Berlusconi als vriend van het volk

Nieuwsanalyse

Silvio Berlusconi reageert geagiteerd op pers, rechters en politici die kritiek uiten. Dat schept een band met het Italiaanse volk.

De Italiaanse premier Silvio Berlusconi heeft zich deze week opnieuw laten kennen als een premier die weinig ontzag heeft voor de controlerende machten in een democratie. Woedend ageerde hij tegen de instituties en de pers die de leider tegenwerken.

„Linkse extremisten’’ zijn de rechters die oordeelden dat Berlusconi een advocaat heeft aangezet tot meineed. „Communistische’’ journalisten en de linkse oppositie zouden zijn vrouw „in de val hebben gelokt”, waardoor ze van hem wil scheiden. „Schande” spreekt Berlusconi van de pers die wil begrijpen waarom hij de verjaardag van de achttienjarige Noemi Letizia bezocht die via „papi” (zo noemt ze Berlusconi) hoopt op een carrière als tv-presentatrice of politica.

„Pure verzinsels” zijn volgens Berlusconi de berichten dat hij van plan is geweest showgirls op de kieslijst voor de Europese verkiezingen te zetten. En het parlement is zijn ogen „overbezet”, „schadelijk” en deels „nutteloos’’. In plaats van 640 zouden honderd parlementariërs het afkunnen.

Berlusconi is zo geagiteerd, omdat de Europese verkiezingen er aankomen. Voor elke politicus gelden die als een populariteitspoll. Maar voor Berlusconi gaat dat veel verder. In zijn postdemocratische visie is er nog maar één controlerende macht die ertoe doet: het volk. Als het volk de leider steunt hebben de rechterlijke macht, het staatshoofd, de pers en het parlement zich daaraan te onderwerpen. Dan is de leider gelegitimeerd om via een wet onschendbaarheid voor zichzelf te regelen. De scheiding der machten is ondergeschikt aan het soevereine volk dat de leider kiest.

Op 6 en 7 juni spreekt het volk weer. Een derde van de Italianen zegt enigszins tot zeer geïnteresseerd te zijn in Europa. Maar wat Berlusconi betreft gaat het volk over twee weken niet voor Europa, maar voor hem naar de stembus.

Deze verkiezingen moeten zijn verbond met het volk hernieuwen en hem een hernieuwd mandaat bieden om zijn strijd tegen „links extremistische rechters” voort te zetten. Bij winst zal hij zich ook gesterkt voelen de grondwet te wijzigen, de premier meer en de president en het parlement minder macht te geven.

Om deze volkspeiling zo goed mogelijk te gebruiken is de premier zelf – tegen de Europese mores in – kandidaat als lijsttrekker voor zijn partij Volk van de Vrijheid. Niet om daarna naar Straatsburg af te reizen, maar om zijn machtspositie als leider van Italië te herbevestigen.

Hij voert dus volop campagne. En dat verklaart de intensiteit van zijn agressie. Zijn kwaadheid naar aanleiding van de recente affaires is oprecht, maar ook functioneel. Hij weet van vorige campagnes dat zijn tirades tegen de instituties het goed doen bij de Italianen. Die zijn al decennia lang teleurgesteld in de corrupte en vooral voor zichzelf zorgende politici. Ze hebben ook weinig vertrouwen in de rechtsstaat, omdat het tot tien jaar duurt om een geschil voor de civiele rechter uit te vechten. Vijf miljoen zaken wachten op een vonnis. En de strafwet biedt zoveel verzachtende omstandigheden dat iemand die voor het eerst tot zes jaar is veroordeeld aan celstraf kan ontkomen.

Berlusconi heeft last van deze democratische instituties, omdat ze hem bekritiseren. Het volk klaagt over de instituties, omdat ze niet goed functioneren. Dit gezamenlijke ongenoegen over het establishment weet Berlusconi als geen ander uit te buiten.

Berlusconi smeedt een band via zijn kranten, zijn drie commerciële zenders en via de staatstelevisie RAI laat hij het nieuws in zijn voordeel kneden. Zijn eigen media doen het openlijk. De RAI brengt politiek nieuws tijdens prime time volgens een strak procedé. Eerst becommentarieert een regeringspartij de politieke feiten. Dan gaat de microfoon naar de oppositie. Vervolgens vertelt een minister nog even hoe het echt zit.

Zo kan Berlusconi ongehinderd zijn waarheid uitventen, en zijn verbond met de Italianen versterken. Na de aardbeving begin april in L’Aquila gaat hij dagelijks naar het rampgebied. De camera’s registreren hoe hij in beeld twee oudere vrouwen aanspreekt. Hij maant ze om op zijn kosten naar de kapper te gaan en belooft dat hij ze allebei een nieuwe jurk zal bezorgen.

De boodschap is duidelijk. De leider geeft om zijn volk, is vriend en vertrouwenspersoon. Berlusconi doet in het groot wat in vrijwel alle Italiaanse gemeenten al eeuwen in het klein aan de orde is. Voor een baan, medische hulp, een goede onderwijzer, een bouwvergunning activeer je je vrienden binnen het apparaat.

Voor veel burgers en overheidsdienaren is de overheid een instantie die gunsten verleent, niet rechten en diensten. Deze ingesleten vorm van cliëntelisme past Berlusconi op nationaal niveau toe.

Via de televisie luidt zijn boodschap: de overheidsinstituties zijn niet te vertrouwen, maar op de leider kun je rekenen. Een tirade tegen de instituties is daarbij zeer functioneel. Zo lang deze truc werkt, heeft de leider er geen enkel belang bij het systeem te herstructureren tot een moderne dienstbare en betrouwbare overheid.

En de truc werkt, zo beklemtoonde Berlusconi dinsdag: „De Italianen staan aan mijn kant, 74,8 procent”, zei hij. Het afname van zijn populariteit als gevolg van de affaires van de laatste maand is nihil, concludeert hij tevreden: „Het wás 75,1 procent.”

    • Bas Mesters