Hoop op vrede in Somalië is alweer vervlogen

In het doolhof van etnische en regionale rivaliteiten van Somalië, staan alle partijen klaar voor een nieuwe bloedige gevechtsronde. De vraag is alleen wie dit keer begint. En wanneer.

Koert Lindijer

De hoop op een spoedige omslag in de gewelddadige politiek van Somalië is vervlogen. De installatie eerder dit jaar van een nieuwe regering heeft geen verschil gemaakt. Een los verbond van islamitische radicalen probeert sinds begin deze maand de zwakke regering van president Sharif Sheikh Ahmed uit Mogadishu te verdrijven. Opnieuw slaan tienduizenden inwoners van de hoofdstad op de vlucht en voegen zich bij de één miljoen ontheemden in het land van vorige gevechtsronden.

Het vredesakkoord van Djibouti vorig jaar en de vorming van een regering en een parlement dat kon rekenen op brede steun gaven hoop op een doorbraak. „Er doet zich nu een prachtkans voor om na 18 jaar burgeroorlog aan een politieke oplossing te werken,” zei enkele maanden terug Ahmedou Ould-Abdallah, de speciale afgezant van de Verenigde Naties voor Somalië. Ould-Abdallah heeft oog voor de Somalische manier van vrede stichten, waarbij het opbouwen van vertrouwen de allergrootste rol speelt. Wekenlang vergaderen met clanoudsten, religieuze leiders en captains of industry, krijgsheren en politici vormen de manier om dit vertrouwen te kweken. Door Ould-Abdallahs geduldige tactiek besloten fervente tegenstanders te gaan samenwerken.

Somalië is een doolhof van minioorlogen tussen clans en regionale rivaliteiten. De verdeeldheid tussen de clans onderling heeft echter al sinds de onafhankelijkheid in 1960 de politieke machtsverhoudingen vertroebeld en de vorming van een eenheidsstaat bemoeilijkt. De terugkeer van islamitisch fundamentalistisch geworden Somaliërs die in het Midden-Oosten en Azië werkten en studeerden, wakkerde de chronische verdeeldheid verder aan.

De Somaliërs hangen traditioneel een liberale vorm van de islam aan. Maar de radicalen worden sterker op het slagveld. Strijders van de extreme groepen Al-Shabab en Hizbul Islam begonnen eerder deze maand een geslaagde opmars naar Mogadishu, waar sinds twee weken om iedere straathoek wordt gevochten. Het boegbeeld van deze tijdelijke coalitie is Hassan Dahir Aweys, sinds begin jaren negentig de voorman van een kleine groep fundamentalisten.

De radicale opstandelingen hanteren een retoriek van nationalisme en religie. Ze noemen president Ahmed „een handlanger van de ongelovigen in het Westen”. Dat slaat aan bij Somaliërs, die na de door Amerika gesteunde Ethiopische invasie anderhalf jaar geleden nog afkeriger zijn geworden van buitenlandse inmenging. „Hoe meer de Amerikanen zich tegen ons keren, hoe populairder we worden”, zei een woordvoerder van Al-Shabab onlangs. De gehate Ethiopische invasiemacht vertrok begin dit jaar, maar een ruim 4.000 man sterke vredesmacht van de Afrikaanse Unie bezet nog steeds de hoofdstad. Dat werkt in het nadeel van president Ahmed.

Het geweer regeert in Somalië. Ontvoeringen, mensensmokkel, vervalsing van bankbiljetten en paspoorten floreren al jaren. Piraterij volgde. Oorlog en chaos zijn gunstig voor criminelen en zij wonnen de afgelopen jaren aan invloed. De Unie van Islamitische Rechtbanken, een verbond van zakenlui en religieuze leiders, kwam in 2006 kortstondig aan de macht nadat ze een coalitie van moorddadige krijgsheren had verslagen in Mogadishu. Zetbaas van de Unie was de huidige president Ahmed met als machthebber achter de schermen Aweys. Na de Ethiopische interventie versnipperde de Unie. Het in januari opgerichte Hizbul Islam, Al-Shabab en Aweys hangen een intolerante en puriteinse versie van de islam aan in tegenstelling tot de gematigde president Ahmed.

Hisbul Islam en Al-Shabab zijn weinig geliefd in de gebieden onder hun controle in zuid- en midden-Somalië. Het verbod op film- en tv-kijken, gemengd dansen, het kauwen qat leiden tot afkeer. Het verbieden van de aanbidding van voorvaderen leidt tot woede bij clanoudsten. Het afhakken van handen en hoofden en steniging van vermeende criminelen wekt afgrijzen op. Al-Shabab telt enkele honderden ideologisch gedreven strijders, aangevuld met duizenden veelal onder dwang geronselde Somaliërs en honderden buitenlanders die bij „de heilige oorlog” helpen. In de radicaal islamitische groepen bestaat verdeeldheid tussen de verschillende clans, over gevechtstactieken, ideologie en leidersschap. Mochten de radicale moslims de overmacht krijgen, dan zal dit vrijwel zeker nieuwe gevechtsronden inluiden.

De zwakke regering van president Ahmed controleert nauwelijks grondgebied en steunt vooral op haar internationale legitimatie door Amerika, Europa en de VN. Ze probeert zich staande te houden door een militaire coalitie met een gematigde islamitische gevechtsgroep. Vorig week liep de invloedrijke krijgsheer Yusuf Indha Adde naar Ahmed over.

Het Somalische vuur is in belangrijke mate aangewakkerd door regionale rivaliteit. De grootste tegenspelers zijn Eritrea en Ethiopië. Eritrea stuurde onlangs, naar verluidt, vliegtuigen vol met wapens naar de radicale moslims in Mogadishu. Eritrea’s aartsvijand Ethiopië heeft troepen langs de grens gelegerd en behoudt zich het recht voor om met militaire middelen de radicalen van de macht te houden. Wanneer Aweys aanspraak blijft maken op de door etnische Somaliërs bewoonde regio Ogaden in Ethiopië, zal Ethiopië vrijwel zeker zijn militaire overwicht in de regio inzetten om opnieuw massaal Somalië binnen te vallen.

Na vijftien pogingen in achttien jaar om effectief bestuur op te zetten is er geen zicht op een einde aan de geweldspiraal in Somalië. Het regionale samenwerkingsverband Igad stelde woensdag een land- en zeeblokkade van Somalië voor om wapenleveranties naar de extremisten te voorkomen. Dat zal weinig uitmaken: in Somalië zijn voldoende wapens om nog heel lang oorlog te voeren.

    • Koert Lindijer