'Den Haag nog steeds logische keuze voor het NHM'

In de Tweede Kamer is twijfel over de locatie van het Nationaal Historisch Museum in Arnhem. Jan Marijnissen pleit voor een fusie met het Huis van de Democratie in Den Haag.

„Den Haag is nog altijd de juiste plek voor het Nationaal Historisch Museum.” Partijvoorzitter Jan Marijnissen (SP), de geestelijk vader van het NHM, is niet erg te spreken over de plannen van Valentijn Byvanck en Erik Schilp, de directeuren van het NHM. Sinds de canon niet meer het uitgangspunt vormt van het NHM, en ook de oorspronkelijke locatie binnen Arnhem 4,5 kilometer is verschoven naar de John Frostbrug, vindt Marijnissen dat Den Haag opnieuw een kans moet maken als locatie voor het NHM. „We hebben de Ridderzaal, de Gevangenpoort, de regering. Hier is het hart van de democratie.” Marijnissen pleit ervoor dat het NHM samengaat met het ‘Huis van de Democratie en Rechtsstaat’, een project dat ooit ten grondslag lag aan het NHM [zie kader] en dat als doel heeft een zo’n breed mogelijk publiek bekend te maken met de kernwaarden van de democratische rechtsstaat.

„De parlementaire democratie is een belangrijk facet van onze geschiedenis. Dat hoort bij uitstek thuis in het NHM”, zegt Marijnissen. Dat er nu twee instellingen zullen worden gebouwd, met het doel een breed publiek historische kennis bij te brengen, noemt hij „je reinste geldverspilling”.

Niet alleen Marijnissen twijfelt hardop over de vraag of het NHM wel in Arnhem moet komen. In het spoeddebat over het NHM, dat op 13 mei plaatsvond in de Tweede Kamer, zei D66-Kamerlid Boris van der Ham tegen minister Plasterk (cultuur, PvdA) dat hij graag ziet dat door de regering wordt vastgehouden aan de oorspronkelijke locatie in Arnhem. Zo niet, dan moet „de minister de vestiging van het NHM in Arnhem heroverwegen”, aldus Van der Ham. Afgelopen dinsdag schreef de provincie Utrecht een open brief aan minister Plasterk met daarin het voorstel voor Paleis Soestdijk als toekomstige locatie voor het NHM.

Plasterk koos indertijd voor Arnhem vanwege de fysieke verbondenheid met het Openluchtmuseum. De twee musea zouden een breed publiek aanspreken waaronder met name scholieren.

Ook Wim van der Weiden, schrijver van het oorspronkelijke plan van het NHM dat in 2006 aan de Kamer werd gepresenteerd, vindt dat het NHM in Den Haag thuishoort. „Het is doodzonde dat het Huis van de Democratie nu terecht komt op de plek waar in Den Haag het NHM had moeten komen”, zegt Van der Weiden. Er kunnen volgens hem heel wat kosten worden bespaard als het Huis van de Democratie en het NHM fuseren. „In ieder geval de 4,75 miljoen aan overheidssubsidie die het Huis vanaf 2012 van het Rijk zal ontvangen. En er wordt op dit moment dubbel denkwerk verricht, dat is ook kostbaar. Bovendien hoeven scholen in de toekomst maar naar een gebouw te gaan.” Van der Weiden vindt de keuze van Plasterk voor Arnhem ‘onbegrijpelijk’. „Den Haag is nog steeds de meest logische keuze voor het NHM. De wording van Nederland is daar begonnen doordat de onafhankelijkheidsstrijd tegen de Spanjaarden vanuit Den Haag werd gedirigeerd.”

Mocht de locatie van het NHM, na het Kamerdebat in juni, serieus ter discussie worden gesteld, dan is het volgens Eddy Habben Jansen, adjunct directeur bij het Instituut voor Publiek en politiek (IPP) en sinds 1998 betrokken bij de plannen voor het Huis van de Democratie, logisch om beide instellingen te fuseren. „Persoonlijk vond ik Den Haag altijd een logische keuze. Maar of het efficiënt is om alle plannen opnieuw te wijzigen, betwijfel ik. Ten aanzien van dit historisch museum heeft al heroverweging op heroverweging plaatsgevonden. Soms moet je gewoon bij je keuzes blijven en daar het beste van maken.”