Veel goedkoper dan Sterreclame

In de lopende campagne voor de Europese verkiezingen speelt internet een grote rol. Politici zoeken het medium op, maar moeten ook oppassen voor de effecten.

Via Twitter standpunten verkopen of met hulp van Youtube kandidaten presenteren: een verkiezingscampagne kan niet zonder internet. Ook de net begonnen publiciteitsslag voor de Europese verkiezingen verloopt grotendeels via het web.

Maar zomaar wat berichten de wereld in sturen in de hoop daar kiezers mee aan te spreken, werkt niet, zegt CDA-campagneleider Michaël Sijbom. Er is volgens hem wel een strategie nodig. „De waarde van internet in verkiezingstijd is groot, omdat je peilt wat leeft onder de kiezers. Het werkt alleen als je openstaat voor reacties.”

Daarom probeert CDA-eurolijsttrekker Wim van de Camp antwoord te geven op alle reacties die hij krijgt: „Het is een investering in mijn campagne. Of het stemmen oplevert, moet nog blijken. Ik heb gemerkt dat internet een goede manier is om op een snelle manier contract te krijgen met de kiezer die je via het klassieke achterafzaaltje niet bereikt. ”

Ook voor de SP is internet erg belangrijk, zegt coördinator van de website Herman Beekers. „De aantallen die je met internet bereikt, zijn veel hoger dan via de televisie.” In verkiezingstijd maakt de SP zogenoemde viral movies. Dat deed de partij al eerder. Bij de laatste Provinciale Staten-verkiezingen was toenmalig politiek leider Jan Marijnissen te zien in een filmpje waarin hij posters op verkiezingsborden plakte. Via internet kon de potentiële kiezer de naam die op het aanplakbiljet verscheen zelf invullen. Het was een succes: volgens Beekers keken er drieënhalf miljoen mensen naar. „En het vergt relatief weinig budget: het kost niks in vergelijking met een Sterreclame. Maar er is wel creativiteit en durf voor nodig.” De SP is van plan ook in deze campagne van plan een viral te lanceren.

Reinder Rustema, docent nieuwe media en kandidaat-Europarlementariër voor de partij Newropeans, heeft kritiek. Hij ziet dat politici zich buiten campagnetijd te weinig laten zien op het web: „Internet wordt gebruikt als campagne-instrument, politici laten graag zien dat ze modern zijn. Maar een half jaar later reageren ze vaak niet meer, of je wordt doorverwezen naar de partij. ”

Internet is meer dan een campagne-instrument. Het medium zorgt ook voor effecten waarmee politici rekening moeten houden. Iedereen kan op het wereldwijde web publiceren wat hij wil, anders dan bij radio, tv, kranten of tijdschriften. Daardoor zijn politici kwetsbaarder geworden dan vroeger, stelt media-ethicus Huub Evers: „Mede doordat sommige politici via internet alle mogelijkheden opzoeken om in contact te treden met de kiezer, bijvoorbeeld via Hyves of Twitter. Maar je hebt ook sites als Geen Stijl die het op een vervelende manier op politici gemunt hebben.” Toch vindt Evers dat het vaak om relatief kleine voorvallen gaat. Alleen, ze worden wel opgeblazen, zoals onlangs de ongelukkige opmerking van Tweede Kamerlid Arend Jan Boekestijn (VVD), die op Twitter over Chinezen meldde „wel eens een spleetoog over het hoofd te zien’’. Toen de media daar eenmaal lucht van kregen, was een hype snel geboren. Evers: „Het uitvergroten gebeurt veel meer dan vroeger. Elke splinter nieuws is nieuws. Daar doen alle media aan mee.”

Specialist in mediahypes Peter Vasterman constateert dat politici op internet extra in de gaten worden gehouden. Toch hoeft een relletje op het web volgens hem niet automatisch een sneeuwbaleffect te veroorzaken, zoals dat bijvoorbeeld wel gebeurde met het optreden van oud-minister Vogelaar bij Geen Stijl: „Iets wordt pas een schandaal als de de rest van de media het oppikt. Bij bestuurders draait het namelijk om geloofwaardigheid. Pas vanaf het moment dat Vogelaar landelijk nieuws werd, verloor ze steun .”

    • Daan de Hulster