En nu moet Ida nog een plekje in de stamboom

Het bijzondere, 47 miljoen jaar oude fossiel van het halfaapje Ida heeft ook nog een bijzondere geschiedenis.

Ze werd opgegraven in 1983 en in 1991 half verkocht.

(Foto AFP) This handout photo provided by The Link shows a 47 million year-old skeleton of the most complete fossil primate ever found, unveiled May 19, 2009 at the American Museum of Natural History in New York. The University of Oslo and the Senckenbert Research Institute revealed the young female specimen, nicknamed "Ida", which was found in Germany's Messel Pit. AFP PHOTO/handout/courtesy The Link/RESTRICTED TO EDITORIAL USE =GETTY OUT= AFP

Ida, het 47 miljoen jaar oude fossiel van een halfaapje dat deze week de wereldpers haalde, werd gered van de vuilnisbelt. Dat was namelijk begin jaren tachtig het plan van bestemming voor de Messelgroeve bij Frankfurt, één van de beroemdste vindplaatsen van fossielen ter wereld.

Paleontologen – die dieren meestal reconstrueren uit een paar botten – hadden hier sinds 1971 vele uitzonderlijke fossielen gevonden. De krokodillen, vlinders en andere jungledieren die na het uitsterven van de dinosaurussen in Zuid-Duitsland leefden, waren met huid en haar(afdruk) bewaard gebleven in een oud vulkaankratermeer.

Messel is in 1995 alsnog uitgeroepen tot werelderfgoed, maar de dreigende kwalificatie als afvalstort heeft tot op de dag van vandaag zijn sporen nagelaten. Speculerend op het verdwijnen van de fossiele vindplaats haalden fossielenjagers begin jaren tachtig haastig uit Messel vele brokken schalie (hard geworden sediment) weg, voordat het te laat was.

Eén anonieme fossielenjager had in 1983 uitzonderlijk veel geluk. Hij of zij vond het ruim een halve meter lange fossiel van een negen maanden oud halfaapje: de latere Ida. Om onduidelijke redenen bleef de ontdekking onbekend. Afgelopen week pas kreeg het fossiel in het tijdschrift Plos ONE een wetenschappelijke beschrijving en een naam: Darwinius masillae. Tegelijkertijd gaven Duitse, Noorse en Amerikaanse wetenschappers in het American Museum of Natural History in New York een persconferentie over „het best bewaarde fossiel dat ooit van een primaat is gevonden”.

De Noorse onderzoeksleider, Jørn Hurum, heeft Ida vernoemd naar zijn dochter. Volgens hem is zij een schakel in de evolutie die mensapen, mensen en gewone apen verbindt met primitievere primaten. Dat valt nog te bezien, maar de 26 jaar durende stilte rond de ontdekking van Ida is in elk geval meer dan goed gemaakt. Om het belang van de vondst te onderstrepen, lanceren de betrokken wetenschappers een boek, een speciale website én een documentaire, die aanstaande dinsdagavond wordt uitgezonden door de BBC.

Ida is hoe dan ook een bijzondere ontdekking. Bijna al haar botten zijn bewaard gebleven, van de vingerkootjes tot de laatste botjes van haar lange staart. Ida’s contouren en zelfs haar vacht zijn nog duidelijk herkenbaar. Het fruit, de zaden en de bladeren van haar laatste maaltijd zitten nog in haar buik.

Maar ook het verhaal achter de herontdekking van Ida is spannend. Onderzoeksleider Hurum kwam in 2006 in contact met de Oostenrijkse fossielenhandelaar Thomas Perner. Perner toonde Hurum foto’s van het uitzonderlijk goed geconserveerde fossiel. De Noor was uiterst opgewonden, maar vreesde ook dat hij met een vervalsing te maken had. Toch wist hij de Universiteit van Oslo over te halen om een deel van de vraagprijs van 1 miljoen dollar te betalen.

Een miskoop was het niet. Maar Hurum kocht van fossielenhandelaar Perner niet meer dan de helft van het fossiel: privéverzamelaars splitsten de steen waarin Ida was opgeborgen, waardoor twee, op elkaar passende afdrukken ontstonden. Beide afdrukken waren verhandelbaar. Het stuk dat nu in handen is van het Natuurhistorisch Museum in Oslo past naadloos op een Amerikaanse fossiele afdruk, die in 1991 werd aangeschaft voor een natuurmuseum in Thermopolis (Wyoming). Dat bleek dus de andere, spiegelbeeldige afdruk van Ida.

Door de twee fossielen met elkaar te vergelijken, konden de paleontologen onomstotelijk vaststellen dat de Amerikaanse wederhelft sinds zijn ontdekking was verfraaid met vervalsingen. Hierdoor begreep de Duitse paleontoloog Jens Franzen, van het onderzoeksinstituut Senckenberg in Frankfurt, dat zijn eerdere publicaties over het Amerikaanse fossiel op een vergissing berustten. Het bleek hier niet te gaan om een bestaande soort, maar om een geheel nieuwe soort.

De Nederlandse paleontoloog Van den Hoek Ostende is verrukt over de ontdekking van Ida. „Het is toch fantastisch dat deze wetenschappers erin zijn geslaagd om deze stukken van de weerszijden van de oceaan weer bij elkaar te brengen”, zegt hij. Van den Hoek Ostende is verbonden aan het natuurmuseum Naturalis in Leiden, dat tot een jaar geleden een grote tentoonstelling in huis had waar de fossielen uit de Messelgroeve getoond werden.

Er waren reuzenmieren te zien, levensechte krokodillen en een zwanger minipaardje. Al deze dieren raakten 47 miljoen jaar geleden voor altijd gevangen in een meer dat ontstaan was in een vulkanische krater. Mogelijk raakten ze bedwelmd door een wolk giftige gassen die uit het meer naar boven kwam. Resten van halfapen waren op de tentoonstelling in Leiden ook al te zien, zij het niet meer dan een paar botjes.

Het is voorlopig gissen naar de vraag waarom de oorspronkelijke vinder Ida zo lang geheim heeft willen houden. Maar dat het fossiel in tweeën is verdeeld, verbaast Van den Hoek Ostende nauwelijks. „Als meerdere amateurs samen een fossiel vinden, dan is het niet ongebruikelijk om de buit te delen”, zegt hij.

Met haar naar voren gerichte ogen, nageltjes en grijpgrage handjes heeft Ida veel weg van een lemur. Lemuren zijn halfapen die leven op Madagaskar. Hun bijzondere verscheidenheid danken zij aan het feit dat het huidige eiland Madagaskar zich 150 miljoen jaar geleden afsplitste van Afrika. Zonder concurrentie van dieren op het Afrikaanse vasteland ontstonden er tientallen verschillende soorten, waaronder de uit de dierentuin bekende ringstaartmaki en de curieuze ‘aye aye’ (vingerdier), vernoemd naar de lange vinger waarmee hij insekten onder boombasten uitpeutert.

Een echte lemur kan Ida niet zijn. Madagaskar was lang voordat ze leefde van het vasteland van Europa afgesplitst. Van den Hoek Ostende wijst er dan ook op dat Ida kernmerken mist die moderne lemuren wel hebben. Zo ontbreekt de kamvinger waarmee lemuren hun vacht verzorgen. Ook zijn de tanden in de onderkaak niet tot één stuk vergroeid. Ida’s snijtanden stonden recht naar beneden in plaats van schuin naar voren, iets wat het eten van hard voedsel vergemakkelijkt zal hebben.

Dat er een directe lijn loopt van Ida naar de moderne mens is niet waarschijnlijk. Met haar mengelmoes van eigenschappen is het sowieso onduidelijk waar zij precies past in de stamboom van vroege halfapen. Wel zou ze de basis van de bestaande primatenstamboom flink kunnen veranderen. In de PLOS-studie concluderen de auteurs voorzichtig dat andere fossielen van vroege primaten zorgvuldig vergeleken zullen moeten worden met de nieuwe vondst.