De studenten wilden geen rijst maar waarheid

A man stands in front of a convoy of tanks in the Avenue of Eternal Peace in Beijing, June 5, 1989. REUTERS/Arthur Tsang AS Reuters

‘Praten over Tiananmen is lastig. Er rust nog steeds een taboe op het onderwerp,” zegt Li Hai (55). „Mijn telefoon wordt afgeluisterd en ik weet nooit wanneer de veiligheidspolitie opduikt.” Als studentenleider ging hij in 1989 de barricade op. Hij zat sindsdien bij elkaar ruim zeven jaar in de gevangenis en heeft nog altijd geen werk. Zijn strijdmakkers van destijds zijn hem ontgroeid. Hij meldt zich in de lobby van een hotel, niet ver van het Tiananmenplein in Peking.

Li: „Toen ik in 2003 uit de gevangenis kwam, was de samenleving veranderd en veel sneller geworden. De meeste van mijn studiegenoten waren maatschappelijk geslaagd en rijk en meden mij uit angst voor represailles. Nog steeds zien mensen mij als een loser, zonder baan, zonder gezin. Maar ik ben mijn volk en vaderland trouw gebleven en ik heb mijn makkers geholpen.”

Li Hai had marxistische filosofie gestudeerd, werd docent maar kreeg ontslag vanwege zijn vrijzinnige ideeën. In 1987 meldde Li zich als onderzoeker aan de universiteit van Peking. „Het was een broeierige tijd. We discussieerden nachtenlang over de toekomst van China. We waren het socialisme, de partijpropaganda en ongebreidelde corruptie zat.”

Op 15 april 1989 stierf hervormer Hu Yaobang, held van de hervormingsgezinde studenten. Twee dagen later trok Li samen met duizenden studenten en burgers naar het Plein van de Hemelse vrede voor een herdenking van Hu. „Volkomen onverwacht en zonder aanleiding begon de politie de menigte uiteen te drijven.” Tien dagen na het ingrijpen van de politie publiceerde de staatskrant Renminribao een commentaar waarin de studenten aansprakelijk werden gesteld voor de ongeregeldheden. „We voelden ons verraden. We waren bereid om ons leven op te offeren voor de democratie en voor ons vaderland.”

Op 19 mei, Li had zich net opgeworpen als studentenleider, bezetten de studenten het Plein van de Hemelse Vrede en begonnen ze een hongerstaking. „Wij studenten wilden geen rijst maar de waarheid, stond op onze haarbanden.” De partijtop, met aan het hoofd Deng Xiaoping, kondigde de staat van beleg af in Peking. Meer dan honderdduizend soldaten omsingelden de hoofdstad, terwijl het plein was veranderd in een massacamping. In de nacht van 3 juni grepen de Chinese strijdkrachten in: geweerschoten, gillende sirenes, gillende mensen, bloed, tanks. Li: „Ik had het plein al lang verlaten en hoorde het nieuws op de campus via de Voice of America. Ik raakte in paniek en wilde er direct naar toe. Toen ik aankwam had het leger de Avenue van de Lange Vrede al afgesloten. Op kilometers afstand van het plein hing een gemengde geur van bloed, zweet en kruit.”

Toen Li de opstand op 1 juni 1990 herdacht, werd hij gearresteerd en in de gevangenis gegooid. „Ik kreeg weinig te eten, werd gemarteld en verloor meer dan 15 kilo. Ik moest een tweepersoonsbed delen met veertien anderen.” Nadat hij zes maanden later werd vrijgelaten, begon Li informatie te verzamelen over studenten die nog vastzaten. Hij spoorde de namen van 600 studenten op, die hij in 1996 overhandigde aan mensenrechtenorganisaties. Hij werd opnieuw opgesloten, nu voor zeven jaar. Tiananmen is volgens hem een boek dat alleen kan worden gesloten als de leiders de geschiedschrijving rectificeren. „De partij was voor ons een vader die zijn slechte eigenschappen moest veranderen. Maar hij weigerde dat en heeft zijn zoons in elkaar geslagen. Die hebben zich toen definitief van hem afgekeerd.”