Opleiding 451: keuzemanagement

Studenten zijn niet gebaat bij het versplinterde onderwijsaanbod.

Breng het aantal bacheloropleidingen op hbo’s en universiteiten terug.

(Illustratie Daisy Erades) Illustratie Daisy Erades Erades, Daisy

Onlangs kondigde de Universiteit Leiden aan in september weer een nieuwe bacheloropleiding te beginnen: Informatica & Economie. Deze wonderlijke samenvoeging brengt het totaal aantal bachelors dat aan deze universiteit te volgen is op ruim vijftig. Leiden is hierin niet uniek. De Universiteit Utrecht, de Rijksuniversiteit Groningen en de Universiteit van Amsterdam tellen respectievelijk 53, 60 en 65 verschillende bacheloropleidingen. Om tot deze aantallen te komen zijn er de laatste jaren steeds meer aantrekkelijk klinkende opleidingen als International Business Management en Kunsten, Cultuur en Media in de studiegids opgenomen.

Het hebben van veel keuze klinkt prettig. Het suggereert dat er altijd wel een opleiding van je gading bij zit. Toch is de huidige versplintering van het onderwijsaanbod niet wenselijk. De wetenschap lijdt eronder, de versplintering is duur én de student is er niet bij gebaat.

Universitair onderwijs heeft traditioneel gezien als voornaamste doel het afleveren van academisch gevormde personen die in staat zijn tot het verrichten van onderzoek. Een gefragmenteerd onderwijsaanbod leidt tot afgestudeerden die van twee of drie vakken niet meer dan een beetje weten.

Dat is natuurlijk geen goed fundament voor een groot onderzoeker in spe. Wetenschap is gebaat bij diepgang en specialisatie. Met het nieuwe onderwijsaanbod lijkt het tegenovergestelde te worden nagestreefd; ‘Ben je geïnteresseerd in taal of geschiedenis, maar heb je geen zin om je te beperken tot een superspecialisme? Neem dan eens een kijkje bij de opleiding Taal en Cultuurstudies’, kopt de website van de Radboud Universiteit. Ook voor studenten die ‘geen zin in specialiseren’ hebben, is er blijkbaar plaats op de universiteit. Volg gerust wat vakken Spaans, een blok communicatiewetenschap en studeer vervolgens af in de geschiedenis van de Middeleeuwen. Nog bonter maakt de Utrechtse studie theater-, film- en televisiewetenschap het: ‘Heb je weleens gehuild bij een film? Of je verbaasd over mensen die dat doen? Is het niet fascinerend dat mensen ontroerd raken van een voorstelling, terwijl ze weten dat alles volgens een script geacteerd is? Dit soort vragen kun je verwachten als je de bacheloropleiding theater-, film- en televisiewetenschap gaat volgen.’

Het merendeel van de nieuwere universitaire studies lijkt bovendien gericht te zijn op de praktijk; een gebied dat traditioneel juist aan het Hoger Beroepsonderwijs toebehoort. Bij de bachelor Kunsten, Cultuur en Media leert de student onder meer ‘hoe een tentoonstelling of theaterproductie georganiseerd wordt, hoe boeken tot stand komen en hoe je juiste sponsors vindt om een concert rond te krijgen’, aldus de website van de opleiding. Over academische vorming of analytisch denken, rept de site in het geheel niet.

Dan de kosten. Elke aparte bacheloropleiding heeft eigen medewerkers, folders, websites en secretariaten. De kerntaken van een universiteit zijn onderwijs en onderzoek, maar door het oerwoud aan bachelors gaan er vele tonnen verloren aan overheadkosten die niet aan de kerntaken gespendeerd worden. Als het aantal verschillende studies drastisch wordt teruggedrongen, kan het vrijgekomen geld worden geïnvesteerd in diepte én breedte van de dan nog bestaande opleidingen. Een klassieke studie aan een instituut met meer middelen en betere docenten levert geheid meer plezier op dan een lege huls met indrukwekkende naam.

De vwo’er die nu op zijn eindexamen zit te blokken, vertrekt in september vol goede moed naar de studentenstad van zijn keuze. Het afgelopen jaar heeft hij of zij zijn hersenen gepijnigd om uit het overweldigende aanbod een opleiding te kiezen. Het keuzeaanbod suggereert dat er bijna voor iedere aankomende academicus wel een op maat gesneden opleiding bestaat. De praktijk is anders. Verward door het immense aanbod van opleidingen, maken veel studenten in eerste instantie júíst de verkeerde keuze; ruim een kwart van alle studenten haakt af na het eerste jaar. Deze studenten lopen studievertraging op of stoppen zelfs definitief met studeren.

Een overzichtelijk aanbod van opleidingen gebaseerd op de grote lijnen maakt het voor de student makkelijker kiezen en geeft duidelijkheid: de student weet dat het in het begin misschien even doorbijten wordt, maar dat hij in volgende jaren op basis van zijn eigen opgedane studie-ervaring een juiste specialisatie kan kiezen. Zijn denken is dan voorzien van een steviger fundament.

In plaats van aan de lopende band nieuwe opleidingen te verzinnen om zo studenten voor zich te winnen, kunnen universiteiten zich beter richten op het uitvoeren van kwalitatief hoogstaand onderzoek en het aanbieden van uitmuntend onderwijs. Daar varen wetenschap, student én portemonnee wel bij.

Coen Brummer studeert Geschiedenis aan de Universiteit Utrecht.

Lees meer artikelen van Coen Brummer op zijn website coenbrummer.nl

    • Coen Brummer