Zijn films horen thuis in Europa

Regisseur Jacques Audiard is een nieuwe meester van de Franse thriller.

Zijn gevangenisdrama Un prophète is een van de imponerende films in Cannes.

De Franse cineast Jacques Audiard maakt het liefst genrefilms, omdat het publiek overal de taal meteen begrijpt. „De codes staan vast: de stilering van geweld, de sociale context, de dramatische representatie. Van daaruit vertel je het verhaal. En dat raakt altijd aan grotere kwesties.” Toch verwacht Audiard niet dat hij ooit naar Hollywood zal gaan om een film te maken. „Mijn films horen in Europa.”

Audiard (57) staat bekend als een nieuwe meester van de polar, de Franse thriller. Met Un prophète, de tot dusver meest enthousiast ontvangen film in het hoofdprogramma van het 62ste festival van Cannes, maakte hij een gevangenisfilm. Bij dergelijke genrefilms ligt het cliché altijd op de loer, erkent Audiard: hij prijst zichzelf gelukkig dat hij series als Prison Break niet kent, omdat hij geen televisie heeft („de grote gelijkmaker die alles naar beneden trekt en gelijkvormig maakt: beelden, dialogen, verhalen”). Zijn favoriete gevangenisfilm is One Flew Over the Cuckoo’s Nest.

De profeet van de titel is Malik El Djebena (debutant Tahar Rahim), een Noord-Afrikaanse wees die zes jaar celstraf krijgt voor een onbekende misdaad. Hij is een onbeschreven blad, een leergierige jongen die in ruim twee uur en een kwartier carrière maakt achter de tralies. Zijn beschermheer is Luciano (Niels Arestrup), de sombere, onvoorspelbare leider van de Corsicaanse bende die de gevangenis beheerst.

Via een afgedwongen moord komt Malik in zijn gunst. Op verlof buiten de gevangenis is hij boodschappenjongen voor Luciano, terwijl hij zelf ook handeltjes en een crimineel netwerk opzet. Maar binnen blijft hij de Arabier die gehoorzaam koffie zet. Een vader-zoonrelatie is het niet, eerder een kat-muisrelatie.

Wat zich eerst laat aanzien als grimmige zedenschets van het gevangenisleven, ontpopt zich als een coming of age-verhaal met epische kwaliteiten: over de machtsstrijd tussen leermeester en leerling en ondergang en opkomst in de onderwereld.

Un prophète is een cynische film, die koeltjes registreert wat nodig is om het in de gevangenis te maken. Het onmiskenbare charisma van Tahar Rahim draagt de film, een jonge debutant die deze week nerveus ketting rookt, terwijl de pers hem al vergelijkt met de jonge Al Pacino en speculeert over een Gouden Palm. Zijn combinatie van kwetsbaarheid en wilskracht imponeert: Malik toont steeds iets meer koelbloedigheid en sluwheid dan je verwacht.

Un Prophète begon met een bezoek van Audiard aan de Parijse gevangenis Le Santé, een bakstenen panopticum uit de negentiende eeuw. „Ik was geschokt, de gevangenen leven daar als in de Middeleeuwen. Geen blanke te bekennen, alleen Arabieren en zwarten. Ik wilde deze etnische onderklasse, die niet echt zichtbaar is in de Franse samenleving, een gezicht geven.”

Een Noord-Afrikaanse held dus, de rest stond tevoren niet vast. „Ik begin met een beeld, emotie, relatie, maar dat kan tot in een laat stadium nog een komische of tragische wending nemen.” Dat Un prophète ook een crimineel succesverhaal is met als moraal ‘misdaad loont’, daar danst Audiard omzichtig omheen. „Malik is slim en leergierig”, zegt hij. „Een succes in de gevangenis, maar was hij dat buiten dan ook niet geweest?”

Audiard verzet zich met kracht tegen de suggestie dat hij een boodschap heeft. „Dat de gevangenis van onschuldigen geharde criminelen maakt? Dat lijkt me eerder een constatering. Of een cliché.” En zijn gevangenis is zeker geen metafoor voor Frankrijk. „Van de gevangenen is 75 procent van Afrikaanse en Arabische komaf. Geen afspiegeling van het land dus, maar een zeer specifieke wereld.”

Dat moslims de gevangenis overnemen, acht hij irrelevant: het hadden ook Nigerianen of eskimo’s kunnen zijn. „Een groep komt op, domineert en valt weer uit elkaar. Dat is de wet van de gevangenis.”

    • Coen van Zwol