Een kwestie van loopbaanplanning

Heeft een krant buitenlandse correspondenten nodig?

Ja, allicht. En liefst zoveel mogelijk, zodat de correspondent in Mexico City niet ’s nachts uit z’n bed hoeft te komen voor een uitslaande brand op Vuurland, want daar hadden we nog een andere Latijns-Amerikaanse deskundige.

Ik was het dus van harte eens met buitenlandcommentator Paul Brill die woensdag op de opiniepagina van de Volkskrant de staf brak over dagbladen die hun correspondentennet verkleinden met het argument dat je de belangrijkste nieuwsfeiten ook gratis van internet kunt halen. ‘Dit is een ernstige verschraling’, schreef Brill. ‘De beste correspondenten zijn zij die de tijd en de ruimte krijgen werkelijk te wortelen in de samenleving waarover ze berichten’.

Brill werkt bij de Volkskrant, dus je zou zeggen: daar zal de kwaliteit wel niet lijden onder de economische crisis.

Maar in de volgende alinea veranderde hij zijn pleidooi al in een verborgen smeekbede. ‘Ik hoop vurig’, las ik, ‘dat de nieuwe eigenaar van PCM onderkent dat een veelzijdige, eigenstandige buitenlandse berichtgeving van cruciale waarde is voor een kwaliteitskrant’.

Heeft de nieuwe eigenaar van PCM soms al laten weten dat hij de correspondenten van de krant er als eersten uit zal gooien, omdat de Belgische kranten dat allemaal doen? Maar mag Christian van Thillo zich als eigenaar bemoeien met de wijze waarop de redactie haar buitenlandse berichtgeving wil inrichten?

In mijn tijd kwam zo’n man nauwelijks binnen. Als hij financiële problemen had, kon hij per brief vragen of er iets bezuinigd kon worden. Het idee dat hij zou schrijven: gelieve per 1 augustus de sportredactie op te heffen, of: gelieve per 1 augustus de sportrubriek te vervangen door een psychologiekatern! Hij mocht het bedrag noemen dat hij tekort kwam, en dan zouden wij wel bekijken in hoeverre we hem op onze manier tegemoet konden komen.

Sinds wanneer zijn de verhoudingen tussen journalistiek en samenleving toch zo scheef gegroeid?

Soms denk ik dat het met een verkeerde volgorde in de loopbaanplanning heeft te maken. Waar zie je een jonge alumnus van de journalistenacademie gewoonlijk beginnen? Bij een kleine, provinciale, lokale of zelfs internetachtige gratis krant. Is dat gemakkelijker werk? Wat een onzin! Klein, provinciaal, lokaal, stad, is het beginsel van de journalistiek – dat is het moeilijkste wat er is, daar ben je pas aan toe na dertig jaar ervaring.

Ik heb hele simpele opvattingen op dat punt. In de journalistiek is buitenland altijd gemakkelijker dan binnenland, binnenland gemakkelijker dan provincie, provincie gemakkelijker dan stad en stad gemakkelijker dan dorp. Denkt u dat een Nederlandse correspondent in Washington ooit heisa met het Witte Huis krijgt als hij een onderzoek begint naar het declaratiegedrag van de president? Maar laat diezelfde verslaggever op het spoor komen van een kruideniersfraude in Peizermade, en de afmetingen van het schandaal zijn niet te overzien.

U gelooft toch niet dat de Utrechtse dorpspotentaat Aleid Wolfsen er bij de directie van NPS of VARA op had durven aandringen een hem onwelgevallig onderwerpje te schrappen uit Nova? Of ‘corrigerend optreden’ tegen Clairy Polak had durven eisen? Ook als de hoofdredacteur van het huis-aan-huis-blad Ons Utrecht buitenlandcommentator was geweest, dus zo beroemd was geweest als Paul Brill, had Aleid wel opgepast met z’n koddebeiertelefoontjes. Maar hij trof een beginnende blaag – en toonde zich genadeloos.

Erg, hoor. Ik heb altijd liever Engelse Lagerhuisleden die de belastingbetaler voor hun kittegrit laten opdraaien, dan een burgemeester die het boetekleed nog niet heeft afgelegd, of hij blijkt z’n domme macht wel degelijk dom te hebben misbruikt.

Ik hoop ook vurig dat de nieuwe eigenaar van PCM z’n correspondentennetten laat bezetten door kinderen die net van de journalistenschool zijn gekomen. Veel goedkoper dan die oude routiniers, Christian!

    • Jan Blokker