Nog steeds lopen er alleen blanken op de stoep

Dylan van Eijkeren: Ik zag een aap. Reisbrieven uit het nieuwste Zuid-Afrika. De Geus, 376 blz. € 19,90

Bram Vermeulen: Help, ik ben blank geworden. Bekentenissen van een Afrika-correspondent.Prometheus/NRC Handelsblad, 241 blz. € 18,95

Dylan van Eijkeren: Ik zag een aap. Reisbrieven uit het nieuwste Zuid-Afrika. De Geus, 376 blz. € 19,90

Bijna twintig jaar na het einde van de apartheid is racisme springlevend in Zuid-Afrika. In combinatie met groeiende criminaliteit, hoge aidscijfers, corruptie en armoede is een gevaarlijke mix ontstaan. En nu populist Jacob Zuma is aangetreden als president, bestaat volgens sommigen zelfs een gerede kans dat het land dezelfde kant op gaat als buurland Zimbabwe.

Bram Vermeulen, correspondent van NRC Handelsblad en NOS, schetst in Help, ik ben blank geworden een somber beeld van Zuid-Afrika. Hoewel hij aan het slot optimistischer is, is de parallel met Zimbabwe nadrukkelijk aanwezig. Het enige verschil is dat Zuid-Afrika veertien jaar achterloopt, tekent Vermeulen op uit de mond van blanke boeren. In Zuid-Afrika kwamen zwarten in 1994 aan de macht, in Zimbabwe veertien jaar eerder. ‘In beide landen wachten massa’s arme kiezers op de kans in de rijkdom van de blanken te delen.’

Vermeulen begint zijn verhaal met de blanke boerenzoon Johann Nel (op de achterflap Johan Nell genoemd), die op een ochtend een krottenwijk in wandelt om het vuur te openen op de zwarte bewoners. Er vallen vier doden. Op zoek naar de achtergronden spreekt Vermeulen onder meer met de psycholoog en de ouders van de dader. Ook blanke boeren en zwarte sloppenbewoners haalt hij aan om de moord te duiden.

De door Nel aangerichte slachting is te vergelijken met de moord op Theo van Gogh door Mohammed B., beweert Vermeulen. Beiden zijn volgens hem het product van een mislukt integratieproces. Zoals de Marokkaanse minderheid niet goed geïntegreerd is in Nederland, zo zijn blanke boeren niet goed geïntegreerd in Zuid-Afrika. In Nederland én Zuid-Afrika mondde dat volgens de schrijver uit in moorddadig extremisme.

Helaas zijn de vergelijkingen van Vermeulen vaak nogal vergezocht. Er valt veel af te dingen op zijn poging de moord van Nel toe te schrijven aan een mislukt integratieproces. Tijdens het proces blijkt dat de dader zelf de schuld geeft aan zijn ouders, die hem te weinig aandacht zouden hebben gegeven. Vermeulen lijkt te beseffen dat hij soms doordraaft. „Waar heb je het in vredesnaam over?”, citeert hij zijn cameraman. „Wat heeft integratie nou te maken met de gestoorde geest van een moordenaar?”

Beter geslaagd zijn de bespiegelingen over zijn eigen integratie in Zuid-Afrika. Aan het begin van zijn zevenjarig correspondentschap verwijt Vermeulen de blanken dat ze nooit oprecht geprobeerd hebben op een normale manier samen te leven met zwarten. Hij gaat dat allemaal anders doen, besluit hij. Maar hoe langer hij in Zuid-Afrika is, hoe minder hij daarin slaagt. Prachtig beschrijft Vermeulen zijn groeiende twijfels en teleurstellingen, om uiteindelijk te concluderen dat integreren veel ingewikkelder is dan hij in zijn jeugdige onschuld dacht.

Dylan van Eijkeren is in zijn boek over Zuid-Afrika wat minder ambitieus. Waar Vermeulen grote vragen en thema's opwerpt, beschrijft Van Eijkeren in Ik zag een aap vooral het dagelijks leven. Per auto en trein reist hij kriskras door Zuid-Afrika. Ook Van Eijkeren schrijft veelvuldig over racisme en geweld, maar anders dan Vermeulen is hij meer waarnemer dan analist.

Van Eijkeren, voorheen onder meer redacteur bij Elsevier en Esquire, blinkt uit in rake droog-humoristische typeringen. Veel cafés blijken tot zijn verbazing nog steeds twee ingangen te hebben, net als ten tijde van de apartheid. Als Van Eijkeren in Kaapstad een zwart café bezoekt, kijken de aanwezigen hem verbouwereerd aan. In het dorp Amsterdam, op de grens met Swaziland, ziet hij op de trottoirs alleen blanken lopen. Zwarten lopen door de goot, of aan de overkant van de straat over een pad in het gras. Hoewel de wet die blanken het recht gaf om zwarten van de stoep te duwen, in 1990 is afgeschaft, lijkt niemand de behoefte te hebben de nieuwe, niet-racistische regels in de praktijk te brengen.

Een minpunt van Ik zag een aap is dat het nogal kabbelt. Omdat Van Eijkeren zijn reis chronologisch beschrijft, zit er weinig spanning en ontwikkeling in zijn boek. Hij reist, zoekt een hotel, eet wat en reist verder. Op de achterflap probeert men spanning te wekken met de bewering dat 2008 een tumultueus jaar was voor Zuid-Afrika, maar waarom dat zo is maakt het boek niet duidelijk.

Over de toekomst van het land is Van Eijkeren gematigd optimistisch. In Zuma heeft hij weinig vertrouwen en ook de hoge criminaliteitscijfers baren hem zorgen, maar daar staat tegenover dat hij soms bijna lyrisch is over de vriendelijke bevolking en de goede voorzieningen.

Misschien dat volgend jaar het jaar van de waarheid wordt, als Zuma zichzelf moet bewijzen en in Zuid-Afrika het wereldkampioenschap voetbal plaats heeft. Met een succesvol WK hoopt Zuid-Afrika zwartkijkers te logenstraffen. Niet iedereen is zeker van een goede afloop. Spanje is door de FIFA al aangewezen als reserve- organisator.

    • Gerbert van der Aa