Mijn foto's laten zien dat ik er ben

Mirjan van der Meer studeert ‘autonome beeldende kunst’.

Maar ze fotografeert ook. En voor je het weet ben je dan wereldberoemd.

Kijk eerst naar de kleine foto op deze pagina. Waarschijnlijk ken je hem. Het is de omslagfoto van La solitudine dei numeri primi, de debuutroman van Paolo Giordano. Dat boek is in Italië meer dan een miljoen keer verkocht, won de hoogste literaire prijs van het land, wordt of is al vertaald in dertig andere landen, deze herfst begint de verfilming. In Nederland zou De eenzaamheid van de priemgetallen zomaar eens het best verkochte boek van dit jaar kunnen worden.

Op de foto staat, ja wie eigenlijk. Is het Mattia, de hoogbegaafde jongen die zichzelf verminkt door af en toe met een mes in zijn armen en handpalmen te kerven? Of is het toch Alice, het mooie maar manke meisje met haar anorexia nervosa? De twee hoofdfiguren uit het boek zijn zo anders dan anderen – en herkennen dat in elkaar – dat ze letterlijk op elkaar zouden kunnen lijken. Het ultieme romantische liefdespaar vormen ze, stond in de recensie in deze krant: voor elkaar bestemd, maar niet in staat elkaar te krijgen.

Maar nee, ze zijn het niet. Op de foto staat Mirjan Rooze. Of eigenlijk: Mirjan van der Meer, want Rooze „is een naam die ik gewoon mooier vond voor mijn profiel op internet”. De foto is een zelfportret, dat ze twee jaar geleden maakte toen ze ’s morgens vroeg naar buiten ging om het gevoel van het moment waarop ze wakker werd op een foto vast te leggen. Negentien, was ze toen. En ‘buiten’ is een boerderij bij Akkrum in Friesland. Daar woont Mirjan van der Meer (21) met haar ouders en drie broers.

Op rooze.deviantart.com staan nog veel meer van dit soort zelfportretten. Met het maken daarvan is Mirjan van der Meer begonnen toen ze voor haar achttiende verjaardag een fototoestel kreeg. Ze zat nog op een modeopleiding, nu studeert ze ‘autonome beeldende kunst’ aan de Academie Minerva in Groningen. Op haar foto’s wil ze steeds een emotie in samenhang met een bepaalde sfeer laten zien: vrijheid, verwondering, schoonheid, dat soort dingen. En dan ligt het voor de hand om te gebruiken wat tot je beschikking staat: het land en de natuur rond de boerderij, de gevoelens die worden weerspiegeld in je eigen gezicht.

De foto’s van Mirjan van der Meer staan op internet („Ik wil graag delen, dat vind ik het mooiste wat er is”), maar onder die andere naam dus en zonder mailadres. Ze laat zich zien, maar verstopt zich ook zou je kunnen zeggen. Een beetje zoals op de foto van De eenzaamheid van de priemgetallen. Een beetje ook zoals Mattia en Alice. En met als gevolg dat de Italiaanse uitgeverij in 2008 de foto als omslag gebruikte zonder Mirjan van der Meer daarvan op de hoogte te stellen: ze konden haar niet vinden.

Het was heel raar, zegt ze nu: „Ik kreeg messages van members van de deviantart-site, die zeiden dat ze een foto van mij op een boek hadden gezien. Later stuurden mensen ook foto’s, van stapels boeken in boekwinkels met die foto erop.” Pas toen de Nederlandse uitgever een membership aanvroeg van de deviantart-site, werd ze gevonden. Nu hangt in de keuken van de boerderij in Akkrum een affiche met de omslag van het boek. En op de overloop nog één, abri-groot. Een paar weken geleden hebben Mirjan van der Meer en Paolo Giordano elkaar voor het eerst ontmoet in Amsterdam.

Welk gevoel laat je zien op de omslagfoto?

„Dit is een heel persoonlijke foto. Wat je erop ziet is dat ik eigenlijk een bescheiden, stil iemand ben. Ik hou me het liefst op de achtergrond. Pas als ik me ergens op mijn gemak voel, kom ik los. Maar dat zeg ik nu. Dat ik dat gevoel vastlegde, had ik niet door toen ik de foto nam. Twee jaar geleden wist ik nog niet eens waarom ik zelfportretten maakte. Ik deed het gewoon. Tot mijn moeder op een dag zei: volgens mij is het een bevestiging van dat je er bent, dat je bestaat en dat je leeft. En dat is het, denk ik.”

Herinner je je de dag dat je de foto nam?

„Ja, want ik had net een nieuw fototoestel. Mijn tweede toestel was dat, het was professioneler. En dit was één van de eerste foto’s die ik ermee maakte. Ik was ’s morgens vroeg wakker geworden, mijn bed staat zo dat de ochtendzon op mijn gezicht valt. Dan is het zes of zeven uur en ga ik naar buiten. Vaak probeer ik een gevoel terug te halen van toen ik een bepaalde film zag. Of hoe ik wakker werd. En dan trek ik kleren aan waarvan ik denk dat ze bij dat gevoel passen. Die ochtend dacht ik: ik kan ook weleens iets met bladeren doen. De foto is genomen bij een boom die vlakbij de boerderij staat.”

Paolo Giordano heeft de foto zelf gekozen?

„Ja, toen ik hem ontmoette, vertelde hij dat hij en de grafisch ontwerpster hadden gezegd: dit moet hem worden. Hij zag er beide hoofdfiguren tegelijk in. Dat heb ik niet natuurlijk, ik zie mezelf. Maar ik vind de foto wel goed passen. Het boek gaat over iets dat er is en dat je wilt – en toch doe je het niet en verschuil je je. En de hele tijd dat je je verstopt, weet je dat dat iets er is en dat het belangrijk voor je is.”

En nu ben je beroemd.

(Ze lacht, ze lacht steeds eigenlijk. In het echt is ze nog mooier dan op de foto, vrolijk en opgewekt.) „Nee hoor, ik word niet herkend op straat. Zelfs in boekwinkels vaak niet, terwijl het boek daar toch altijd in het zicht ligt. En dat snap ik ook wel: je ziet op de foto maar een stukje van mij, een gevoel dat op dat ene, speciale moment is vastgelegd. Dat is dus iets heel anders dan mij tegenkomen.”

En wie zie jij als je het boek ziet liggen? Jezelf of een abstractie van jezelf?

„Ik zie gewoon mezelf. En meestal moet ik dan lachen: daar heb je haar weer. Laatst was ik in een boekwinkel en daar lag het boek nu eens een keer niet. Toen zag ik iemand een doos openscheuren en ja hoor: daar kwam ik weer tevoorschijn. Dus ik zie mezelf, maar het doet me niet zoveel. Het overheersende gevoel is dat me iets bijzonders is overkomen. Iets wat ik nooit had verwacht.”

Zoals Paolo Giordano nooit had verwacht dat hij op zijn 26ste zo’n succesvol boek zou schrijven?

„Hij heeft me verteld dat hij bezig was met zijn promotieonderzoek, hij is natuurkundige. En als hobby schreef hij korte verhalen. Toen zei iemand tegen hem: schrijf toch een boek. Dat bracht hem op het idee om de twee verhalen waar hij mee bezig was te verknopen. Voor mij is fotograferen ook niet meer dan een hobby. Maar nu dit is gebeurd, ben ik er wel trots op dat ik hier deel van mag zijn. Het is een prachtig boek. Je herkent gevoelens die je zelf ook hebt. Ik maak natuurlijk niet dezelfde dingen mee als Mattia en Alice. Maar ik begrijp hun eenzaamheid. Eenzaamheid is ook een gevoel dat in de foto zit, denk ik. (Ze lacht weer.) Iedereen is eenzaam, toch? En met mij gaat het heel goed hoor.”