Enthousiaste, hartstochtelijke mensen

Twee tot drie procent van de paren is na lange tijd nog steeds intens verliefd. Hoe kom je in die groep? De Amerikaanse psycholoog Arthur Aron zoekt naar het antwoord. Ellen de Bruin

Stony Brook, NY; Stony Brook University: Arthur Aron, Ph.D., Psychology Dept.

Arthur Aron had eigenlijk niet in Nederland hoeven zijn. De psycholoog van Stony Brook University in de staat New York kwam met zijn vrouw mee naar Amsterdam, enkele weken geleden. Want hij mag dan een beroemdheid zijn onder collega-psychologen, zij is waarschijnlijk bekender bij het grote publiek. Elaine Aron was in Nederland om enkele lezingen te geven over hoog-sensitieve personen – gevoelige mensen die snel overweldigd raken door hun omgeving. En toen zij toch wat journalisten te woord moest staan, wilde hij dat ook wel even doen. “Haar boeken verkopen hier uitzonderlijk goed”, vertelt Arthur Aron trots. “Misschien omdat hoog-sensitieve personen het moeilijk hebben in het nuchtere Nederland. Of omdat haar Nederlandse uitgever bijzonder goed is in marketing.” Aron is niet iemand die snel uitbundig, hardop lacht, maar hij heeft wel vrijwel voortdurend een brede glimlach op zijn gezicht.

En nu wil hij het graag over zijn eigen onderzoek hebben. Waar zijn vrouw overigens ook bij betrokken is: dertig jaar geleden publiceerden ze hun eerste wetenschappelijke artikel samen, en ze doen nog steeds samen onderzoek. Naar liefde en relaties.

Eerder dit jaar kwam Aron in het nieuws, toen hij had ontdekt dat sommige mensen na een relatie van meer dan twintig jaar net zo verliefd waren als stelletjes die elkaar net ontmoet hebben. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, bleek dat mensen die zo lang samen zijn, nog steeds een intense, gepassioneerde relatie kunnen hebben, ook seksueel. Bij het kijken naar een foto van hun geliefde werden in hun hersenen dezelfde gebieden actief als bij pasverliefden: gebieden die met ‘fijne dingen krijgen’ te maken hebben, het beloningssysteem. Alleen de gebieden die met angst en obsessie te maken hebben waren bij de mensen met een lange relatie niet meer actief en bij pasverliefden nog wel: die zijn nog bang dat ze hun partner kunnen kwijtraken.

Vorig jaar schreef u in een overzichtsartikel over de functie van intense verliefdheid: opnieuw verdelen van aandacht, heroriëntatie op nieuwe dingen. Als dat de functie is die verliefdheid aan het begin van een relatie heeft, wat is dan de functie ervan later in een relatie?

“Dat weten we niet precies. Misschien heeft het ermee te maken dat mensen die al lang een relatie hebben, meestal ouder zijn. Passie kan dan dienen als een mechanisme om ze levendig en bezig en fit te houden, wat goed is voor het lichaam. Dat is een theorie. Het punt is, niet veel mensen hebben die later in een relatie. We weten niet precies hoeveel – misschien twee of drie procent van de stellen, misschien vijf. Maar niet een tiende van een procent of zo, wel genoeg om te denken dat het niet een toevallig en zeer uitzonderlijk verschijnsel is.”

Twee tot drie procent... Zijn er na een jaar of twintig echt zo weinig goede relaties over?

“O, nee. Goede relaties, dat zijn er veel meer hoor. Misschien niet de meerderheid, maar wel een grote minderheid: waarschijnlijk is ongeveer twintig tot dertig procent van de huwelijken heel gelukkig. Alleen, slechts twee tot drie procent van de stellen is na lange tijd nog intens verliefd. Dat is een belangrijk onderscheid. Voor die mensen is hun relatie het belangrijkste in hun leven. Ze hebben een actief seksleven, ze hebben nog steeds de intensiteit van pasverliefden... Dat is zeldzaam, na twintig jaar. Maar gelukkig met elkaar zijn, je verbonden voelen, en heel blij zijn dat je met je partner bent en niet met iemand anders, dat is niet zo uitzonderlijk.”

Wat zou u voor advies geven aan pasgetrouwde stellen, over hoe ze hun relatie goed moeten houden?

“Pasgetrouwde stellen zijn wel een geval apart. Uit mijn eigen onderzoek en dat van anderen blijkt bijvoorbeeld dat relaties beter worden als mensen regelmatig samen spannende nieuwe dingen doen. Maar zulke adviezen worden pas belangrijk als je langer dan een jaar of twee samen bent. Er is al zoveel nieuw en uitdagend aan gaan samenwonen...

“In het begin is het beste advies dat ik kan geven: bevrijd jezelf van het negatieve. Als het kan, wees dan niet arm, word niet gediscrimineerd, verlies je baan niet, zorg ervoor dat je kinderen niet ziek worden, en dat je kunt opschieten met je schoonfamilie...” Hij lacht enigszins verontschuldigend. “Problemen op al die vlakken zijn heel slecht voor relaties. En het is ook heel slecht als een van beide partners extreem angstig, onzeker of depressief is. Als dat zo is, ga in therapie of neem medicijnen, doe iets om het te verhelpen. En tenslotte: zorg dat je goede communicatievaardigheden hebt. In de Verenigde Staten en Canada gaat, schat ik, een kwart van de stellen voor het huwelijk op een speciale communicatiecursus. Die cursussen gaan vooral over omgaan met conflicten – en dat op een moment dat stellen meestal nog geen serieuze conflicten hebben. Ja, soms wel natuurlijk, je kunt over het plannen van een huwelijk ook flink ruzie krijgen, maar meestal niet.

“Veel geestelijken willen je niet eens in de echt verbinden als je niet zo’n cursus hebt gevolgd. Omdat ze weten dat het werkt: die mensen scheiden minder vaak en hebben twintig jaar later nog een beter huwelijk.”

Maar niet per se subliem. De hamvraag is natuurlijk: wat maakt dat mensen bij die twee tot drie procent gaan horen?

“Ja, en dat weten we niet. We weten redelijk goed wat ervoor zorgt dat mensen in de twintig tot dertig procent-groep vallen, maar wat maakt dat ze bij de twee tot drie procentgroep horen, weten we echt niet. We hebben wel enkele vermoedens, maar we hebben nog maar dertig of veertig van die stellen bestudeerd. We denken natuurlijk dat ze aan al die voorwaarden voor een goede relatie voldoen, waar we het net over hadden. Dat is nodig, maar niet genoeg. Misschien voldoen ze er in heel sterke mate aan. Het kan ook zijn dat dit gewoon heel enthousiaste, hartstochtelijke mensen zijn, gepassioneerd over alles in hun leven, en hun partner is een van die dingen. Daar lijkt het wel op, afgaande op die interviews. Nee, ze waren in eerste instantie waarschijnlijk niet ongebruikelijk intens verliefd, alleen: ze blijven verliefd.”

Over het algemeen worden relaties in de loop der tijd dus wel minder goed?

“O ja, absoluut. In één onderzoek was slechts tien procent van de stellen na vier jaar nog net zo gelukkig als in het begin. Ook die twintig tot dertig procent gelukkige stellen zijn niet zo verliefd meer als toen ze trouwden. Ze zijn misschien wel net zo gelukkig met hun leven als geheel, maar hun relatie is niet meer het belangrijkste dat er is.”

U had het net over ‘samen spannende nieuwe dingen doen’ om een relatie goed te houden. Wat voor dingen zijn dat dan?

“Dat verschilt per stel. Mijn vrouw en ik gaan bijvoorbeeld veel naar balletvoorstellingen, we zijn dol op ballet. Voor ons is dat dus niet nieuw of uitdagend, maar voor een stel dat nog nooit naar een balletvoorstelling is geweest, is het dat misschien wel. En laatst, toen we naar het toneel waren geweest, zeiden we tegen elkaar: waarom gaan we niet even ergens in een café hangen? Dat hadden we al twintig jaar niet meer gedaan, het was echt: wat zullen we bestellen, hoe moeten we ons gedragen, wat zullen we doen... Het was nieuw en spannend voor ons. Het gaat er dus om dat je iets doet wat je normaal gesproken niet doet. Of het moet intrinsiek uitdagend en nieuw zijn. Bergbeklimmen is waarschijnlijk zelfs nog spannend als je de ene moeilijke berg na de andere beklimt.”

Zou het ooit saai worden om nieuwe en uitdagende dingen te bedenken?

“Interessante vraag. Mijn vrouw en ik doen het al sinds we met dit onderzoek zijn begonnen, en wij vinden steeds nieuwe dingen bedenken op zichzelf al uitdagend. Het is iets creatiefs en wij vinden het leuk. Het is niet per se altijd gemakkelijk, maar je voelt je goed als je weer iets bedacht hebt.”

Denkt u dat er stellen zijn die er helemaal geen zin in hebben?

“Nou, ik denk dat het misschien verkeerd uitpakt als je onder te veel spanning staat, dan geeft het misschien nog meer stress. Als je bijvoorbeeld een ziek kind hebt, of je bent je baan kwijtgeraakt, of je woont in een oorlogsgebied, dan wil je je misschien gewoon terugtrekken. Hoewel ik wel denk dat het dan ook zou helpen, als je er de moed voor kunt opbrengen. Maar moderne westerse stellen in een veilige omgeving moeten zich eerder druk maken om verveling dan om te veel stress.”

Maar goed, met spannende dingen doen kom je dus nog niet in die twee tot drie procent-groep...

“Nee. Weet je, als ik mensen die binnenkort gaan trouwen over mijn onderzoek vertel, vinden ze het geweldig. Maar voor de meeste mensen in een lange relatie is het geen goed nieuws. Mensen vergelijken hun eigen relatie graag met die van anderen, over het algemeen vinden ze hun eigen relatie dan beter, en dat is ook goed voor hun relatie. Dat blijkt uit onderzoek van Caryl Rusbult en Paul van Lange van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Dus veel mensen hebben de hele tijd het idee gehad: we doen het goed! En dan horen ze over deze groep... over het algemeen vinden ze dat dan niet zo fijn om te horen.

“Ik moet zeggen dat het ook dat effect op mijn vrouw en mij had toen we net begonnen met dit onderzoek. Wij zitten zeker in die twintig tot dertig procent-groep, maar we zouden best bij die twee tot drie procent willen horen. Ja, wij waren wel een beetje jaloers.”

Je zou ook kunnen denken: heeft het geen nadelen om zo lang zo verliefd te blijven?

Lachend: “Nou, dat is in elk geval een betere reflex dan: misschien kunnen we ze vermoorden. Maar inderdaad, dat hebben we ook onderzocht. We dachten: misschien verwaarlozen deze mensen hun werk wel, net als mensen die pas verliefd zijn, of misschien verwaarlozen ze hun kinderen. Maar uit de interviews bleek dat niet direct. Waarschijnlijk zijn het ook mensen met heel veel energie.”

Nog iets om jaloers op te zijn.

“Ja. Maar over deze mensen horen kan andere mensen ook een zetje geven om de boel niet te laten versloffen. Mijn vrouw en ik doen nu bijvoorbeeld nog meer ons best om samen nieuwe dingen te doen, en andere dingen waarvan we weten dat ze goed zijn voor een relatie. Samen successen vieren, bijvoorbeeld, oprecht enthousiast en gelukkig zijn over het succes van je partner – dat blijkt ook heel goed te zijn voor relaties.”

Dan is het interview afgelopen. Arons vrouw komt hem halen; ze gaan weer verder met haar boektournee.

    • Ellen de Bruin