Gezinsvoogd voor het embryo

Sommige aanstaande moeders kunnen de zorg voor de ongeboren vrucht al niet aan. Moet je hun, om beschadigde kinderen te voorkomen, gedwongen opnemen? Of anticonceptie verplicht stellen?

In de box ligt een mollig jongetje met een boekje te spelen. Hij doet dat zwijgend; hij roept niet, kraait niet. Zijn raspende ademhaling is aan de andere kant van de kamer te horen. Hij kan nog niet zitten of rollen, de meeste baby’s van negen maanden wel. Maar sinds kort glimlacht hij en eet hij goed, vertelt zijn pleegmoeder Wilma Aarts. En hij is van de zuurstofflessen af! Carlos is het vijfde kind van een aan cocaïne verslaafde moeder. Binnenkort wordt het zesde geboren.

Het prille leven van Carlos raakt aan een discussie van ethici, psychiaters en juristen. In hoeverre moet het ongeboren kind worden beschermd tegen gedrag van zijn moeder? Wat de overheid betreft, is de boodschap helder: de jongste campagnes roepen vrouwen op om een jaar voor de mogelijke conceptie al extra gezond te leven.

Tegelijk pleiten deskundigen voor ingrijpen bij zeer ongezonde vrouwen. Zoals gedwongen opname van verslaafde zwangeren, bijvoorbeeld, wat ethici Guido de Wert en Ron Berghmans onlangs voorstelden. Om de schade door drank of drugs voor de foetus te beperken. En het liefst ver vóór de 24ste week van de zwangerschap, voordat het kind ‘levensvatbaar’ is, omdat juist dan de foetus het kwetsbaarst is. De Wert en Berghmans vinden dat gedwongen opname van zwangeren mogelijk moet worden gemaakt in de nieuwe Wet Verplichte Geestelijke Gezondheidszorg. Het concept ervan gaat binnenkort voor advies naar de Raad van State.

Eén vraag houdt alle partijen bezig: geldt een foetus van minder dan 24 weken al als ‘een ander’, of is een kind pas ‘een ander’ wanneer het levensvatbaar is? In theorie kan dat eerste niet, want dan zou abortus, wat mag tot 24 weken zwangerschap, gelijkstaan aan moord.

In de woonkamer van Wilma Aarts scharrelt Jeffrey (2). Hij wijst regelmatig naar de box en zegt „broer, broer”. Carlos reageert niet. Sterker, hij huilt eigenlijk nooit. Het belangrijkste communicatiemiddel waarover een baby beschikt, gebruikt hij niet. De eerste vijf maanden van zijn leven bracht hij door in drie ziekenhuizen, en in de handen van tientallen verpleegkundigen. De eerste tweeënhalve maand vocht hij voor zijn leven in „een soort droogkap” (een couveuse), vertelt Wilma. 23 uur per dag. Wilma en haar man bezochten hem elke dag, dat wel. Om een uurtje met hem te knuffelen. Zijn biologische moeder kwam acht dagen na de bevalling niet meer opdagen.

Beschadigde baby’s zijn er genoeg. Alleen al Amsterdam telt ongeveer twintig verslaafde vrouwen die jaarlijks bevallen van een dood of levend kind. Reden voor de Amsterdamse kinderrechters Anne Martien van der Does en Toos Enkelaar, vorig jaar, om te pleiten voor ondertoezichtstelling van de ongeboren vrucht. Dan kan een gezinsvoogd erop toezien dat de zwangere verslaafde zo gezond mogelijk leeft.

Wilma en haar man, in Amsterdam-Oost, bespreken deze kwesties regelmatig. Zij vinden gedwongen opname of ondertoezichtstelling niet ver genoeg gaan. Zij vinden dat verslaafde moeders überhaupt geen kinderen moeten krijgen. „Er wordt al jaren gesproken over verplichte anticonceptie voor sommige zwakbegaafde vrouwen. Waarom verslaafde vrouwen niet?”, zegt Wilma. Dat heeft iets tegenstrijdigs want als een kind er eenmaal is, wijzen Wilma en haar man het niet af. Integendeel: ze houden van Jeffrey, die al twee jaar bij hen woont. Hij ontwikkelt zich goed, ofschoon hij in de baarmoeder werd blootgesteld aan cocaïne en te vroeg werd geboren. Ook aan Carlos raken ze gehecht. De jongetjes mogen wat hun betreft hun hele jeugd hier blijven wonen.

Maar íémand, vindt Wilma, moet de moeder van Jeffrey en Carlos overtuigen of verplichten om aan anticonceptie te doen. „Een kind krijgt maar één kans om zijn longen te ontwikkelen en die is in de baarmoeder. Deze kinderen worden allemaal te vroeg geboren, met onrijpe longen.”

Eén keer schreef Wilma een brief aan de moeder van Jeffrey en Carlos waarin ze een beroep deed op haar moederhart. „Ik smeekte haar geen kinderen meer te krijgen.” De moeder, die Wilma beschrijft als een charmante vrouw die ze om de zoveel maanden ziet, is nooit op de brief ingegaan.

Zelf begint de moeder niet aan voorbehoedsmiddelen. Ze woont bij een man die haar verslaving deels betaalt. Hij is de vader van de jongste drie kinderen en zegt ook niet in staat te zijn voor zijn kinderen te zorgen. Af en toe zit de moeder een tijdje in de cel.

Wilma Aarts: „Het zesde kind ligt binnenkort ook in een couveuse te spartelen. En dat kindje kunnen wij geen thuis geven, dat zal een ander moeten doen.” Het derde kind van die moeder is drie jaar en woont bij de moeder van de vader. Het eerste en tweede kind leven eveneens in een pleeggezin.

Gaat verplichte anticonceptie niet ver? Nee, vindt Tweede Kamerlid Marjo van Dijken (PvdA), die al heel lang een wetsvoorstel daartoe uitwerkt. „Ik wil dat elke ouder van wie de rechter een kind uit huis heeft gehaald, tijdelijk geen nieuwe kinderen mag maken.” En als dat kind ten onrechte uit huis is geplaatst? Van Dijken: „Daar ga ik niet van uit. En zodra het uit huis gehaalde kind weer thuis mag wonen van de rechter, hef je de verplichte anticonceptie weer op. Het gaat mij niet om een bepaald IQ maar om bewezen slecht ouderschap.”

Er zijn ook mensen die rigoureuze ingrepen afwijzen, zoals de stichting Pandora, voor psychiatrisch patiënten. In extreme situaties is het begrijpelijk dat de overheid een ongeboren kind onder toezicht stelt, zegt Froukje Bos, beleidsmedewerker van Pandora. „Maar dan moeten hulpverleners eerst hun best hebben gedaan om de vrouw te overtuigen gezond te leven.”

En vastleggen in de wet dat verslaafde of verwarde zwangeren die ‘schade toebrengen aan de foetus’ gedwongen worden opgenomen, dát gaat haar veel te ver. „De wet geldt voor iedereen. Je kunt niet een generieke wet maken gebaseerd op een paar extreme voorbeelden. Waar ligt dan de grens? Moeten ze ook zwangere vrouwen die roken gedwongen opnemen?”