'Ik val op tussen de jazzkerels'

Het nieuwe album ‘The Traveller’ van Tineke Postma is de interessantste tot nu toe. Haar spel en composities krijgen meer diepte en worden vrijer. „Ik kom los van mijn dogma’s.”

Jazzsaxofoniste Tineke Postma poseert in Amsterdam. Foto: Andreas Terlaak Terlaak, Andreas

Ondanks het feit dat de jazz een beetje a man’s world is, slaagde saxofoniste Tineke Postma (30) er in om in redelijk korte tijd de top van de Nederlandse – en langzaam maar zeker ook de internationale – jazz te bereiken. Op het in New York opgenomen The Traveller speelt ze met louter Amerikaanse topmusici: pianiste Geri Allen, drumster Teri Lynne Carrington en bassist Scott Colley. Een kwartet waarmee ze „kan vliegen”, zegt ze. „Het zijn musici die altijd risico’s nemen en altijd verder willen”, aldus Postma. ,,Hun muziek communiceert omhoog. Er wordt gespeeld met vrijheid. De musici staan boven de muziek. Toen ik een opname terugluisterde en een foute noot hoorde, zei Carrington dat dat juist de beste noot was op de cd.”

Dit internationale kwartet, dat Tineke Postma in juli op het North Sea Jazz festival presenteert en daarna op andere Europese festivals, geeft de groei aan die de saxofoniste doormaakt. The Traveller is haar vierde cd, en de interessantste tot nu toe. Als instrumentaliste, op zowel alt als sopraan, wordt Postma, die genomineerd is voor de Paul Acket Award voor jong talent, steeds vaardiger. Ook krijgen haar moderne jazzcomposities diepte: ze zijn harmonisch vrijer, klinken minder traditioneel met en ze zijn iets eigenwijzer. Zo duelleert Postma in A Song for F met haar alt tegen haar eigen sopraanlijnen. Daarnaast vallen de collectieve improvisaties op.

„Ik kom steeds meer los van mijn muzikale dogma’s”, concludeert Postma. Dat heeft ze onder meer te danken aan musici als Teri Lynne Carrington – drumster in de band van Herbie Hancock en bandleider van eigen formaties. Ze is Postma’s mentor sinds de tweede cd For The Rhythm (2005) toen de saxofoniste uit het brave keurslijf van post-bop begon te stappen. En ook op A Journey That Matters zijn de soepele ritmes van Carrington te horen. Postma ging bovendien mee op tour in Amerika, samen met Geri Allen. „Eén concert met dit soort profs en ik ga tien sprongen vooruit”, aldus Postma.

Als bandleider wordt ze aangespoord initiatief te nemen. „In eerste instantie was ik bij de opnames terughoudend en beleefd. Vereerd als ik was door hun komst vroeg ik bijvoorbeeld Geri Allen: goh, wil jij hier misschien een solo? Nee, zeiden zij, dat bepaal jij. Het is jouw cd. Zij werden blijer als ik mijn visie aangaf en corrigeerde. Dat gaf me zelfvertrouwen.”

Want, merkt ze op, het is tenslotte ‘een typisch vrouwending’ om als leider altijd harmonie in je groep te willen. Dat kan niet altijd, weet de muzikante, die naast haar internationale band ook een nieuw Nederlands kwartet leidt. „Een band runnen, zeker als die verder uit mannelijke musici bestaat, vraagt om duidelijke kaders. Als vrouw in de jazz is nu het eenmaal harder knokken om het respect van je bandleden te verdienen.” Dat de jazz op deze cd gemaakt wordt door voornamelijk vrouwen is toevallig. „Een leuke bijkomstigheid. Als we spelen ben ik me niet van sekses bewust. Wel vind ik het leerzaam om te zien hoe zij als krachtige jazzvrouwen zaken doen, gages afspreken en daarbij ook nog moeder zijn.”

Dat de jazz haar zo ver zou brengen, blijft de nuchtere Friezin steeds weer verrassen. Op negenjarige leeftijd zette ze de blokfluit aan de mond en stapte twee jaar later over op de saxofoon. Via de Heerenveense fanfare en de Bigband Friesland belandde zij op de conservatoria van Zwolle en later Amsterdam, waar ze in 2003 cum laude afstudeerde. „Mijn studie was een zoektocht. De saxofoon symboliseerde op een bepaald moment vooral strijd. Met mezelf, en met dat instrument dat ik moest zien te doorgronden.”

Toch zag haar debuut-cd First Avenue al het licht tijdens haar studie. Meteen waren er optredens en won ze prijzen. Postma voelt zich thuis op de podia, al blijven haar aankondigingen bij een concert opvallend schuchter. „Het liefst speel ik zonder ook maar iets te zeggen. Spreken tot het publiek voelt ongemakkelijk. Op school was er geen aandacht voor. De jazz tot iets glamoureus te maken was lange tijd not done.” Het sterkt haar dat ‘de groten’ daar ook last van hebben. „Laatst zag ik Keith Jarrett in Carnegie Hall. Na een magisch concert mummelde hij wat verplichts in de microfoon. Oja, dacht ik toen, we zijn niet in de hemel. Wat een contrast.”

Spelen noemt ze meditatief, „ik vergeet alles om me heen”. Evengoed is ze zich ervan bewust dat het ‘product Postma’ internationaal ook lekker loopt omdat ze een vrouw is. „Ik val gewoon op tussen de jazzkerels en dat gebruik ik. Dus trek ik iets leuk aan en probeer wat leuks te zeggen. Maarals je dan met beroerd spel aankomt, is het alsnog snel afgelopen.”

Tineke Postma speelt 22/5 op The Hague Jazz.