Het gelijk van Calimero

Kinderen kunnen jengelen, maar kinderboekenschrijvers doen niet veel voor ze onder. In zijn Annie M.G. Schmidt-lezing, gepubliceerd in De Volkskrant, gooide Sjoerd Kuyper vorige week alle remmen los in de beste Calimero-traditie. ‘Over tien jaar zijn er geen uitgevers meer, alleen nog managers.’ Uitgevers liegen en bedriegen, er is geen mens die het kinderboek serieus neemt: er is te weinig geld en aandacht. Veel te weinig aandacht, terwijl de volwassenenliteratuur.... Het is het soort lezing waarin iemand wel zegt zijn honorarium in een gezamenlijke kas te willen stoppen, maar zonder te zeggen hoeveel geld dat dan is.

Een stuk waarvan je graag zou zeggen dat het van de eerste tot de laatste geborneerde letter flauwekul is.

Maar helaas.

Dat vrijwel alle uitgevers sinds een aantal jaren weigeren om de illustrator van een kinderboek apart te betalen, is wáár. Schrijver en auteur moeten de tien procent royalty’s nu delen, eventueel samen onderhandelen over wie het laatste halve procentje mag. Dat is gênant.

En inderdaad is het slecht gesteld met de verkrijgbaarheid van oudere boeken. Van de Gouden Griffels uit de jaren negentig (toch niet de prehistorie) is een derde niet meer te koop, ondanks een speciale Gouden-Griffelreeks.

De klassieke tegenwerping (‘sorry, er is geen geld’) telt niet. Er is één aspect waarin de kinderboekenwereld volwassen is: een kwart van de boeken die verschijnen is overbodig, in artistieke zin én in commerciële zin. Schrap die uitgaven, dat bespaart genoeg papier om wat mooie boeken te herdrukken en om de illustratoren hun aparte honorarium terug te geven. En om weer eens wat fatsoenlijke dichtbundels voor kinderen te maken – nee, géén bloemlezingen.

Dan kan Sjoerd Kuyper ook gewoon weer aan het werk.