'Toezichtsgrens naar 100.000 euro'

De AFM heeft sinds een half jaar meer vat op malafide beleggingsinstellingen die buiten het directe toezicht vallen. Zes vragen hierover aan AFM-directeur Steven Maijoor.

Steven Maijoor AFM-directeur Steven Maijoor

Begin deze maand kwam de Autoriteit Financiële Markten op ongebruikelijke wijze naar buiten met een waarschuwing aan het beleggend publiek: wij doen onderzoek naar tien instellingen waarbij wij malversaties vermoeden.

Om welke partijen dat ging zei de toezichthouder er niet bij, anders dan dat het in een geval ging om een „omvang” van 70 miljoen euro, en in een ander geval van 40 miljoen. Daar had de argeloze belegger weinig aan. Welke aanbieder moet ik mijden? Moet ik mijn geld subiet terugtrekken?

Twee dagen later, op 6 mei, maakte de AFM een concrete stap bekend tegen een zo’n verdachte partij. Partrust uit Breda, dat de afgelopen jaren zo’n 30 miljoen euro bij beleggers heeft opgehaald voor investeringen in onder meer bosbouw, kreeg een last onder dwangsom voor het niet volledig informeren van beleggers. De toezichthouder verdenkt het fonds bovendien van het opzetten van een piramideconstructie waarbij geld van beleggers niet werkelijk geïnvesteerd wordt, maar de inleg van ‘latere’ beleggers wordt gebruikt om eerdere beleggers het toegezegde hoge rendement te kunnen bieden. AFM deed aangifte bij justitie. Partrust werd deze week failliet verklaard. Beleggers zijn nu vermoedelijk hun geld kwijt. Hamvraag aan directeur Steven Maijoor van de AFM, waarom niet eerder concreet gewaarschuwd?

Waarom heeft de AFM niet eerder concreet gewaarschuwd tegen Partrust?

„Dat is vooral een juridische kwestie. Tot oktober vorig jaar had de AFM geen bevoegdheden over instellingen die producten van de 50.000 euro of meer per belegging aanbieden. Partrust viel in dit vrijgestelde regime. Toen konden we er niets mee.”

Waarom is die grens überhaupt ooit op een halve ton gesteld?

„De grens van 50.000 euro geldt sinds in 2005 de Europese prospectusrichtlijn is ingevoerd. Uitgangspunt daarbij was dat beleggers die meer dan 50.000 euro kunnen uittrekken vooral professionele partijen zijn, die geen behoefte hebben aan consumentenbescherming. De Tweede Kamer heeft er wel over gedebatteerd, maar vond uiteindelijk niet dat de grens omhoog moest, vooral uit oogpunt van lastenuitbreiding voor de AFM. Los van het feit dat het om een Europese wet gaat.

„Men heeft naar mijn idee destijds inderdaad onderschat dat het aantal huishoudens dat in deze categorie kan beleggen zo hoog zou zijn. Malafide aanbieders hebben zich gericht op naïeve huizenbezitters met een behoorlijk overwaarde op hun huis. Hoewel door de kredietcrisis die groep kleiner wordt, ben ik voor verhoging van de toezichtsgrens naar een ton.”

Wat is er in oktober veranderd?

„Toen is de Wet handhaving consumentenbescherming van kracht geworden. Hoewel we nog steeds geen rechtstreeks toezicht op de categorie ‘boven de 50.000’ hebben, kunnen we via de Richtlijn oneerlijke handelspraktijken die daarbij hoort, misleiding of agressieve verkoopmethodes wel aanpakken. We hebben bijvoorbeeld de bevoegdheid een last onder dwangsom uit te vaardigen of een boete op te leggen van maximaal 450.000 euro.

„Let wel: dit zijn maatregelen achteraf. Instellingen onder toezicht, dus onder de grens van 50.000 euro, toetsen we vooraf. Die moeten een vergunning hebben of hebben een prospectusplicht.”

Als de AFM iets signaleert dat malafide is, strafbaar, dan kunt u toch altijd aangifte doen, of anderszins justitie waarschuwen?

„Jazeker. Dat doen we ook. We hebben met het OM veel contact. We wisselen veel gegevens uit en bespreken hoe we bepaalde misstanden kunnen aanpakken: bestuursrechtelijk via ons, of strafrechtelijk. Krachtens het ‘una via’ principe kan niet beide tegelijk. We moeten steeds afwegen wat de meest vruchtbare manier is.”

Klopt het dat de AFM Partrust al in 2003 op de korrel had?

„In 2003 hebben we justitie aandacht gevraagd, omdat we zagen dat Partrust obligaties zonder prospectus aanbood. Toen opereerde het nog in ons toezichtsgebied. Daarna zijn ze in het vrijgestelde regime gedoken, waardoor we er geen vat meer op hadden. In 2004 hebben we hierover aangifte gedaan. Die zaak loopt nog. Kennelijk heeft justitie tijd nodig om de zaak rond te krijgen.”

Daar hebben al die beleggers weinig aan, die gezamenlijk 40 miljoen hebben ingebracht.

„Ook wij vinden dat buitengewoon frustrerend. Het enige wat we kunnen doen – en dat doen we ook – is waarschuwen in algemene zin: belegger, weet dat de partijen die producten boven de 50.000 euro aanbieden, niet onder ons toezicht staan. Als u die belegging niet snapt, blijf er dan verre van.”