De brul om hulp van Porsche

Porsche, de Duitse producent van sportwagens, is op zoek naar een paar vriendelijke beleggers die het concern uit de voor zichzelf gegraven kuil kunnen trekken. Het heeft een schuldenlast van zo’n 9 miljard op zijn schouders genomen om een belang van 51 procent in Volkswagen te kunnen nemen. Dat is een grote schuld voor een bedrijf met een operationele omzet van 7,5 miljard euro.

De hoop is dat de nieuwkomer de positie van Porsche kan versterken in de voortgaande fusiegesprekken met Volkswagen, dat zijn huid zo duur mogelijk verkoopt en tegelijkertijd zijn toewijding aan het bereiken van een overeenkomst bevestigt. De zoektocht zal niet makkelijk zijn: Porsche is niet bepaald een bedrijf dat vriendelijk is voor beleggers. Om te beginnen is het niet duidelijk wat de kandidaat-belegger wordt geboden – een belang in Porsche zelf of in het fusieconcern.

Een poging om een belang in de bedrijfscombinatie te verkopen zou een vreemde indruk maken. VW en Porsche zijn het nog steeds oneens over de manier waarop de fusie moet worden vormgegeven. Maar het via een claimemissie verkopen van een belang in het moederbedrijf Porsche SE aan bijvoorbeeld een staatsfonds uit het Midden-Oosten zou het bedrijf waarschijnlijk dwingen zijn bizarre kapitaalstructuur vaarwel te zeggen.

De controlerende families van Porsche bezitten alle stemhebbende aandelen. Er is een even groot aantal beursgenoteerde, niet-stemhebbende preferente aandelen. Theoretisch kunnen de families beslissen meer preferente aandelen uit te geven, maar waarom zou een belegger een groot belang kopen zonder enige zeggenschap te krijgen.

Er is één mogelijke koers die onmiddellijk kan worden ingezet: de verkoop van de opties die Porsche nog steeds in zijn boeken heeft staan om zo’n 20 procent meer VW-aandelen te kopen. Maar dit bezit brengt waarschijnlijk niet veel geld in het laatje. Hoewel de waarde ervan niet kan worden vastgesteld zonder de details van de structuur van het optieplan te kennen, zal die waarschijnlijk de 1 miljard euro niet te boven gaan.

De opties zouden een belegger de kans geven 20 procent van VW in bezit te nemen. Dat lijkt een aantrekkelijker belegging dan die in Porsche zelf – want VW is niet alleen tien maal zo groot, maar zijn vooruitzichten in de huidig crisis zijn ook beter. De nieuwe belegger zou worden vermorzeld tussen meerderheidsaandeelhouder Porsche en het blokkerende belang van de deelstaat Nedersaksen. Er zal een superverkoper voor nodig zijn om een nieuwe belegger Europa’s grootste autoproducent binnen te lokken.

Pierre Briançon

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen:www.breakingviews.com

    • Pierre Briançon