Kosten van Icesave lopen op voor Nederlandse staat

AMSTERDAM. Het omvallen van de internetspaarbank Icesave kost de Nederlandse Staat fors meer dan tot dusver werd aangenomen. Uit een rapport van de algemene rekenkamer blijkt dat de schade is opgelopen tot 106 miljoen euro. In februari van dit jaar werd de strop door het ministerie nog geraamd op 92 miljoen euro. Dat betekent een toename van 15 procent, meldde de televisiezender RTLZ gisteren. Icesave viel in oktober van 2008 om, nadat het IJslandse moederbedrijf Landsbanki in grote problemen was gekomen. Icesave kon in oktober vorig jaar zijn financiële verplichtingen niet meer nakomen nadat de belangrijkste IJslandse banken kopje onder waren gegaan door de kredietcrisis. De bank had in Nederland 128.000 spaarders geworven, die in totaal 1,66 miljard euro hadden ingelegd. Het merendeel van de spaarders heeft zijn geld teruggekregen door het garantiestelsel van De Nederlandsche Bank. De depositogarantieregeling garandeerde dat de spaarders tot 100.000 euro van hun spaargeld terugkregen. Het grootste deel van de rekening kwam terecht bij de IJslandse overheid. De Nederlandse banken en overheid draaiden vervolgens op voor de rest.