Tentoonstellingen als elitaire variant op het Songfestival

Eerst kwamen de Russen naar Groningen, toen de Chinezen en nu heeft het Groninger Museum Cubanen uitgenodigd om zijn toch al zo vrolijk gekleurde wanden op te fleuren. Sinds afgelopen weekend is in het museum de grote overzichtstentoonstelling Cuba! te zien, met werk van meer dan honderd kunstenaars. Van de meesten van hen had ik nog nooit gehoord, maar dat is ook precies de bedoeling van dit soort landententoonstellingen. Je kunt er kennismaken met kunst uit gebieden die je misschien niet zo vaak vertegenwoordigd ziet op internationale tentoonstellingen. Kunst die vaak ontstaan is buiten de canon van de westerse kunstgeschiedenis om.

De laatste jaren lijkt het een rage in museumland om dit soort geografische tentoonstellingen te organiseren. Alleen op dit moment al kun je voor Georgische kunst terecht in het Cobra Museum (t/m 14 juni) en voor Indiase kunst in het GEM (t/m 21 juni). Vanaf 30 mei komt daar nog de Braziliaanse kunst bij, die op drie plaatsen in Rotterdam getoond wordt, waaronder het Fotomuseum en Boijmans Van Beuningen.

Het is een trend die me een beetje doet denken aan de manier waarop fotografen een halve eeuw geleden voor National Geographic de wereld rondreisden, op zoek naar onontdekte gebieden en inheemse volkeren. Nu zijn het de curatoren die de wereld over vliegen, speurend naar kunstenaars die nog niet door het internationale kunstcircuit zijn omarmd. Kunstenaars uit Thailand, Korea of Oezbekistan – bij wie misschien nog iets authentieks te vinden is.

Misschien heeft het te maken met het feit dat er in de hedendaagse kunst nauwelijks stromingen meer zijn, of duidelijk aanwijsbare thema’s. Misschien dat tentoonstellingsmakers daarom maar regionale grenzen aanbrengen. De recente kunstgeschiedenis laat zich omschrijven als een opeenvolging van nationale successen: eerst was er de BritArt van de jaren negentig, toen kwam de vloedgolf aan Chinese kunst, en nu kijkt iedereen naar India en het Midden-Oosten.

Steeds meer musea en galeries vervullen daardoor de rol van ambassadeur. Kijk maar naar de Londense Saatchi Gallery, die ooit de Young British Artists op de kaart zette. In Saatchi’s nieuwe onderkomen aan King’s Road waren de afgelopen maanden overzichten van Chinese en Arabische kunst te zien. Voor de komende maanden staan exposities met ‘nieuwe Indiase kunst’, ‘nieuwe Amerikaanse schilderkunst’ en ‘nieuwe Duitse schilderkunst’ op het programma. Dat riekt toch naar ideeënarmoede.

Nog twee weken, en dan gaat in Venetië de biënnale weer van start, waar tientallen landen in hun eigen nationale paviljoens hun eigen nationale kunstenaars zullen promoten. Los van de vaak hoge kwaliteit van de inzendingen, heeft dat toch iets raars: alsof kunst dient als een soort verlengstuk van het lokale Verkeersbureau – een elitaire, beeldende variant op het Songfestival.

De kunstwereld is allang geglobaliseerd, en kunstenaars zijn vaak allang niet meer te herleiden tot één specifieke woonplaats. Wordt het daarom niet eens tijd dat we de kunstenaar los zien van zijn herkomst, en ophouden met al die National Geographic-tentoonstellingen?

    • Sandra Smallenburg