Eva is een Prometheus

Componist Rob Zuidam wijdt een opera aan Vondels tragedie ‘Adam in Ballingschap’. In het Nederlands. „In je moedertaal werkt de verbeelding anders.”

Niet alleen de zonde, ook de emancipatie begon bij Eva in het Paradijs. Na een prettig gesprek over potentiële nakomelingen, trekt Adam zich tevreden terug voor een onderonsje met God. Eva blijft rusteloos achter onder de appelboom. Wie denkt er nog aan baby’s? Haar drijven nieuwsgierigheid, nadenkendheid, honger naar kennis. En dan is er nog de slang, die haar sissend tot happen maant. „Dien gouden appel, milt van sappen, hy schenckt u hemelsche eigenschappen”, klinkt het in de nieuwe opera Adam in ballingschap van Rob Zuidam. En hap, de zondeval is een feit.

Voor componist Zuidam begon zijn vierde opera bij die scène, vertelt hij. „Eva is er een Prometheus-figuur. Wat ligt er nog buiten het Paradijs, dat luchtbelletje dat omgeven wordt door engelen om het te beschermen tegen het kwaad? Vondels tragedie is voor mij een parabel over de geboorte van het menselijk bewustzijn, het langzaam worden van de mens tot wat hij is. Wij mensen hebben naar verluidt voor 95 procent hetzelfde DNA als een veldmuis, maar tegelijkertijd is de kloof tussen mens en dier moeilijk te doorgronden.”

Zuidam heeft een zwak voor sterke vrouwen, extreme onderwerpen en grote gestes. Zijn opera Rage d’amours was gewijd aan Johanna de Waanzinnige, Freeze aan de ontvoering van miljonairsdochter Patty Hearst. Vrouwen met een curieuze levenswandel in de hoofdrol.

Adam in Ballingschap suggereert het tegendeel, maar ook hier is niet Adam, maar Eva de spil van de handeling. Zuidam: „In het gesproken theater heb je Hedda Gabler, maar de meeste grote toneelrollen zijn toch voor mannen. In opera werkt dat precies andersom. Componeren voor mannenstem en orkest is lastig, omdat bariton en tenor qua stembereik middenin het orkest liggen. Ik heb moeten leren daarmee om te gaan; mijn kameropera Der Hund voor tenor was daartoe een poging. Ik heb daar geen spijt van, het werkte. Maar een vrouwelijke hoofdrol blijft de regel. De hoge vrouwenstem ligt als vanzelf bovenop het orkest.”

Een traditietje kun je de twee Vondel-opera’s die het Holland Festival dit en vorig jaar bood nog niet noemen, maar opmerkelijk is wel dat vorig jaar Louis Andriessen zijn opera La Commedia mede op Vondels Lucifer baseerde, waar Rob Zuidam nu een opera wijdt aan teksten uit Vondels ‘tragedie der tragediën’ Adam in Ballingschap.

Zuidam koos na zijn drie eerdere opera’s bewust voor het ‘Nederlands’ als zangtaal – al schreef Vondel natuurlijk geen eigentijdse spreektaal. „Ik heb mensen in weet ik wat voor talen laten zingen, maar nooit eerder in het Nederlands. Toen sopraan Lenneke Ruiten, in de opera aartsengel Gabriël, bij de audities een lied van Schumann zong in Nederlandse hertaling, merkte ik dat ik dat lied directer ervoer dan het origineel – hoe aardig mijn Duits ook is. Er viel een barrière weg. Bij het componeren bleek dat nog extremer zo te werken. In je moedertaal werkt de verbeelding anders. Je weet beter welk woord er ook had kunnen staan. En omdat je beter ziet wat er specifiek is aan de woordkeus, roept de tekst ook makkelijker muzikale associaties op.”

Gesproken duurt de tragedie drie uur. Zuidam bracht Vondels tekst terug tot een kwart van het origineel. „Eerst denk je: aha, nog eens een beschrijving van het Paradijs, dat wordt een makkie. Maar in detail blijkt dan dat er een hechte samenhang is, en dat het wel degelijk lastig is daarin te snijden. Maar het moet. Liefdevol, maar niet bangelijk. Ken je die Chinese martelmethode waarbij ze bij een levend mens urenlang lichaamsdelen wegsnijden zonder de vitale delen te raken? Daar doet het een beetje aan denken. Wat rest is het karkas van een toneelstuk, en de hoop dat het ding nog leeft.”

Maandagmiddag

, tweeënhalve week voor de première. In een achterkamertje op het repetitiestudiocomplex in Duivendrecht heeft sopraan Claron McFadden (Eva) zich met telefoon en vuistdikke rode partituur verstopt tussen kledingrekken met vilten kostuums. Natuurlijk was en is het instuderen van deze partij lastig, zegt ze. „Elke eigentijdse componist heeft een eigen code. Die moet je kraken. Soms is dat eenvoudig. Soms lastig. In dit geval: extreem lastig. Als je naar het notenbeeld kijkt, denk je: een mug heeft zijn pootjes in de inkt gedoopt en is over het papier heen getrippeld. Ik herleid de lijnen in mijn hoofd tot melodieën die ik kan onthouden. Daarna verander ik de noten weer terug tot wat de componist schreef. Althans, meestal. In alle eerlijkheid: soms blijft er wel eens een nootje verkeerd hangen. Maar dat is dan een snel hulpnootje hoor, dat hoort Rob Zuidam zelf niet eens.”

Studio 3 wordt in beslag genomen door een vijftien meter hoge witte gestalte; een koboldachtig mensfiguur die zijn open ruggegraat naar de toeschouwer toe heeft gedraaid. De huid hangt erachter, of liever: zal er straks achter hangen. Nu worden de montages van gravures nog op een gewoon scherm geprojecteerd. Regisseur Guy Cassiers selecteert ze, hier en nu. De een is te „bravelijk”, op een ander hebben de uitsnedes „te zeer dezelfde schriftuur”. Op de rug van de kobold worden intussen Adam en Eva in het Paradijs geprojecteerd. De levende Adam (bariton Thomas Oliemans) en Eva (McFadden) staan ervoor. Aartsengel Michaël heeft net een Händel-achtige triomfaria (Gezant des hemels, ick verschyn geharrenast) gezongen als Adam en Eva de hoofden naar elkaar neigen. Wat knus oogt, oogst bij regisseur Cassiers opgetrokken wenkbrauwen. „Allé, ’t mag zachtkens hè?” reageert hij. „Voilà, wat meer variatie in het aanhalen, da’s beter. Ge zijt samen. Ge zijt gelukkig.”

Bariton Thomas Oliemans zong al meer in het Nederlands, en dat kun je horen. Vondels Nederlands klinkt verstaanbaar en zelfs bijna eigentijds. Hoezo is het Nederlands geen zangtaal? „Wie onderstut mijn weifelende stappen [...] in droeve ballingschappen?” Oliemans: „Het zingt en klinkt lekker, zeker. Maar uiteindelijk gaat muziek over muziek, en moet haar belang de directe verstaanbaarheid ontstijgen. Ik bedoel: je maakt geen opera om een lidwoord te onderscheiden.”

Ook hij heeft in Zuidams partituur „wat meer uren” moeten steken dan in conventioneel repertoire. „Een Schubertlied, ook één dat je niet kent, hoef je niet te leren: dat idioom is volledig vertrouwd. Hier is alles nieuw. En zo’n nieuwe muzikale taal moet je dan als een soort archeoloog zien te ontcijferen.”

Toch: meer dan enig ander Nederlands operacomponist permitteert Zuidam zich binnen dat nieuwe idioom een zekere schaamteloosheid in het schrijven van expressieve, meeslepende zanglijnen. Componist Louis Andriessen (69) wijdde essays aan de vraag hoe ver je mag gaan in het absorberen van muzikaal materiaal dat niet wezenlijk ‘eigen’ is, maar Zuidam (44) baant zich onbekommerd een weg tussen eeuwen en stijlen. Soms hoor je even Bach, dan weer zijn musical- of popmuziek dichtbij. Waar de liefde tussen Adam en Eva voor het eerst wordt geconsumeerd – de oerdaad – klinkt een klompendans. Oliemans: „De liefdespassage die je net hoorde, was complex. Maar het is zeker niet allemaal zo wroetend gecomponeerd. Zuidams muziek is eclectisch. Orlando di Lasso meets The Beegees. Soms schurkt de muziek tegen gospel aan.”

Voor sopraan Claron McFadden

(Eva) maakt juist die vrijmoedige omgang met het materiaal Zuidam tot een goed operacomponist. „Niet alles wat hij doet is ‘nieuw’, maar ik gruw ervan als dat het hoofdcriterium is. Als zanger wil je in een opera mensen mee kunnen nemen op een emotionele reis. Muziek die nieuw of complex is om maar nieuw of complex te zijn, komt niet uit het hart en reikt dus niet tot het hart. Goddank leven we nu in de 21ste eeuw; de dogmatische vernieuwingsdrift is voorbij. Muziek is niet meer alleen goed als je haar niet begrijpt. Waarmee ik overigens niet wil zeggen dat alles dan maar makkelijk moet zijn, dat is het punt niet. De muziek van Brian Ferneyhough is hysterisch ingewikkeld, maar wel vanuit de ziel gecomponeerd. Daar gaat het om.”

In het Holland Festival van 2005 werkte Zuidam naar idee van festivaldirecteur Pierre Audi voor het eerst samen met regisseur Guy Cassiers in een double-bill van zijn McGonagall-Lieder (1997/200) met de opera Rage d’amours. Cassiers, die zelf grafiek studeerde aan de Academie in Antwerpen, vervatte Zuidams muziek in een enscenering waarin videobeelden en projecties een dragende rol speelden. Die mix werkte; het visuele voegde aan de muziek en de thematiek van Rage d’amours – over Johanna van Waanzinnige die haar liefde voor Filips de Schone tot in necrofilie doorvoert – een extra laag toe.

In thematiek sluit Adam in Ballingschap – ook over het verlies van de onschuld, immers – bij Zuidams eerdere opera’s aan. Maar nu koos hij zelf de samenwerking met Cassiers. „Vaak zijn al die videobeelden en gadgets in operaproducties dan wel leuk modern, maar niet meer dan dat. Bij Cassiers zijn de beelden poëtisch, maar vormen ze ook echt een eigen taal. Het is meer dan alleen beeld.”

Cassiers vindt Zuidams vertrouwen „prettig”. En Zuidams themakeuze, nou ja, kan het dankbaarder? Dat Zuidam juist Vondels Adam in Ballingschap koos, en niet bijvoorbeeld Lucifer, dat snapt hij dus zeer goed. „Natuurlijk is het prachtig in het Paradijs, maar er gebeurt niks. Is dat leefbaar? Adam vindt van wel, Eva niet. Ik zie alle personages in Adam in Ballingschap als facetten van de mens; het duivelse, het engelachtige, het mannelijke en het vrouwelijke. Er zit een Adam en een Eva in elk van ons.”

In zijn projecties sluit Cassiers

straks op die duiding aan; het manshoge lichaam zoekt in de projecties zijn ware vorm; personages komen eruit voort en gaan erin op – totdat de pop uit elkaar valt. Cassiers: „De grote vraag is: hoe verhoud je je tegenover de wereld die je omringt? Als ik het stereotypeer, is Adam de behoudende: hij benadert het heden vanuit het verleden, en neemt genoegen met wat hij kent. Maar voor Eva is het heden het begin van de toekomst. Wat is er nog meer?”

Die thematiek heeft grote actuele relevantie, vindt Cassiers. „Dat de kerken leger worden, betekent niet dat mensen minder behoefte hebben aan antwoorden. Adams Paradijs is een gesloten wereld, waarin niks mag veranderen. Maar is zo’n starre wereld wel een echt Paradijs? Dit verhaal onderstreept de individuele verantwoordelijkheid om zelf te blijven nadenken. Dat boeit mij.”

Die opvatting lijkt voorzichtig anti-christelijk. Cassiers kijkt geschrokken. „Maar nee, dat is ze zeker niet!” Hij heeft de bisschop van Antwerpen zelfs een uitnodiging voor de première gestuurd, lacht hij. „Ik kritiseer het geloof niet, maar onderstreep wel het gevaar van een te letterlijke opvatting van religie. Je kunt een waarheid hanteren om je leven zin te geven, maar moet de kracht van andere waarheden wel blijven erkennen.”

‘Adam in Ballingschap’ van Rob Zuidam door De Nederlandse Opera, Radio Kamer Filharmonie o.l.v. Reinbert de Leeuw. Te zien op 5, 7, 8, 10, 11 en 13 juni in de Stadsschouwburg Amsterdam. Inl.: www.dno.nl