Een privéstrandje voor zeiltalenten

Zeilers verhuizen van het IJsselmeer naar de Noordzee.

Voor de gemeente komt de belangstelling als geroepen: die wil Den Haag promoten als ‘Sportstad aan Zee’.

Oud-wereldkampioen windsurfen Casper Bouman is blij met de Haagse zeilambities. (Foto Rien Zilvold) Oud-wereldkampioen windsurfen Casper Bouman is blij met de Haagse zeilambities. Foto Rien Zilvold scheveningen windsurfer caspar bouman foto rien zilvold Zilvold, Rien

Terwijl olympisch zeilster Lisa Westerhof onder aan de oude slipway haar bootje klaarmaakt om de Noordzee op te gaan, doen een paar stappen verderop twee honden hun behoefte. Het komvormige stukje strand langs de Hellingweg in Scheveningen-Haven, nu nog een ideale uitlaatplaats, wordt binnenkort de plek waarvandaan de olympische zeilers de laatste sprong naar de wereldtop willen maken.

Om meer op zee te kunnen trainen stapt de zeiltop over van het kabbelende water van het IJsselmeer bij het idyllische Medemblik naar de meer uitdagende elementen op de Noordzee. „We moeten achter de dijken en duinen vandaan om hogerop te komen”, weet Hessel Evertse, topsportcoördinator van het Watersportverbond. „We moeten de zee op.”

Meer wind, golven, stroming en deining – dat is wat de Nederlandse zeiltop zal vinden onder de Scheveningse kust. „Vrijwel alle grote wedstrijden varen we op open zee”, zegt oud-wereldkampioen windsurfen Casper Bouman. „Dan moet je ook zoveel mogelijk trainen op zee.”

De Olympische Spelen van Londen (2012) zijn nog ver weg, maar de kernploeg is al volop bezig met de voorbereiding voor de wedstrijden voor de Engelse zuidkust, bij Weymouth. De omstandigheden daar zijn vergelijkbaar met die van Scheveningen.

Sinds 1999 waren de beste Nederlandse zeilers aangewezen op het water buiten het haventje van het International Sailing Center in Medemblik. Maar veel tijd brachten zij niet door op het IJsselmeer, zegt zeiltrainer Jacco Koops, interim-bondscoach van het Watersportverbond en de man achter het succes van het 470-duo Marcelien de Koning en Lobke Berkhout. „Wij waren in mei altijd in Medemblik, in voorbereiding op de Delta Lloyd Regatta. In het najaar nog eens een maandje. Maar wij kozen wel onze zee-uren in IJmuiden of Den Helder”, zegt Koops. „Of in het buitenland. De zee of het IJsselmeer zijn twee compleet verschillende werelden.”

Andere zeilers en surfers gebruikten, als ze de zee op wilden, al jaren de oude slipway bij de Voorhaven van Schevingen, waar tot voor kort de Norfolk Line was gevestigd. Komend jaar wordt het strandje omgetoverd tot officiële landingsplaats voor de zeilers die met hun olympische bootjes de zee op willen.

De verhuizing naar Scheveningen heeft nog een andere reden. De verdere professionalisering bij het Watersportverbond eist dat de topzeilers meer tijd op het water doorbrengen, zo’n elfhonderd uur per jaar. Om de tijd zo efficiënt mogelijk te gebruiken is een centrum als Den Haag aantrekkelijker voor jonge topsporters, stelt het Watersportverbond. Evertse: „Jonge mensen moeten zich ook sociaal en maatschappelijk kunnen ontwikkelen. In Medemblik mis je het hoger onderwijs en veel andere faciliteiten. In Den Haag kunnen ze wonen, studeren en op hun fietsje naar de haven. Dat scheelt aanzienlijk in reistijd.”

Voor de gemeente Den Haag komt de belangstelling van de Nederlandse zeiltop als geroepen. Het gemeentebestuur wil Den Haag graag promoten als ‘Sportstad aan Zee’ en ziet daarbij een grote rol weggelegd voor Scheveningen. „Wij zijn de enige grote stad aan zee, met elf kilometer strand”, zegt wethouder Sander Dekker (sport). „Dat willen we beter benutten dan we tot nu toe hebben gedaan.”

Een eerste stap was de oprichting van het Nationaal Topsportcentrum voor de beachvolleyballers. Maar door het vertrek van de Norfolk Line komt er veel ruimte vrij in de haven, die nu voor zeezeilers nog een bescheiden omvang heeft. Scheveningen kan zich volgens de gemeente ontwikkelen als internationaal toonaangevende zeilhaven. Sportwethouder Dekker kijkt met een schuin oog naar La Rochelle, een zeezeilersmekka aan de Franse Atlantische kust. „Dat is een interessant voorbeeld voor ons. Het zeilen leeft daar enorm in de gemeenschap.”

Den Haag investeert deze collegeperiode 3,5 miljoen euro in strand- en zeesporten, onder meer om de haven van Scheveningen nieuw leven in te blazen, met horecagelegenheden en andere leisure-faciliteiten. „Zeilen past daar heel goed bij”, zegt Dekker. De omvangrijke bouwwerkzaamheden rond het nieuwe Nautisch Centrum Scheveningen aan de Tweede Binnenhaven zijn getuige van de ambities.

Behalve de jaarlijkse North Sea Regatta wil de gemeente daarom meer grote evenementen binnenhalen. Een eerste succes is het WK in de 470-klasse, dat volgend jaar in Scheveningen wordt gehouden. Ook is de badplaats in de race voor het WK zeilen van 2015, de belangrijkste kwalificatiewedstrijd voor de Olympische Spelen van 2016.

Zo kreeg ook het Watersportverbond een voet tussen de deur in Den Haag. De gemeente betaalt mee aan de faciliteiten die de zeilers nodig hebben in de haven. „De gemeente is enorm bereidwillig om, tegen de economische stroming in, deze haven te ontwikkelen”, zegt Evertse van het Watersportverbond. „Dat is op zichzelf al heel bijzonder in deze tijd.”

Ook de zeilers zijn blij met de Haagse zeilambities, zegt Hagenaar Casper Bouman. „Scheveningen heeft perfecte omstandigheden voor een groot zeil- en surfcentrum: een mooie kustlijn en een lange boulevard.”

Toch betekenen de plannen niet dat de zeilers helemaal niet meer naar het buitenland hoeven om te trainen, zegt Evertse. Waar de concurrentie in zeillanden als de Verenigde Staten of Australië twaalf maanden per jaar in eigen land kan trainen, zijn de Nederlanders in de wintermaanden gedwongen uit te wijken. Als de gevoelstemperatuur onder de 4 graden Celsius daalt, geven de zeilers het in Nederland op.

    • Rob Schoof