'Bocht 1 moet je met 360 per uur insturen'

Robert Doornbos (27) rijdt morgen als tweede Nederlander de Indy 500, de legendarische race die Arie Luyendijk twee keer won. „Op deze oval voel je de auto gewoon zweven.”

Newman Haas Lanigan Racing driver Robert Doornbos of the Netherlands inspects his helmet during practice at the Indianapolis Motor Speedway in Indianapolis May 7, 2009. Qualifications for the Indianapolis 500 on May 24 begin May 9. REUTERS/Brent Smith (UNITED STATES SPORT MOTOR RACING) Reuters

Zijn eerste ronde op de oval van Indianapolis reed autocoureur Robert Doornbos eerder deze maand als passagier, naast Arie Luyendijk. Voor de 55-jarige Luyendijk heeft de vier kilometer lange Indianapolis Motor Speedway geen geheimen meer. Een betere adviseur dan de man die de Indy 500 tweemaal won, in 1990 en 1997, kan Doornbos zich niet wensen. Morgen treedt de 27-jarige Rotterdammer in de voetsporen van Luyendijk – tot nu toe de enige Nederlander in de 500 mijl lange race. Niet eerder reed Doornbos 800 kilometer aan één stuk. Zijn maximum: iets meer dan 300, in zijn Formule 1-jaren 2005 en 2006.

„Arie is zo’n legende hier. Als je ziet hoe hij hier wordt ontvangen door de fans. Ook de monteurs zijn enthousiast”, zegt Doornbos aan de telefoon vanuit Indianapolis. „Hij liet me de lijnen zien die je hier moet rijden. De volgende dag ging ik zelf weer naar buiten in m’n IndyCar-auto en pas dan besef je hoe groot het hier is. Het rechte stuk is 1,6 kilometer lang en de snelheid gaat daar maar omhoog. Dan kom je bij bocht 1 met 360 kilometer per uur en daar moet je vol gas insturen. Heel heftig. Op deze oval voel je de auto gewoon zweven. You have to think fast and act slow. Alle bewegingen moeten vloeiend en rustig zijn, maar je moet natuurlijk heel snel nadenken, want het vliegt voorbij; elke seconde leg je de afstand een voetbalveld af.”

Zijn ervaring in de Formule 1 telt nauwelijks op de speedway, die vier bochten naar links telt. „Het is zo anders. Qua afstelling moet je heel veel leren, de auto wil alleen maar linksaf, dus je moet a-symmetrisch denken in je set-ups. Een Formule 1-auto kan ik goed afstellen na al die testkilometers en race-ervaring, maar dit is weer een heel ander verhaal. Arie vertelde me ook dat je op het rechte stuk moet kijken in welke richting de windvaan waait, zodat je weet wat je kan verwachten als je instuurt bij bocht 1, 2, 3 en 4.”

In de trainingen haalde hij een topsnelheid van zo’n 370 kilometer per uur. „In de Formule 1 heb ik op Monza een keer 370 gereden, maar ja, dat doe je dan één seconde, of twee, en dan trap je weer op de rem, voor de eerste bocht. En hier ga je nonstop zo hard. Het zal zondag geen race zonder incidenten worden, maar als dat wel zo is ben je gewoon drie uur vol gas aan het trappen, over een afstand van Nederland naar Zuid-Frankrijk.”

De Indy 500 is dit jaar de vierde en beroemdste race in de IndyCar Series, de klasse waarin Doornbos dit jaar debuteert.

Na crashes op twee achtereenvolgende kwalificatiedagen slaagde Doornbos er pas vorig weekend in een plaats te veroveren in het 33 deelnemers (30 mannen, 3 vrouwen) tellende veld, op de laatste kwalificatiedag. De hoogst haalbare plaats was startplek 23, op de achtste rij van elk drie auto’s, en die veroverde Doornbos ook. „Door de wind was het wel lastig, maar ik hield het voetje naar beneden en ik heb een paar goeie snelle ronden gedraaid. Voldoende om een cheque van 5.000 dollar (voor de snelste qualifier die dag, red.) te ontvangen. En goed om vertrouwen op te bouwen voor de race.”

In zijn Formule 1-carrière scheurde Doornbos als testrijder over een deel van de oval in Indianapolis, voorafgaand aan de Grote Prijs van de Verenigde Staten. In de Formule 1 rijden de auto’s er met de klok mee, bij de Indy 500 gaan de wagens de andere kant op. Doornbos: „De Formule 1 gebruikt een kwart van de oval, op het binnenterrein zijn er nog een paar bochtjes en dat is het dan. In de Formule 1 is het niet echt heel uitdagend, en er zijn veel minder toeschouwers. Hier kom je het rechte stuk op en dan zie je in de verte die grote paal (de ‘pole’ waar het begrip poleposition vandaan komt, red.), je gaat op topsnelheid over de rij bakstenen (dwars over de baan ter hoogte van de finish), tik tik, en dan richting bocht 1, met rechts van je die hele grote tribune. Ze zeggen dat als het zondag vol zit met mensen, die bochten nog smaller, nog kleiner worden.”

Zijn eerste races in de VS reed Doornbos twee jaar geleden in Champcar, een klasse die afgeleid is van de IndyCar Series waarin hij nu acteert bij het team Newman/Haas/Lanigan Racing. De vorig jaar overleden acteur Paul Newman was mede-eigenaar van die renstal. Nadat Doornbos een Champcar-race in Canada had gewonnen, kwam Newman naar de Nederlander toe om hem te feliciteren. Eén van Newmans rijders, de huidige Formule 1-coureur Sébastien Bourdais, was tweede geworden. Doornbos: „Hij zei: ‘I really enjoyed this battle’.”

In de racestrategie voor morgen is geduld het trefwoord. „Qua auto-rijdercombinatie ben ik sneller dan minstens tien man voor mij. Die proberen natuurlijk hun positie te verdedigen. De strategie is ‘race only for the last fifty laps’ – dat doen ze hier allemaal. De laatste 50 ronden (van de 200, red.) gaat iedereen 110 procent. Voor die tijd moet je inhalen en niet te veel risico’s nemen. En op het eind moet je zorgen dat je er bij bent.”

Nu Doornbos weet wat het is om op ovals te rijden, trekt hij de conclusie dat de Formule 1 fysiek zwaarder is, onder meer door de grotere belasting van G-krachten. „Formule 1 is anderhalf uur met hartslag 170 rondstampen alsof elke ronde een kwalificatieronde is. Hier heb ik misschien ook wel een hartslag van 170; door de adrenaline, maar niet van de inspanning.”

Enkele uren voor het vraaggesprek heeft Doornbos in zijn motorhome gekeken naar de kwalificatietraining voor de Formule 1-race die morgen wordt gehouden in zijn woonplaats, Monaco. „De afgelopen vijftien jaar was ik in het raceweekend in Monaco. Een paar keer reed ik er zelf en om het nu van een afstand te zien is een beetje raar. Maar ik ben liever hier coureur dan toeschouwer in Monaco.”

In de Formule 1 reed Doornbos in 2005 acht races, bij Minardi met als teamgenoot Christijan Albers, en in 2006 de laatste drie races bij Red Bull. Die renstal is inmiddels een topteam. „Typisch Formule 1. Natuurlijk had ik in 2006 ook liever een competitieve auto gehad. Maar zo gaat dat in de Formule 1. Je ziet nu bij BMW het omgekeerde. Robert Kubica maakte in 2008 onwijs veel indruk, met een hele goeie BMW, en nu zie je ’m niet. In de Formule 1 ben je zo afhankelijk van je auto. In Indycar ben je als coureur constanter. Hier kun je in principe bij elk team winnen.”

Voor de winnaar in Indianapolis is er morgen behalve enkele miljoenen dollars een fles melk in plaats van champagne zoals de traditie wil. „Afgelopen week hadden we hier een meeting met de American Dairy Association, de melksponsor. Je mocht kiezen welke melk je wil als je de race wint. Van skimmed milk en 2 percent fat tot full fat; ik zei, luister, in raceweekenden drink ik soyamelk of helemaal geen melk. Maar al stop je na de race koeienmelk of pure-botermelk in die fles, ik drink het wel, ik gooi het wel over m’n hoofd heen.”

Morgen 19.00 uur Nederlandse tijd, live bij RTL7, geeft ‘Bobby D.’ gevolg aan de oproep ‘Ladies and gentlemen, start your engines’.