De Turkse worsteling met de crisis

Ooit openden in de stad Kayseri 139 zaken op dezelfde dag hun deuren. De inwoners bewezen dat de moderniteit niet alleen in een metropool als Istanbul floreerde. Nu is het crisis en rest de schaamte.

A woman talks on a mobile phone next to a poster with the portrait of Turkey's newly elected president Abdullah Gul in the city center of the central Anatolian city of Kayseri, hometown of the new president, August 30, 2007. REUTERS/Fatih Saribas(TURKEY) REUTERS

De crisis mag dan hard zijn toegeslagen, de glorie is nog niet vergaan. Een tweebaanstramweg met glimmende haltes. De Garanti Bank. Een meubelwinkel. Het Diamond Hotel. Een moskee. Nog een meubelwinkel. De ING Bank. Atatürk op een paard. DHL. Alweer een meubelwinkel. Het Hilton Hotel. Alweer een moskee. Het Park Hotel.

Welkom in Kayseri, het dorp in Centraal-Anatolië dat in korte tijd explosief groeide tot modelstad voor heel Turkije. Hier toonde conservatief Turkije dat het mee kon in de vaart der volkeren. Lange brede boulevards voeren de bezoeker langs de verworvenheden van jaren van onstuitbare groei. Luxe telefoonwinkels en breedbeeldpaleizen. Turkse fastfood en meubels, heel veel meubels.

Hier werd de ‘sofa-revolutie’ ontketend. Door de massaproductie van meubels die in de decennia daarvoor nog met de hand werden gemaakt, maakten de Anatolische vaklui sprongen op de ladder van de wereldeconomie. Ze produceerden kloeke merken, voor alle inkomens Die meubels werden zo herkenbaar dat ze niet alleen onder Turken aansloegen maar afzet vonden in heel Europa en het Midden-Oosten. Dezelfde revolutie had plaats in de textiel met ‘spijkerbroeken voor de wereld’ en de metaalsector. In Kayseri behaalden ze wereldrecords: op een dag werden eens 139 zaken tegelijk geopend. Kayseri groeide heel snel: van 65.000 inwoners in de jaren vijftig tot een miljoen inwoners nu. Een groei die alleen te vergelijken was met de economische Tijgers in Azië.

De Anatolische Tijgers braken volgens sommige onderzoekers met alle clichés. Die van calvinistische sociologen als Max Weber die beweerde dat de snelle industriële groei in het Westen eind negentiende eeuw te danken was aan het protestantse arbeidsethos. Moslims zouden fatalistisch zijn en dus niet de noodzaak zien van een leven van hard werken. Ora et labora. Bid en werk, bleek volgens verbaasde onderzoekers en media ook van toepassing op de vrome maar hardwerkende moslims in Anatolië.

Kayseri rekende af met nog een cliché. Dat Turkije een land is met twee zielen, een westerse en een oosterse. Dat moderniteit voorbehouden is aan Istanbul en de Turkse kust, die het conservatieve Azië de rug hebben toegekeerd en lonken naar de overkant van de Bosporus. De glans en glitter van het centrum van Kayseri, anderhalf uur oostwaarts vliegen van Istanbul, doet niet onder voor een gemiddelde winkelstraat in het westen van het land. Het hart van Turkije is zo modern als het islamitisch is.

En toen kwam de crisis. En daarmee het besef dat ook Turkije de gevolgen van de wereldwijde neergang niet kon ontlopen. In eerste instantie hadden Turkse banken weinig last van de paniek bij de collega’s in de Verenigde Staten en Europa, omdat ze sinds de bankencrisis in eigen land (2001) veel voorzichtiger opereerden. Niet gauw daarna volgden toch de doemberichten in de Turkse zakenkranten, over omzetten en exporten die met tientallen procenten tegelijk naar beneden tuimelden en groeiende werkeloosheid (nu 16 procent).

Toen kwam het moment dat de islamitische globalisten van Kayseri de keerzijde van hun succesformule onder ogen moesten zien. Dat moment is nu.

Dat gaat niet van harte. De Turkse pers zwijgt grotendeels over de verliezen in Kayseri. De Kamer van Industrie, een private lobbygroep voor grootindustriëlen, was voor journalisten altijd de eerste stop vanaf Kayseri International Airport. Voor deze zes verdiepingen hoge vesting van spiegelglas staan nog steeds luxe auto’s geparkeerd en beloven brochures in de lobby meer „opportunity”. „Afrika: afzetmarkt” lokt de cover van een glossy.

Maar de belangrijkste woordvoerder van het succes van Kayseri heeft vandaag geen tijd voor interviews. Mustafa Boydak is behalve directeur van de Kamer van Industrie ook vicedirecteur van de meest succesvolle meubelfabrikant in Kayseri, de Boydak Holding. Vanaf zijn kantoorverdieping kijkt hij uit over de explosief gegroeide stad, dus hij moet ook kunnen zien hoe het ene na het andere bouwproject wordt stilgelegd. Van hieruit kan hij de geraamtes zien van drie kantoortorens van tientallen verdiepingen, waar de bouwvakkers het werk moesten neerleggen. De secretaresse op de persafdeling print een overzichtje waar op te zien is hoe de export vanuit Kayseri vanaf 2005 tot vorig jaar verdubbelde. Het staatje van de neergang van de afgelopen zes maanden mag ze „helaas” niet geven.

Die cijfers zijn bij de Kamer van Koophandel een paar straten verderop wel voorhanden. De export uit Kayseri daalde vorig jaar bijna 20 procent, de productie met 25 procent en de prijzen met bijna 40. Van de vijftig grote bedrijven die in Turkije in de afgelopen maanden failliet gingen, kwamen er zes uit Kayseri. In drie maanden tijd werden in deze stad tienduizend werknemers naar huis gestuurd. „Geen plek in Turkije is relatief zo hard getroffen als Kayseri. We waren niet voorbereid. We zijn compleet overrompeld”, geeft de hoofdadviseur van de Kamer van Koophandel, Murat Yerlikhan toe.

Praten over de crisis kwam de regeringspartij slecht uit. Praten over de crisis in Kayseri helemaal. Kayseri is de geboorteplaats van het boegbeeld van de conservatieve AK-partij, president Abdullah Gül, voorheen hoogleraar economie. In Kayseri ligt de machtsbasis van de partij. Tot de verkiezingsoverwinning van de AK-partij in 2002 lag het economisch zwaartepunt bij de nationalistische elite aan de westkust. Daar wonen de militairen en zakenlieden die zeggen in naam van Mustafa Kemal Atatürk Turkije te beschermen tegen de islamisering.

Met de opkomst van de Anatolische Tijgers en de islamitische middenklasse raakte de seculiere elite zijn machtspositie kwijt. „Kayseri staat voor het succes van de AK-partij”, zegt de consultant van de Kamer van Koophandel. Het falen van Kayseri staat dus gelijk aan het falen van de AK-partij. Bij de gemeenteraadsverkiezingen eind maart bleek dat dit de Turkse kiezer niet helemaal was ontgaan. De gezamenlijke oppositie snoepte ruim 8 procent af van de 47 procent die de partij bij de vorige, landelijke, verkiezingen nog won.

De namen van de zes bedrijven die hun deuren moesten sluiten in de afgelopen drie maanden, willen ze ook bij de Kamer van Koophandel niet noemen. „Dat is een kwestie van schaamte”, geeft de adviseur toe.

Niemand is bereid om de trots van Kayseri nu al failliet te verklaren. „Het is opvallend stil in de stad op het moment”, zegt vakbondsleider Tahir Horoz. „De paniek is levensgroot. Maar geen directeur die bereid is om toe te geven dat hij honderden werknemers op straat moet zetten.”

Het industrieterrein aan de andere kant van de heuvel, onder de besneeuwde toppen van berg Erciyes, bewijst de omvang van de crisis. Tussen de rokende fabriekshallen, liggen her en der verlaten bouwputten. Steunbalken zonder daken. Trappen zonder entree.

„Het is natuurlijk niet leuk om te zien. Maar we moeten niet teveel over de crisis nadenken, daar word je fatalistisch van”, probeert Saffet Arslan de moed er in te houden. Hij is directeur van een van de succesverhalen in Kayseri, Ipek meubels. Zijn notenhouten bureau staat voor een kast vol trofeeën. Hij werd verkozen tot zakenman van het jaar 2006 en 2007. Er hangt een foto van hem, handenschuddend met premier Erdogan. Hij noemt zichzelf „poortwachter van de groei”. Maar hij moet toegeven dat ook hij 20 procent minder exporteert dan vorig jaar en dat hij deze maand tweehonderd werknemers moest ontslaan.

Zoals het succes volgens Saffet Arslan te danken was aan de vrome inslag van de bewoners Kayseri, zo zal de stad ook de crisis verslaan met een eigen filosofie. „Wij zullen hier sterker uitkomen”, zegt de directeur. Hij wil meer exporteren naar de buurlanden, de Kaukasus, het Midden-Oosten, Noord- Afrika. Turkse meubels doen het daar nu veel beter dan in sukkelend Europa, ondermeer dankzij het succes van Turkse soaps en de reclame na afloop. „Hoe belangrijk ik het als Turkse burger ook vind dat we toetreden tot de Europese Unie, voor mij als zakenman is het veel belangrijker dat we de relaties met de buurlanden ten oosten en zuiden van ons aanhalen. Met Irak en Armenië bijvoorbeeld.”

Daarmee verwoordt hij ook de politiek van de AK-partij, die na jaren van afwijzing door Europa steeds meer de banden aanhaalt met andere regio’s. De nieuwe minister van Buitenlandse Zaken is nu vaker in Arabische hoofdsteden te zien dan in Europa.

Die politiek mag niet verward worden met een renaissance van het oosterse bewustzijn van Turkije, of een islamitische reveille, zegt Safak Civici stellig. In 2003 begon zij in deze stad haar eigen meubelmakerij, en groeide uit tot een van de succesvolste zakenvrouwen in een mannenbolwerk. „Het succes van Kayseri heeft niks met islam te maken. Wij zijn geen calvinistische islamieten, zoals zo vaak beweerd is in de afgelopen jaren. We zijn gewoon opportunisten. Winst is wat ons Turken drijft, niet religie.”

Civici is het levende bewijs van die filosofie. Ze draagt jeans, een T-shirt en gymschoenen, geen hoofddoek. De enige reden waarom ze strakke leren meubels begon te produceren was dat geen fabriek in dit land haar smaak in huis had.

Volgens Civici is de stijl van leidinggeven van de directeuren in Kayseri hooguit wat socialer en minder individualistisch dan gewoon is in het gehaaste Westen. Civici werkt nog maar drie dagen in de week, in plaats van vijf. Met het geld dat ze haar bedrijf daarmee bespaart, heeft ze kunnen voorkomen dat ze werknemers moet ontslaan. „Ik nam die beslissing niet met de hand op de Koran, maar als sociaal voelend medemens.”

Het succes van Kayseri was volgens haar daarom een ballon die alsmaar op werd geblazen door de regeringspartij en de gretige media. „Die ballon is nu geknapt. Net als in Keulen of in Rotterdam. Alleen hebben ze in die steden de afgelopen jaren niet zo van de daken geschreeuwd dat ze een wonder waren. Het ego van Kayseri is gekrenkt. En hoewel ik Kayseri alle succes wens, moeten we nu onder ogen zien dat we niet meer en niet minder zijn dan een gemiddelde industriële stad. Soms zit het mee en soms zit het tegen.”

    • Bram Vermeulen