Is die jongen al geherprogrammeerd?

Mirjam Mous: Boy 7. Van Holkema & Warendorf, 12+, 288 blz. €16,95

Daar ligt hij dan in een verlaten en bloedhete vlakte. Hij? Wie is hij? Hij heeft geen idee, zijn herinneringen zijn verdwenen. Pas als hij even later meerijdt in een auto ziet hij op zijn rugzak iets wat lijkt op een naam: Boy 7. Zo begint de jeugdroman Boy 7 van Mirjam Mous, met een paukenslag die de zoektocht van de hoofdpersoon naar zijn identiteit meteen spanning en vaart geeft. In deze ‘jeugdthriller’. Op zoek naar zichzelf dringt Boy 7 steeds dieper in een wereld vol grootschalige criminaliteit en griezelige wetenschappelijke experimenten, waarin niemand te vertrouwen blijkt te zijn. Mous heeft deze speurtocht ingenieus geconstrueerd, met tijdsprongen en verrassende wendingen die bijvoorbeeld aan de rugzak steeds weer een andere functie geven.

Juist omdat in het verhaal achter elk deurtje een nieuw deurtje blijkt te zitten, moet over het plot niet te veel onthuld worden. Het is alleen onvermijdelijk te zeggen dat het verleden van Boy 7 iets te maken heeft met een heropvoedingsprogramma. Daarbij worden jonge wetsovertreders door een Cooperation X met computertechnologie opnieuw geprogrammeerd en gemanipuleerd. Deze hoofdstukken zijn zonder meer de sterkste van het hele boek. Boy 7 krijgt hier het karakter van een kostschoolroman, waarin verraad en loyaliteit de golfslag in de jongensgroep bepalen. Nog indringender zijn de scènes waarin de jongens steeds minder begrijpen wie ze zijn – een verheviging van de twijfel over de eigen identiteit die hoort bij de adolescentie.

Zo begint Boy 7 zich op een gegeven moment zelfs af te vragen of zijn pogingen Cooperation X te ontmaskeren wel uit hem voortkomen. ‘Wie was ik? Hield ik echt van pizza en spareribs of was dat alleen maar een bedenksel van Cooperation X? [...] Zelfs alles wat ik nu voelde en dacht, kon een trucje met mijn hersens zijn. Mijn hele wezen was mogelijk een leugen.’ Mous geeft haar thriller hiermee diepgang en urgentie. En daarom is het jammer dat ze een andere mogelijkheid om dit te doen onbenut laat. Cooperation X blijkt namelijk een organisatie van criminelen te zijn. Veel minder interessant dus dan wanneer het heropvoedingsprogramma in handen van de overheid zou zijn geweest. Dat laatste had vragen opgeroepen als: hoe ver ga je in de aanpak van criminelen? Hebben zij minder rechten dan anderen? Vragen uit de actualiteit (Abu Ghraib) en kunst (A Clockwork Orange) die Boy 7 meer lading hadden kunnen geven.

Nu leunt Boy 7 vooral op de suspense. Maar die is dan ook top. Zo’n spanningsboog loopt bijvoorbeeld vanaf de scène waarin Boy 7 een achtervolger afschudt, via een wc, naar het moment waarop de benzine in de auto op dreigt te raken. Tussendoor zijn er kortere, net zo spannende scènes, met toespelingen op de actualiteit (hypotheekcrisis) en grapjes zoals de bowlingbaan die Big Lebowski blijkt te heten. Boy 7 is een toonbeeld van vakmanschap.

    • Karel Berkhout