Een opgezwollen bastaard

Inglourious Basterds van Quentin Tarantino is alle consternatie op het festival in Cannes niet waard.

De film kent geen merkbare spanningsboog.

Eli Roth (links) en Brad Pitt zijn lid van een joodse guerrillagroep, die nazi's scalpeert Eli Roth (links) en Brad Pitt zijn lid van een joodse guerrillagroep, die nazi’s scalpeert In this film publicity image released by The Weinstein Company, Eli Roth, left, and Brad Pitt are shown in a scene from "Inglourious Basterds." (AP Photo/The Weinstein Company, Francois Duhamel) ** NO SALES ** Associated Press

Een joodse wraakfantasie? In dat vak van zijn videowinkel had hij het niet gezet, antwoordde Quentin Tarantino na afloop van zijn Inglourious Basterds (sic!). Al was het voor acteur Eli Roth, die als ‘de joodse beer Donnowitz’ nazi’s met een honkbalknuppel bewerkt, wel degelijk ‘kosjere porno’. „Hier fantaseer ik al over sinds ik een kind ben. Als ik die Duitser de schedel insla, voelt dat als seks.”

Pandemonium in Cannes: circus Tarantino arriveerde woensdag aan de rode loper. Dat betekent extra vroeg opstaan voor Inglourious Basterds: er moest nog een extra filmzaal bij om de ellebogende pers te huisvesten. En nog voor het laatste hakenkruis in het laatste Duitse voorhoofd was gekerfd begon de stormloop richting persconferentie al, waarna de paparazzi hun telelenzen op scherp zetten voor Brad Pitt, huiveringwekkend gekrijs opsteeg rond de rode loper en het vaste groepje jongelui in smoking dat bedelt voor kaartjes bleek aangezwollen tot een desperate meute.

Is de film al die consternatie waard? Niet echt, Inglourious Basterds is de jongste tegenvaller in een hoofdprogramma dat rijk is aan grote namen en arm aan grote films. Tarantino, wiens affaire met Cannes begon met de Palm d’Or voor Pulp Fiction in 1994, is nooit zuinig met lof, maar woensdag leek het toch verdacht op slijmen. Hij noemde het festival de navel van de wereld. „Ik ben geen Amerikaanse filmmaker, ik maak films voor planeet aarde en Cannes vertegenwoordigt dat.” Merci; ook de filmpers kreeg rubberen knieën toen de jongensachtige vogelverschrikker hun passie voor films prees. Toen zijn film ook nog de Britse held annex filmcriticus Archie Hicox bevatte, gespeeld door ‘coming man’ Michael Fassbender, stond niets een mild oordeel nog in de weg.

Al kan niemand de gebreken van Inglourious Basterds helemaal wegvlakken. De fout gespelde filmtitel, die dyslecticus Tarantino zo’n tien jaar geleden op papier zette, staat symbool voor Tarantino’s gebrek aan zelfcorrectie. In Inglourious Basterds laat hij film de loop van de geschiedenis veranderen: wat Tom Cruise met zijn bomkoffertje in Valkyrie niet lukte, doet Tarantino met een berg celluloid. Kill Adolf, zeg maar: het draait om een plan de nazitop uit te roeien tijdens de première van een film waarmee propagandachef Joseph Goebbels het joodse Hollywood de loef wil afsteken. De Inglourious Basterds, een joodse guerrillagroep die achter Duitse linies nazi’s scalpeert, infiltreert met dat doel Parijs, maar ook de joodse Shosanna heeft wraakzuchtige plannen. Bij de première van Nation’s Pride, over een Duitse scherpschutter die vanuit een kerktoren zo’n 250 geallieerde soldaten doodschiet, moet het gebeuren.

Inglourious Basterds heeft een grotendeels Europese cast, de taal rouleert van Frans naar Duits naar Engels. En niet Brad Pitt schittert: hij zet als luitenant Aldo Raines een aardige Lee Marvin-imitatie neer, maar is schaars in beeld. De verrassende ster is de obscure Duitse acteur Christoph Waltz als SS-kolonel Hans Landa, een urbane, opportunistische ‘jodenjager’ die wurgt met glimlachjes en zijden sjaaltjes.

Inglourious Basterds bevat minder bloedvergieten dan verwacht, wel een obligate filmscore (met alleen David Bowie als verrassing) en een vermoeiend spiegelpaleis aan B-filmreferenties: de film opent met twintig minuten Sergio Leone, waar SS’er Landa een Franse boer ondervraagt over joodse onderduikers, en sluit met tien minuten Carrie van Brian De Palma. Wat zo’n cartooneske, zelfbewuste Tarantinofilm normaliter redt, is ditmaal te spaarzaam aanwezig: groteske karakters met flitsende, hippe dialogen. Daardoor valt het des te meer op dat de film geen merkbare spanningsboog kent: het is een vlakke waslijn waaraan een aantal veel te lange scènes over gedrapeerd zijn, zonder veel onderling verband en maar heel soms tot leven gewekt door scherpe teksten. Pas ver over de helft krijg je het gevoel dat de film ergens heen gaat.

Of de zich twee uur en veertig minuten voortslepende Inglourious Basterds van Cannes dezelfde film is die straks in de bioscoop draait, is zeer de vraag. Tarantino zet er naar verluidt de schaar nog in: wellicht zit er ergens een goede film verborgen in deze opgezwollen bastaard.

    • Coen van Zwol