De kleurplaat van de regen

Route: Genemuiden – Giethoorn-Zuideinde, Overijssels Havezatenpad (kaart 46-49)

Afstand: 18 km

We verlaten Genemuiden, met die huisjes en dat haventje. We wachten op de pont die ons zal overvaren over het grijze Zwarte Water. De regen prikt er gaten in. Een kerkklok beiert.

Man zegt: „Wat was ook weer dat lied van Genemuiden?”

„Bedoel je niet Arnemuiden? Dat ligt ergens anders.”

„O. Ja.”

De pont arriveert, de laadklep schraapt over de oever. We gaan erop. Varen hoort bij wandelen. Ook kalm van tempo, met ruimte voor kijken, ruiken, denken. In mijn hersens zoemt: ‘Als de klok… van Arnemuiden...’ Het water slaat de maat tegen de boeg.

Op de grasdijk aan de overkant valt weer eens op hoe de regen het landschap gebruikt als een kleurplaat. Weiland met ongemaaid gras penseelt hij donker, de gemaaide rechthoeken krast hij hellegroen. De riethalmen krijgen een blauwe glans, hun pluimen maakt hij roestig rood. En de modder? Die is zichzelf. Oostindisch zwart. Bij ieder overstaphekje ligt hij klaar, vermengd met koeienvlaai. Hij sopt onder de schoenen. Lekker geluid.

Aan het einde van de dijk lopen jonge koeien mee. Ik hoor hun hoeven en hun gesnuif. Kijk ik om dan staan ze stil.

Nu even een duf stukje Zwartsluis, gelukkig wordt het opgefokt door een stoet motorrijders. Dan is er weer gras- en veldland. Het is ongekamd, vol water en bosjes, want het is natuurgebied. Je mag er niet in. Kijken met de oogjes, niet met de voetjes.

In het kanaal rusten jachten. Soms met een silhouet erin, zonder licht op, zonder beweging. We lopen langs een houtbeschoeide gracht door Belt-Schutsloot, een lintdorp met Giethoorngevoel, waar men uit de kroeg zijn bootje in stapt. Ongemerkt is de regen gestopt. Niet dat de zon doorbreekt, het grijs breekt maar houdt stand daarboven. Maar er zijn ineens zachte schaduwen.

De bermen staan nog steeds vol fluitekruid. Een veld met wild gras en verspreide berken doet Russisch aan, er vliegt een wulp uit op.

De route stuurt ons naar het begin van de Blauwe Handseweg. Het wandelboekje adviseert maar even de bus te nemen, met al dat autoverkeer. Die bus komt er net aan, dus dat doen we.

Ik kijk uit het raam en heb spijt. Aan weerszijden van de provinciale weg strekt het water zich uit. Die drukte is niks. De natte vlakte eist alle aandacht en sleept elke blik mee. Ik had er graag dicht langs gelopen. Langzaam.

Joyce Roodnat

Informatie, routekaartje, gps-punten en foto’s op www.nrc.nl/wandel