De stelling van Dick Willems: zwangerschap moet je selectief kunnen ontmoedigen

‘Baby Hendrikus’ mag van de kinderrechter op proef bij zijn verstandelijk gehandicapte ouders wonen. Maar mag je een kind verstandelijk beperkte ouders aandoen? Hoe zwaar weegt hun kinderwens? Een discussie over dilemma’s bij mogelijk onbekwame ouders tussen Folkert Jensma en medisch ethicus prof. dr. Dick Willems, oud-huisarts.

Ik meen dat mensen die de noodzakelijke bekwaamheden missen om zelfstandig voor een kind te zorgen ervan weerhouden moeten worden om een kind te krijgen.

„Nee, dat lijkt mij niet redelijk. Eigenlijk kan niemand zelfstandig voor een kind zorgen. Niemand voedt een kind helemaal in z’n eentje op. Iedereen heeft wel enige steun van vrienden of ouders nodig om kinderen op te voeden. Wat is er tegen om het met hulp van anderen te doen? Als je het samen maar goed doet. Er zijn hele volksstammen bij wie opvoeden een taak van de gemeenschap is. Ik vind die focus op dat zelfstandig kunnen, zonder hulp van anderen, uit de lucht gegrepen. Ik begrijp niet waarom dat zo belangrijk zou zijn.”

Omdat zelfstandigheid in onze samenleving een kernwaarde is. Het autonome individu is ons model. Wij kennen onze buren al niet meer. Laat staan dat die je kinderen opvoeden.

„Dat hoeft dan toch niet te betekenen dat mensen die wel steun nodig hebben, de mogelijkheid kinderen te krijgen ontnomen moet worden? In ons onderzoek bleek dat het met verstandelijk beperkte ouders die een netwerk konden regelen goed afliep. Dan zie ik niet wat het probleem is. In de jaren negentig hebben we deze mensen uit de instellingen gehaald. Als ze een gewoon leven als burger krijgen dan hoort daar in principe bij dat ze doen wat andere burgers ook doen.”

Zonder reserve?

„Nee, niet zonder reserve. Je moet wel weten of ze ook werkelijk kinderen kunnen opvoeden. Dus je moet op je hoede zijn. Maar je kunt ze er niet allemaal van weerhouden kinderen te krijgen.”

Dan is de consequentie van mijn standpunt: terug naar de instelling.

„Dat zou het betekenen. Je kunt er over twisten of dat erg is. Voor sommige mensen is de inrichting verlaten niet zo goed geweest. Aan de andere kant is voor het merendeel het leven veel rijker geworden. Die zijn er gelukkiger van geworden. De mensen die het lukt kinderen op te voeden ontlenen er ook hetzelfde geluk aan.”

Uit uw onderzoek bleek dat bij eenderde de opvoeding ‘goed genoeg’ verloopt. Maar bij iets meer dan de helft gaat het ‘echt mis’. Critici zeggen dat we ‘bewust leed produceren’. Het kabinet voert nu een ontmoedigingsbeleid.

„Je moet uitzoeken wie het niet zal lukken. Die factoren zijn ook wel bekend – en díé mensen moet je echt ontmoedigen. Maar de groep die het wel kan, die er hetzelfde geluk aan ontleent als andere burgers, moet je het hun ook onmogelijk maken? Mensen die vinden dat ze het allemaal zelf wel kunnen, die hulp afwijzen – over hen moet je je zorgen maken. En over de mensen die beseffen dat ze hulp nodig hebben, maar geen netwerk hebben. Of waar het netwerk zegt: we doen het niet.”

Zegt u dan ‘u moet de prikpil’ of ‘u moet abortus’?

„Er kan met overtuiging heel veel. Er zijn ook goede technieken om hen te laten voelen wat kinderen opvoeden is. Hoe lastig dat kan zijn. Mensen krijgen dan een oefenpop te verzorgen. Die begint net zo onvoorspelbaar te huilen, te plassen en te poepen als een echte baby. Dan zegt een deel al: nou als dit het is, dan begin ik er niet aan, daar word ik gek van. Probleem is wel dat die poppen baby’s voorstellen. Wat je niet overziet is of een kind van 6 of 12 verzorgd kan worden. Dat is lastiger in te schatten.”

En wanneer komt de sterke verpleger die zegt ‘nou mevrouw, we hebben alles afgewogen. Het belang van het kind weegt zwaarder dan uw wens. Dus u krijgt de prikpil, en wel nu.’

„Wettelijk kunnen we dat niet. Er zijn wel situaties waarin ik dat zou willen. Dwang kan nu alleen als iemand evident wilsonbekwaam is en dingen doet die duidelijk tegen het eigen belang ingaan. Maar om het belang van iemand anders te beschermen kunnen we geen dwang uitoefenen. Overigens is kinderen krijgen voor deze mensen vaak ook niet in hun eigen belang. Verstandelijk gehandicapten die het echt niet kunnen, komen in de ellende van de uithuisplaatsingen terecht. Dat is een geweldig trauma. Dan zou je kunnen zeggen, we oefenen dwang uit om ze tegen zichzelf te beschermen.”

Dat is toch een lacune? Het kind heeft ook rechten. Die zijn dus ondergeschikt aan de rechten van de ouders.

„Als het niet lukt mensen te overtuigen en ouderschap gaat heel duidelijk tegen het belang van het kind in, dan zou ik er persoonlijk wel voor zijn als je ze in het uiterste geval zou kunnen dwingen tot anticonceptie. Maar het heeft veel haken en ogen. Waar stop je met het inroepen van het belang van anderen?”

Ik meen dat kinderen net als hun ouders ook recht op een ‘zo normaal mogelijk leven’ hebben. Alleen, horen daar verstandelijk gehandicapte ouders bij?

„Dat kan ja, dat sluit elkaar niet uit. Een kind kan een zo normaal mogelijk leven hebben bij deze ouders. Dat kan heel goed.”

Als ik hoor hoe baby Hendrikus nu wordt begeleid en bewaakt, zelfs per webcam, dan is dat toch niet normaal?

„Op zichzelf hoeft zo’n intensieve begeleiding niet zorgelijk te zijn. Er zit, voorzover ik weet, een heel welwillend netwerk omheen, met heel aardige ooms. Als dat betrouwbaar is, dan zie ik geen groot probleem. De discussie concentreert zich wel heel erg op deze kleine groep. Maximaal 5 procent van de verstandelijk gehandicapten krijgt een kind. Totaal in Nederland zijn dat 1.500, misschien 3.000 kinderen. Daar staat een hele groep ouders zonder verstandelijke beperking tegenover die in grote chaos leven en keer op keer kinderen krijgen die ze moeten afstaan. Dit kind krijgt het misschien nog wel beter dan andere kinderen over wie ik mij minstens evenveel zorgen maak.”

We zorgen nu voor intelligente kinderen die hun verstandelijk beperkte ouders gaan opvoeden.

„Ja, dat hoor je ook wel. Als ze twaalf zijn weten de kinderen het beter dan hun ouders. Dat is een belangrijke kwestie. Ook daar moet je die ouders op voorbereiden. Dat hun kind de baas in huis wordt en hen overvleugelt. Overigens komt dat echt niet alleen voor bij ouders met een verstandelijke beperking. We zijn niet bezorgd over de professor in de astronomie die is opgegroeid in een eenvoudig arbeidersgezin. Dat vinden we zelfs geweldig. Het is hetzelfde mechanisme. Je moet erover praten. Ik vind niet dat je dáárom moet zeggen: we gaan iedereen ontmoedigen. Maar het is een argument waar de ouders ook gevoelig voor zijn. Ze weten dat ze een beperking hebben. Het is ook lastig voor de kinderen. Hoewel we ook kinderen troffen die het helemaal niet erg vonden. Dat zij het huishoudboekje moesten bijhouden – wat is daar nou erg aan? Die vonden de zorg verder goed en ‘moeder was er als ik ’r nodig had’.”

Vorige week bepleitte een kinderrechter gedwongen opname van verslaafde zwangere vrouwen, wegens het risico op een foetaal alcoholsyndroom.

„Dat zijn de echte problemen. En die mensen zijn bézig om hun kind te beschadigen, in een uiterst kwetsbare fase.

„Bij verstandelijk gehandicapte mensen gaat het nog om een hypothetische situatie. Maar dít zie je voor je ogen gebeuren. Ik heb er geen problemen mee als op verslaafde zwangeren meer drang en dwang wordt uitgeoefend. Je zou hen heel stevig moeten aanspreken op de risico’s die ze nemen met een ongeboren kind. Met gedwongen opnemen heb ik dan weinig moeite. Zo’n moeder moet gewoon stoppen met drank of drugs. Aan deze mensen is met hulpverlening vaak zo weinig te doen. Ook dat is anders bij verstandelijk gehandicapten.”

Mag je medisch selecteren op probleemkinderen?

„Mensen met een verstandelijke handicap zullen wat vaker ook kinderen met die handicap krijgen. In Nederland zullen mensen in het algemeen vaker onderzoeken of ze een genetisch belast kind gaan krijgen. Dat zou je bij deze groep ook moeten doen. Als ze komen praten moet je dat uitleggen. Als de kans groot is dat ook zij weer een kind met een verstandelijke beperking krijgen, kun je zeggen ‘dan wordt het misschien wel héél erg ingewikkeld’. Niet zozeer omdat je wilt selecteren, maar omdat het nog zwaarder wordt.”

Moet je dan niet ook de mensen ‘met chaos’ zo bejegenen?

„Die komen pas als het weer zover is. Er zijn heel weinig momenten waarop je kunt zeggen: doe dat nou niet, ga nou toch aan de pil. De PvdA heeft een voorstel gedaan om die mensen door de rechter voor een jaar of wat anticonceptie op te leggen. Het zou dan eerst grondig misgegaan moeten zijn. Een uithuisplaatsing, aanwijzing voor mishandeling, zoiets. Ik vind dat een redelijk voorstel. Die mensen haal je ‘even uit de voortplantingscyclus’. Met de mogelijkheid dat ze later terug kunnen. Als het bij mensen met een verstandelijke handicap ook misgaat, heb je ook reden om dat soort stevigheid te gebruiken. Daar is behoefte aan. Het probleem moet je dan niet laten bestaan. De minister voor Jeugd en Gezin kan dat regelen. Met een rol voor de rechter. Het probleem is natuurlijk de handhaving. Wie gaat het doen? Wie moet er achteraan als iemand niet komt opdagen? Misschien moet je het de GGD vragen. Als huisarts zou ik erg huiverig zijn als de politie iemand binnenbrengt, want het is weer tijd voor het prikje.”

Goed, maar is het de prijs waard? Denk aan de meerderheid waar het mislukt.

„Die groep waarvan je de mislukking kunt zien aankomen moet je zo klein mogelijk zien te maken. Omdat het bij een heel aantal mensen goed gaat moet je niet iedereen ontmoedigen. Als we hadden gevonden dat het maar in 2 procent van de gevallen goed gaat, dan is het een ander verhaal. Maar nu? In 30 tot 50 procent van de gevallen lukt het, dat is substantieel. Je moet dus selectief ontmoedigen. En niet alleen bij verstandelijk gehandicapten.”

    • Folkert Jensma