplantsoen leeft een stad die onverwoestbaar blijkt: een volk dat op zich wel nijverig is maar alles overgiet met sarcastisch gezeur. In dit stukje West wordt een traditie zichtbaar, die men in de ‘provincie’ eng vindt. Hier wordt die oude laatdunkende humor, die Amsterdam zo eigen is en ten koste gaat van anderen, in ere gehouden.

9Als tram 3 afslaat naar het Marnixplein en het Marnixbad (met jacuzzi) worden de jaren zeventig en tachtig weer zichtbaar. Kenmerk: een rijk aanwezige middenstand. Ruggegraat en zuurdesem van elke stad.

Rechts de Jordaan. De eerste volkswijk die de PvdA veertig jaar geleden onder leiding van Nieuw-Linkser Han Lammers nu eens niet wilde laten slopen. Links de Staatsliedenbuurt, prototype van het anarchistische eigenbelang dat vanaf de late jaren zeventig welig ging tieren. Dit is de wijk waar krakers als Jack van Lieshout en Theo van der Giessen hardhandig het bewind voerden, ten koste van de Gemeentelijke Dienst Herhuisvesting (GDH). Zelfs burgemeester Ed van Thijn was er vogelvrij. In 1984 werd hij uit de buurt verjaagd, zonder dat de politie kon ingrijpen. Nu is de Staatsliedenbuurt geworden wat Jordaan en De Pijp al waren: hip.

10Dat komt door het Haarlemmerplein, met het Muiderpoortstation de hardste grenspost van lijn 3. Kwaliteitsbioscoop The Movies en de broedplaatsen onder de bogen van het spoor kijken de andere kant op. Het is dat er een haringkar staat, anders zou de passagier van lijn 3 spontaan naar zijn paspoort zoeken. Daarna kruipt de tram door de onbestemde Planciusstraat langzaam naar het eindpunt aan de Zoutkeetsgracht.

Daar wordt de naoorlogse geschiedenis op krap één hectare samengebald. Richting binnenstad zijn de drie westelijke eilanden afgelopen vier decennia het toonbeeld geworden van de herwaardering die de stad heeft gered. De Gouden Reael, ooit een bijzaak van een reclameman, is weliswaar een eetcafé met biefstuk en frites geworden. Maar die normalisering wordt gecompenseerd door de appartementen in de pakhuizen en de gerestaureerde poppenhuisjes op een van de drie eilanden.

Ten westen is de Houtmankade een Stadhouderskade in het klein geworden, met hetzelfde soort doorluchtige kamers en suite. Ten noorden daarentegen is de stad beschikbaar gebleven voor de burgers die voor de kredietcrisis ook al moeite hadden met een hypotheek. Zeeheldenbuurt en vooral Spaarndammerbuurt – waar de CPN bij de raadsverkiezingen van 1966 meer dan eenderde van de stemmen haalde – zijn nog steeds wijken van allerlei soort en slag. Hier duiken ook weer schotels op, de eerste antennes op de pastelkleurige balkons sinds lijn 3 het Muiderpoortstation verliet.

Vanaf dit eindpunt is het een korte wandeling naar het Vierde Gymnasium nabij het IJ. Het gymnasium: de schoolsoort waarin de eigentijdse geschiedenis van de stad bij elkaar komt.

Veertig jaar geleden had het Barlaeus Gymnasium zo weinig draagvlak in de binnenstad dat de school aan de Weteringsschans ten dode was opgeschreven. Alleen het Vossius in Oud-Zuid had toekomst.

Nu zijn er vier gymnasia die door hun eigen succes en door de eisen van de ouders uit de voegen barsten. Het illustreert een vorm van fragmentatie en een vorm van zelfbewustzijn. Het bewijst ook dat uitsluiting per postcode nu een maatschappelijk vraagstuk is.

De route van lijn 3 is nooit echt verlegd. De omgeving is wel ingrijpend veranderd. Vroeger reed de tram dwars door de buurtgebonden klassenstrijd. Nu rijdt hij langs tien eilanden in een stedelijke archipel. <