Muziek zal ons redden

Tessa Leuwsha : Solo, een liefde. Augustus, 192 blz. € 17,90

Tessa Leuwsha : Solo, een liefde. Augustus, 192 blz. € 17,90

In de Parbo-blues, de knappe roman waarmee Tessa Leuwsha (1967) vier jaar geleden debuteerde, vertelt een in Amsterdam geboren meisje hoe haar Surinaamse vader in Nederland verpieterde. Henry Charmes was begin jaren zestig – voor de grote golf uit – naar Nederland gekomen, omdat hij dacht: ‘Holland is het Paradijs’. Leuwsha’s tweede roman, Solo, een liefde, toont de keerzijde van dat verhaal, het verhaal van de achtergeblevenen. Hoe zou het iemand als Henry Charmes zijn vergaan als hij het paradijs niet elders had gezocht? Wat liet een vorige generatie achter zich?

Om dit te onderzoeken laat Tessa Leuwsha in Solo, een liefde opnieuw een dochter aan het woord: het vaderloze meisje Solana, geboren en getogen op de plantage Paradise in het district Coronie. In 1965 wordt ze door haar moeder, die naar Amsterdam vertrekt, achtergelaten op een nonneninternaat in Paramaribo. Solana, kleindochter van slaven en erfgename van de door een Hollandse eigenaar verlaten plantage in Coronie, pikt dat niet en loopt weg. Ze besluit Paradise te gaan heroveren op het zeeslib, het onkruid, de verwaarlozing, de onverschilligheid. Het is een droom, die ze koste wat kost en tegen de verdrukking en verloedering van Suriname in wil realiseren.

Arm Suriname. Naar de toekomst, de onafhankelijkheid van Nederland die zo’n tien jaar later zou volgen, keken weinigen uit, het land droeg de sporen van het verleden, de slavernij die nauwelijks een eeuw was afgeschaft, en het heden was een lamlendige leegte.

Het meisje Solana is opgegroeid met de verhalen over haar overgrootvader, die na de afschaffing van de slavernij het vervallen Paradise in beheer kreeg en tevergeefs probeerde er nog iets van te maken. Misschien lukte dat niet omdat hij zich bij het lot had neergelegd en geloofde in de vloek die zijn familie had getroffen: nooit zouden zij terugvliegen naar Afrika, het was hun straf in Suriname te blijven en een miserabel bestaan te leiden.

De tragedies die Solana hoort over haar voorouders, niet zelden verwekt door met naam en toenaam bekende blanke verkrachters, verschillen niet veel van die van haar vrienden in Paramaribo, zoals de ambitieuze Orfeo, trompettist en leider van een bandje dat op bruiloften en partijen speelt . De vier bandleden komen uit Frimangron, een haveloze achterbuurt van Paramaribo. Muziek is het enige wat zij hebben. Hun levens zijn al verwoest voordat ze goed en wel kunnen beginnen. Het schrijnendst is de biografie van saxofonist Iwan. Diens moeder is zo hemeltergend vernederd door de nakomeling van een plantagehouder, dat hij er zwaar gestoord van is geworden. Minstens zo krankzinnig als Orfeo’s als zwerver geëindigde vader.

Aan Iwan, de zachtmoedige muzikale ‘landsdienaar van lage rang’, is het tweede deel van de roman gewijd. Hij heeft gevangengezeten wegens een geweldsdelict tegen een dronken blanke die hem provoceerde. De jonge ex-gedetineerde staat model voor de vergeefsheid van elk streven er in het afbladderende Paramaribo van de jaren zestig nog iets van te maken.

Als muzikant probeert Orfeo de moed erin te houden. Maar het succes van zijn band blijft uit, de één na de ander haakt af, raakt op drift, gaat kapot. Intussen is de doortastende Solana in Frimangron (letterlijk: de grond van de vrije man) bij Orfeo ingetrokken. Overdag werkt ze zich in het zweet bij het warenhuis Kersten, ’s avonds volgt ze een landbouwcursus om goed geëquipeerd haar plantage nieuw leven te kunnen inblazen.

De relatie tussen Solana en Orfeo is even uitzichtloos als de situatie van het land waarop zij hun toekomst projecteren. Subtiel toont de roman de ontwikkeling van de sekseverhoudingen. Orfeo dreigt, als hij niet naar het buitenland vertrekt, een loser te worden, Solana weigert haar droom op te geven, hij kan er niet tegen dat zij het heel goed zonder hem kan stellen. De titel Solo, een liefde, slaat dan ook niet op de liefde tussen die twee. Solo is het woord dat Solana als kind kerfde in een steen op Paradise, het moesten de eerste letters van haar naam voorstellen.

De liefde van Solo behelst de liefde voor het paradijs aan zee in Coronie, dat ze helemaal in haar eentje moet zien terug te winnen. Solo, een liefde is een compositie waarin klanken van weemoed en verlangen, zorg en hoop met elkaar om voorrang strijden en samen een wonderschone intens droeve melodie opleveren.

    • Elsbeth Etty