Ontwikkelingshulp

In haar bespreking van de boeken Dead Aid van Dambisa Moyo en It’s our turn to eat van Michela Wrong (Boeken, 08.05.09) beweert Marcia Luyten dat Moyo sociaal-culturele kenmerken, zoals kortetermijndenken, wantrouwen, directe consumptie en een ander arbeidsethos, negeert.

Luyten zegt ook dat hulp gezuiverd van perverse effecten een duw in de goede richting kan geven. Maar perverse effecten zouden wel eens een intrinsiek kenmerk van hulp kunnen zijn.

Het boek van Wrong laat zien dat tribale elites in Kenia door corruptie en zelfverrijking het toch al moeizame proces van natievorming niet stimuleren. Kenia’s buurland Tanzania kent geen elite gevormd langs etnische lijnen. Hoewel Tanzania er vooral hierdoor wat natievorming betreft relatief gunstig uitspringt in Afrika, tieren geïnstitutionaliseerde corruptie en zelfverrijking door de politieke elite ook daar welig. En ondanks Nyerere is Tanzania een arm land gebleven. Volgens mij zijn integere en competente leiders belangrijk, maar weerspiegelen zij toch vooral het collectieve bewustzijn van de bevolking.

In diezelfde bijlage wordt het boek The Spirit Level. Why more equal societies almost always do better van Wilkinson & Pickett besproken. Hierin worden de negatieve maatschappelijke gevolgen van inkomensongelijkheid geschetst. De oorzaak van deze negatieve gevolgen zou vooral liggen in de stress en minderwaardigheidsgevoelens die grote inkomensongelijkheid met zich meebrengt.

Ik denk dat dit boek uitermate verhelderend is met betrekking tot de problematische verhouding tussen elite en volk in sub-Sahara Afrika, evenals het boek Luxury Fever van Robert Frank (1999).

Toon van Eijk, via e-mail

    • Via E-Mail
    • Toon van Eijk