Beest met smerige trucjes

In plaats van: Wat is je lievelingsdier?, kun je ook vragen: Welk dier vind je het allerergst? De komodovaraan is dan een goede kanshebber.

De komodovaraan leeft op het eiland Komodo en op een paar andere Indonesische eilanden. Het is de reuzenversie van de hagedissen uit onze streken; beestjes die je vliegensvlug over muren ziet schieten, en die insecten eten of eieren roven.

Maar als komodovaranen gaan jagen, dan staan er geen sprinkhanen op hun menu. Een volwassen komodovaraan (gemiddeld 2,6 meter lang en 70 kilo zwaar) schrokt zo een slang, een geit, een hert of een zwijn op. Met huid en hoef – alleen de darmen klopt hij van tevoren leeg.

Om zijn prooi te doden, gebruikt de komodovaraan smerige trucjes. Hij doodt dieren niet door in één keer hun keel door te bijten. Zijn kaken zijn daarvoor te slap. En als zijn prooi hard zou spartelen, dan zou zijn zwakke schedel het begeven.

De komodovaraan hapt in plaats daarvan met zestig gekartelde tanden in hals en buik van zijn prooi, en wacht dan tot het dier doodbloedt. Om die dood te versnellen gebruikt hij een extraatje: gif. Het stroomt op zes plaatsen tussen zijn gekartelde tanden door, in de wonden van het dier.

Het is te weinig gif om te doden. Maar het ongelukkige hert of zwijn raakt er wel door in shock: het blijft stil zitten, zijn bloedvaten worden wijder en zijn bloed stolt niet. Zo bloedt het langzaam dood.

Biologen, onder andere uit Leiden, hebben dat voor het eerst goed uitgezocht. Zij denken dat een uitgestorven reuzenhagedis uit het Pleistoceen dezelfde methode had. Maar nog een tikje formidabeler, want deze varanen (Varanus prisca) waren 600 kilo zwaar en soms wel zeven meter lang. In plaats van zwijnen aten ze de reuzenvoorlopers van kangoeroes. Of Diprotodons, die bijna zo groot als neushoorns waren. Mmm, ook geen gezellige types.

    • Margriet van der Heijden