Sheherazade op spitzen

Krzysztof Pastor maakt voor Het Nationale Ballet een nieuwe, geëngageerde versie van Shéhérazade, de legendarische voorstelling van Les Ballets Russes uit 1910. „Met ballet kun je wel degelijk serieuze problemen belichten zonder dat het vulgair wordt.”

Kostuumontwerpen van Léon Bakst voor een opvoering van Schéhérezade, 1910

‘Diaghilev hield wel van een schandaaltje op zijn tijd”, zegt Krzysztof Pastor (Gdansk, 1956), de huischoreograaf van Het Nationale Ballet. Les Ballets Russes, de legendarische balletgroep van Sergej Diaghilev, zette honderd jaar geleden de danswereld op zijn kop. Met onbetwiste meesterwerken, maar ook met balletten die door het publiek als een persoonlijk affront werden opgevat. Dit tot grote tevredenheid van Diaghilev – en waarschijnlijk ook van datzelfde publiek, dat niet vrij was van sensatiezucht. Zelf is Pastor er niet op uit een schandaal te veroorzaken of wie dan ook te beledigen. Toch heeft hij een gevoelig onderwerp gekozen voor zijn nieuwste ballet. In het kader van de honderdste geboortejaar van Les Ballets Russes maakt de Pools-Nederlandse choreograaf voor HNB een nieuwe versie van Sheherazade. Daarmee treedt hij in de voetsporen van Ballets Russes-choreograaf Michael Fokine, die in 1910 tijdens het tweede Saison Russe in Parijs een kaskraker presenteerde onder dezelfde titel.

Fokines versie was een product van de toen heersende fascinatie voor de verlokkingen van de Oriënt, met name de veronderstelde seksuele losbandigheid en gewelddadigheid van de ‘barbaarse oosterling’. Met zijn nieuwe choreografie, die grotendeels nog tot stand moet komen, geeft Pastor zijn 21ste-eeuwse visie op de Arabische wereld. „In de tijd van Fokine was het beeld van het Midden-Oosten sterk vertekend. Tegenwoordig is dat eigenlijk niet veel anders. Voor mij als Pool, dus van huis uit pro-Amerikaans, was het bijvoorbeeld een schok te moeten constateren dat de VS Irak zijn binnengevallen zonder zich rekenschap te geven van de culturele en religieuze tradities van die samenleving. Dat lijkt me wel het minste, zou ik zeggen, als je een land onder valse voorwendselen aanvalt.”

In 2006 inspireerde die verbijstering hem tot een ballet over tegenstellingen én overeenkomsten tussen de westerse en de oosterse culturen, Crossing Paths. Een dergelijk geëngageerd onderwerp is min of meer natuurlijk voor Pastor, al realiseert hij zich dat sommigen de klassieke dans niet de meest voor de hand liggende of geschikte discipline zullen vinden voor een politiek statement. Zelf had hij, als jonge danser in het toen nog communistische Polen, niets op met de propagandistische balletten die daar werden opgevoerd. Monument voor een Gestorven Jongen van Rudi van Dantzig opende hem de ogen. „Moet je nagaan wat dat betekende: Polen, eind jaren zeventig, een ballet over homoseksualiteit. Ik zag ineens dat je met ballet wel degelijk serieuze problemen kunt belichten zonder dat het vulgair hoeft te worden.”

Pastor is als neoclassicus

een uitgesproken liefhebber van de spitzendans, het embleem van de klassieke dans. Mede daardoor is hij in de loop der jaren een internationaal veelgevraagd choreograaf geworden én sinds maart artistiek leider van het Pools Nationaal Ballet in Warschau, een positie die hij – zolang het gaat – combineert met de functie van huischoreograaf in Amsterdam.

Sinds hij eind jaren tachtig als choreograaf begon, vertonen zijn balletten geregeld een sociaal engagement, hoe technisch complex, lenig en elegant een en ander ook is uitgewerkt. Pastor, die voor hij in 1985 naar Nederland kwam lid was van de illegale Poolse vakbond Solidarnosc, kan om die reden worden beschouwd als de artistieke erfgenaam van Van Dantzig. Die liet in een van zijn omstreden maatschappijkritische balletten een danser als Christus aan het kruis spijkeren. In een ander werk dwaalde de paus door een herensauna.

Pastor kiest voor een subtieler aanpak. „Niet omdat ik geschokt was door die balletten van Rudi. Maar ik vind dat je ruimte moet laten voor interpretatie. Het is dans, geen toneel.” Met Crossing Paths is hij al te voorzichtig geweest, vindt hij achteraf. Hij wilde dan wel de overeenkomsten tussen westerse en oosterse culturen belichten, maar ook de achtergestelde positie van de vrouw in de islamitische wereld aan de kaak stellen. Maar in 2006, relatief kort na de inval in Irak en de moord op Theo van Gogh, was de sfeer in Nederland zeer gespannen. „In Berlijn speelde op dat moment de kwestie over de afgelasting van de opera Idomeneo wegens dreigementen uit moslimkringen. Eén van de dansers van HNB durfde niet op te treden in Crossing Paths. En ik moet bekennen: zelf was ik ook bang. Mede daardoor is het ballet niet geworden wat mij voor ogen stond. Ik heb het niet aangedurfd een echt statement te maken. Je weet tegenwoordig niet meer wanneer iemand zich beledigd voelt. Ik hoop dat ik nu moediger ben.”

Pastors nieuwe werk

is los gebaseerd op de Vertellingen van Duizend-en-Een Nacht, de verhalen waarmee slavin Sheherazade de bloeddorstige Sultan Shariar vermaakte om zo haar leven en dat van de andere vrouwen in de harem te redden. Ook klinkt de stem van Naguib Mahfouz (1911-2006) door, de Egyptische Nobelprijswinnaar voor literatuur. Zijn oorspronkelijk in 1982 gepubliceerde Arabische Nachten en Dagen is een soort vervolg op het eeuwenoude Duizend-en-Een Nacht, dat aan het begin van de achttiende eeuw in het Frans werd vertaald. Met zijn werk uitte Mahfouz indirect kritiek op de politieke corruptie, het extremisme en de religieuze onderdrukking in de Arabische wereld. In 1994 werd hij slachtoffer van een moordaanslag door een islamitische fundamentalist. Hij overleefde ternauwernood. „Terwijl Mahfouz geen fanaticus was, hij was zelfs vrij mild. Zijn kritiek kwam voort uit persoonlijke ervaring, grote kennis en liefde voor de Arabische cultuur”, betoogt Pastor. „En dat is de beste en meest geloofwaardige positie voor een criticus. Daarom zal ik er wel voor oppassen zaken in die samenleving te veroordelen. Al vind ik als westerling de ongelijkheid in de verhouding tussen man en vrouw, religieus extremisme en homohaat verwerpelijk.”

Zijn cultuurrelativisme, beaamt hij, is dus relatief. „Ik slinger voortdurend heen en weer. Ik kan me als Europeaan bijvoorbeeld níéts voorstellen bij die gescheiden leefwerelden van mannen en vrouwen, maar ik weet niet hoe de mensen dat zelf ervaren. En hoewel ik vind dat de problemen rondom integratie en extremisme benoemd en aangepakt moeten worden, blijf ik geloven in de multiculturele maatschappij.” Pastor grinnikt. „Ik moet wel. Ik ben tenslotte zelf immigrant.”

Mede door zijn ambivalente houding voelt Pastor zich verwant met de Iraanse fotografe en videokunstenares Shirin Neshat (1957). Neshat belicht in haar fotografische werk op pregnante wijze de verhouding tussen mannen en vrouwen in haar vaderland. Toen zij er na de revolutie van de ayatollahs terugkeerde, waren die radicaal veranderd. Pastor wijst naar een foto waarop de twee groepen – de mannen in het wit, de vrouwen in zwarte chadors – vlak naast elkaar staan, maar van elkaar worden gescheiden door een dun doek. „Het zijn soms geënsceneerde beelden, maar ze liggen dicht bij de werkelijkheid. Haar commentaar is indirect – je kunt er kritiek in zien, maar het hoeft niet.”

Sommige beelden roepen wel associaties op met de film Submissionvan Ayaan Hirsi Ali en Theo van Gogh. In een aantal foto’s heeft Neshat Arabische, religieuze teksten gemonteerd, op vrouwenhanden, in vrouwenogen. Pastor gebruikt haar foto’s niet, maar Neshats invloed is wel herkenbaar in de manier waarop hij zijn ‘oriëntalisme van de 21ste eeuw’ gestalte wil geven. Zo wil hij op twee schermen foto’s van islamitische vrouwen, met en zonder sluier, projecteren. „En in het toneelbeeld verdwijnt langzaam de kleur. Eerst is er een soort kleurig Perzisch tapijt, dan het blauw-wit van Marokkaanse mozaïeken en ten slotte is alles zwart-wit. Dat verdwijnen van kleur heeft Shirin erg getroffen toen zij na de revolutie in Iran terugkwam – al die vrouwen in het zwart.”

Zwart-wit is ook een symbool

voor het extremisme dat optreedt in reactie op de liefdesrelatie van de hoofdfiguren in Pastors ballet: Dunjazaad, de zus van Sheherazade, en haar buitenechtelijke minnaar Noureddin. De door de verhalenvertelster ‘verlichte’ Sultan Shariar probeert het stel te beschermen tegen de woede van de menigte, maar daarmee verzwakt hij zijn positie als machthebber. Uiteindelijk moet hij toegeven aan de wraakzucht van de maatschappij die hij zelf lange tijd bloedig heeft onderdrukt. Aan Sheherazade de taak om met haar verhalen de mentaliteit van haar medemensen te veranderen. „Dat is wat mij betreft de essentie: de positie van de vrouw in de islamitische wereld zal alleen door de vrouw zelf kunnen worden veranderd. Van de mannen hoeven ze niets te verwachten, die zitten gevangen in hun forten van religie en cultuur. Net zoals dat in Europa is gebeurd, zal het van de vrouwen moeten komen.”

Het is de vraag hoe duidelijk die boodschap in het ballet te zien zal zijn. In elk geval, zegt de choreograaf, wordt zijn Sheherazade geen lineair, verhalend ballet. „Het begint met beelden van een vreedzame samenleving, waarin mannen en vrouwen met elkaar leven. Dan volgt een fragiel, dromerig liefdesduet voor de hoofdpersonen. In het laatste deel wordt de choreografie steeds onrustiger en agressiever, met mannen en vrouwen strikt gescheiden.”

In de hedendaagse dans is ‘maatschappelijke relevantie’ weer helemaal in, maar de klassieke choreografen van vandaag worden er maar zelden op betrapt. Pastors antwoord op de vraag of ook de danskunstenaar ‘alles moet kunnen zeggen wat hij wil’, luidt eerst hartgrondig bevestigend. En dan volgt weer een ‘maar’. „Als het maar niet discriminerend is ten aanzien van mensen met een andere religie, nationaliteit, ras, geslacht, seksuele geaardheid enzovoort.” Pastor lacht wat schaapachtig. Hij voelt zich duidelijk ongemakkelijk. „Klopt. Het is gevoelige materie. Ook nu ben ik niet vrij van twijfel en angst.”

Het Nationale Ballet met 100 jaar Les Ballets Russes: Les Sylphides (Fokine/Chopin), De Verloren Zoon (Balanchine/Prokofjev) en Sheherazade (Pastor/Ravel). Muziektheater Amsterdam, 19 t/m 27 juni. Inl. 020-5518245, www.het-ballet.nl