In Tsjetsjenië kan het niet saai genoeg zijn

Jelle Brandt Corstius: Kleine landjes. Berichten uit de Kaukasus. Prometheus, 165 blz. € 14,95

Jelle Brandt Corstius: Kleine landjes. Berichten uit de Kaukasus. Prometheus, 165 blz. € 14,95

Wie de televisieserie Van Moskou tot Magadan van Jelle Brandt Corstius heeft gevolgd, komt in zijn boek veel bekenden tegen. Van de dikbuikige bergbewoners die er prat op gaan hun vrouw geschaakt te hebben, tot de minidictator Iljoemzjinov van de minidictatuur Kalmukkië, waar schaken al op school wordt aangeleerd (als denksport, wel te verstaan). Het is een vrolijk rariteitenkabinet van Absurdistan, geestig opgeschreven, met een lach en een traan en een groot empathisch vermogen. Zoals de wat slungelige Brandt Corstius voor de VPRO door Rusland wandelde, zo schrijft hij ook. Onnadrukkelijk, relativerend en met gevoel voor de kleine man of vrouw die zich staande probeert te houden in een leven waar hij weinig invloed op heeft en waar drank altijd uitkomst biedt.

Twintig jaar geleden deed ik als correspondent van NRC Handelsblad hetzelfde. Ik weet niet waarom het juist Rusland is dat schrijvers en journalisten vaak tot een dergelijke aanpak verleidt. Bureaucratie, machtsmisbruik, waanzin, oorlog en ellende komen in driekwart van de wereld veelvuldig voor, maar sinds Karel van het Reve wordt juist over dit deel van de wereld graag op deze geestige en toch betrokken manier geschreven. Dat het hilarische communisme er al lang ten grave is gedragen, maakt totaal geen verschil. Is het omdat Russen meer op ons lijken dan Chinezen, dat wij ons graag vrolijk maken over de normen en waarden in die veelvolkerenstaat?

Jelle Brandt Corstius kan goed schrijven. ‘Dull weather, short rain was de weersverwachting voor Grozny volgens een monitor bij de incheckbalie in Moskou. Dat kwam goed uit, want het kon mij niet dull genoeg zijn in Tsjetsjenië’, luidt de beginzin van het hoofdstuk over Tsjetsjenië. Prima beginzin voor een reis naar een gebied dat herstelt van een oorlog. Brandt Corstius heeft niet de pretentie in dit hoofdstuk die oorlog te doorgronden, liever zet hij de lezer op het verkeerde been en gaat naar een internationaal filmfestival in Grozny, de hoofdstad van Tsjetsjenië, totaal platgebombardeerd door de Russen, maar inmiddels door de Poetin-getrouwe president Kadyrov (die zich graag omringt met bodyguards en leeuwen) in oude luister weer opgebouwd.

In het hoofdstuk over de zomeroorlog in Zuid-Ossetië blijkt Brandt Corstius schatplichtig aan Joris Luyendijk, die in zijn bestseller Het zijn net mensen betoogde dat journalisten vaak, gedwongen door onwetende kranten- of tv-redacties of uit hoogstpersoonlijke luiheid, commentaar geven op dingen waar ze niks vanaf weten. Brandt Corstius verbaast zich erover dat in de eerste berichten over de oorlog de schuld bij Rusland werd gelegd, terwijl de Georgische president Saakasjvili was begonnen. Dat komt, zegt hij, doordat de Georgiërs een betere pr-machine hebben dan de Russen. En doordat de Russische overheid minder toegankelijk is dan de Georgische.

Allemaal waar, maar ook die constatering is luie journalistiek. Dat de waarheid in de oorlog op het kerkhof ligt, weet een kind. Dat zo weinig journalisten, als de rookwolken zijn opgetrokken, de moeite nemen om uit te zoeken wat er wérkelijk is gebeurd, is het echte probleem, zoals ook Luyendijk constateerde. Het boek van Brandt Corstius heeft natuurlijk die pretentie niet. Het moet wel amusant blijven. Dat levert mooie televisie op. Maar over Tsjetsjenië zijn betere boeken geschreven.