In de nederzetting Maskiot gaat de bouw door

De nieuwe Amerikaanse regering wil dat Israël alle bouw in nederzettingen stopt. Maar Maskiot op de bezette Westelijke Jordaanoever mag juist gaan bouwen.

Roofvogels cirkelen boven de bergen, ezels grazen langs de weg. „Je moet hier in de vroege lente komen”, zegt Yanai (19), een Israëlische student theologie, met een brede lach. Hij zit onder een boom, naast gewapende mannen die de ingang van de nederzetting Maskiot bewaken. „Dan is het hele landschap groen. Hier, tussen de dieren en de planten, kom ik tot rust, om mezelf en de natuur te leren kennen.”

Yanai is een van de enkele tientallen joodse kolonisten die in Maskiot wonen, in het noorden van de bezette Westelijke Jordaanoever. De meeste inwoners woonden tot 2005 in Gush Katif, in de Gazastrook. Maar toen Ariel Sharon, de toenmalige premier, dat gebied ontruimde, verhuisden ze naar deze voormalige militaire basis. „Mensen die ons hier weg willen hebben, realiseren zich niet hoe vreedzaam het leven hier is.”

Een rommelige verzameling stacaravans, naast een rustige weg. Een met de hand beschilderd bord geeft de ingang aan: de twee stenen tafelen van Mozes, waaruit een hand met een zeis steekt. De nederzetting was de afgelopen week onderwerp van gesprek tussen de Amerikaanse president Obama en de Israëlische premier Netanyahu. Vlak voordat Netanyahu naar Washington reisde, werd bekend dat zijn regering toestemming had gegeven om Maskiot uit te breiden en de status te geven van een legale nederzetting. Vorig weekeinde bezochten projectontwikkelaars het terrein. Er moeten huizen gebouwd worden voor honderden joodse kolonisten.

De nederzettingenpolitiek van Israël vormt volgens de internationale gemeenschap – en de Verenigde Staten – een van de belangrijkste obstakels voor vrede met de Palestijnen. Sinds 1967, toen Israël de Westelijke Jordaanoever veroverde op Jordanië, zijn er kolonisten in het gebied gaan wonen. Ze stichtten in totaal een paar honderd nederzettingen. Soms zijn het uit de kluiten gewassen forenzensteden, zoals Ma’ale Adumin bij Jeruzalem. Soms zijn het veredelde campings, waar religieuze zionisten hun recht opeisen om te leven in het volgens hen door God beloofde land.

Achtereenvolgende Israëlische regeringen hebben de bouw van en in die nederzettingen meestal gestimuleerd. Sharon zag een strategisch belang in de nederzettingen. De kolonistenbeweging zelf, verenigd in Yesha, zegt dat joden het recht hebben te wonen in het Palestijnse gebied. Inmiddels wonen er circa 300.000 kolonisten op de Westelijke Jordaanoever, en nog eens 200.000 in bezet Oost-Jeruzalem. Het Israëlisch recht beschouwt ongeveer 120 van de 220 nederzettingen als legaal, de rest zijn illegale buitenposten. Volgens het internationaal recht zijn alle nederzettingen illegaal.

Obama zei deze week dat Israël de bouw in de nederzettingen moet stoppen. Hij heeft zich sterk gemaakt voor de stichting van een levensvatbare Palestijnse staat. Zo’n staat, weet Obama, kan er nooit komen zolang de kaart van de Westelijke Jordaanoever een onoverzichtelijke lappendeken van nederzettingen vormt. Niet alleen de gemeenschappen zijn een probleem. Wegen die meestal alleen voor kolonisten toegankelijk zijn, snijden het land in plakjes.

Netanyahu, wiens rechtse Likud-partij sterk voorstander van de nederzettingenpolitiek is, leek gisteren een gebaar te maken naar Obama. Maoz Esther, een kleine, volgens Israël illegale buitenpost, werd ontruimd. Niet dat het veel uitmaakte, de kolonisten waren ’s avonds weer terug. De krant Ha’aretz schreef gisteren dat Netanyahu minister Barak van Defensie heeft gelast alle illegale nederzettingen te ontruimen.

Dat klinkt grootser dan het in werkelijkheid is, zegt medewerker Dror Etkes van de mensenrechtenorganisatie Yesh Din. Etkes volgt de bouw van nederzettingen al jaren voor de vredesbeweging. „Het is een truc, bedoeld om sympathie bij de buitenwereld op te wekken zonder iets te hoeven doen.” Maoz Esther is volgens Etkes een „verhaal apart”. „Daar wonen militante kolonisten die ruzie hebben met de officiële kolonistenbeweging. Netanyahu is slim. Hij wint met deze stap de sympathie van Obama én de kolonistenbeweging.”

Bovendien: niet honderd, maar hooguit twintig buitenposten zullen ontruimd worden. Barak houdt zich hierbij aan de Israëlische interpretatie van de definitie die is vastgelegd in de Routekaart voor de Vrede in 2003. Daarin belooft Israël alle buitenposten te sluiten die na maart 2001 zijn gesticht, toen Sharon premier werd. Etkes: „Maar of dat al gebeurt, is twijfelachtig. Dan zou de regering ook Maskiot ontruimen, in plaats van vergunningen te geven om er verder te bouwen.”

    • Guus Valk