Digitaal ego aan banden

Digitaal ego aan banden Illustratie John Cole, caglecartoons.com privacy internet caglecartoons.com;Cole, John

Als de geschiedenis van het internet wordt geschreven verdient mei 2009 een aparte vermelding. Deze maand kregen de talloze anonieme schrijvers van haatmail en scheldpartijen op het wereldwijde web een hardhandige waarschuwing.

Wie nog denkt dat hij onder een schuilnaam op internet straffeloos tekeer kan gaan tegen alles wat hem niet bevalt, heeft het grondig mis. De ware identiteit van digitale haatschrijvers kan vaak makkelijk achterhaald worden. En voor je het weet sta je dan, voor iedereen zichtbaar, tot in lengte van dagen te boek als schrijver van een hysterische scheldkanonnade. Verantwoordelijk voor je eigen woorden, net als in het echte leven.

Die harde les is niet afkomstig van een organisatie die waakt over goede omgangsvormen op het internet, maar van de Nederlandse kunstenares Tinkebell, de vrouw die ooit op een podium vertelde dat ze haar kat vermoordde en er een tasje van maakte. Tinkebell is een provocateur, wat niet zeldzaam is in de kunst. Maar haar provocaties zijn heel effectief, wat je minder vaak ziet.

Haar kattenproject (My dearest cat Pinkeltje, 2004) leverde haar een stortvloed van dreig- en haatmails op, vertelde ze vorige week in het Cultureel Supplement. Een kleine duizend daarvan heeft ze nu gepubliceerd in het boek Dearest Tinkebell, met daarbij gedetailleerde informatie over de afzenders (inclusief foto’s), door haar collega en co-auteur Coralie Vogelaar bijeengesprokkeld uit allerlei websites op het internet.

Dat de mens in het diepst van zijn gedachten soms een monster is mag een eeuw na Freud geen verrassing meer zijn. Maar het blijft fascinerend om de brave buitenkant en de agressieve binnenkant zwart op wit naast elkaar te zien staan.

Zo kijkt een Italiaanse vrouw van middelbare leeftijd – vast een groot dierenvriend – alleraardigst in de camera. Haar handen houdt ze langs haar zwarte jurk, dezelfde handen die schreven: „I hope … That you will be raped and killed, bitch and cat’murdered. I would like to put a knife in you pussy and open you!!!!! I hope somebody kill you, in the most painful way possible!!!”

En dan de jongen die bleek schuil te gaan achter de in hoofdletters geschreven tekst ‘Sterf hoer ik ga zorgen dat jij uren lang gaat lijden’ : een 17-jarige hardrocker uit Naaldwijk „die op internet naarstig op zoek is naar strips van Jan, Jans en de kinderen”.

Het merendeel van de haatpost blijkt afkomstig van pubers, met name Amerikaanse meisjes, vertelde Vogelaar in de krant. Ze zegt dat ze zich „ergens ook wel een beetje” in die mails herkent: „Toen ik zestien was moest van mij ook iedereen voor het milieu zijn, anders zou ik daar wel voor zorgen.”

De schrijvers van de mails hebben duidelijk impulsief gereageerd op iets dat ze net gehoord of gezien hadden – in dit geval het verhaal over hoe Pinkeltje een tas werd. Zonder nadenken of verdere informatie te zoeken verstuurden ze hun elektronische tirade of dreigement.

Tinkebell, die zelf niet verhult dat haar ware naam Katinka Simonse is, zegt dat ze met haar provocatie het debat over de omgang van de mens met dieren een nieuwe impuls heeft willen geven. In een uitzending van Pauw&Witteman erkende ze schoorvoetend dat haar kat er heel slecht aan toe was geweest. Ieder mens met een hart, kon je eruit opmaken, had Pinkeltje ‘laten inslapen’ – dat Tinkebell hem de nek heeft omgedraaid is dan eigenlijk nog maar een gradueel verschil.

Over de morele aspecten van Tinkebells project valt veel te twisten, en dat gebeurt ook (op de website van deze krant schreef een zekere Piet: „Dode katjes zijn zielig” denken we blijkbaar, terwijl we met een tandenstoker de laatste restjes van het stoffelijke overschot van Knorretje verwijderen.) Daarnaast zijn er nog allerlei debatten te voeren over de juridische argumenten om auteurs van de haatmails te ontmaskeren en genadeloos te kijk te zetten.

Maar ondertussen heeft de publicatie van Dearest Tinkebell al één belangrijk punt gemaakt. Voor wie het nog niet wist: anonimiteit op internet is als dekmantel bar weinig waard. Dat is misschien goed, omdat het schrijvers van dreigmails ontmoedigt. Het is misschien slecht, omdat het mensen die onderdrukt worden een middel ontneemt om min of meer veilig hun mening te uiten. Maar het is een realiteit, en die kun je maar beter onder ogen zien.

Veel internetgebruikers, en lang niet alleen verstokte haatmailers, zijn gewend geraakt aan de mantel der onzichtbaarheid. Het gevoel anoniem te kunnen zijn, met een paar klikken een digitaal ego te kunnen scheppen dat los staat van je alledaagse ik, geeft nu eenmaal grote vrijheid. Nu komt daar verantwoordelijkheid bij.

Het zou mooi zijn als de anonieme scheld- en dreigbrigades hierdoor worden afgeschrikt en zich voortaan wat terughoudender gaan opstellen. Als ze voor ze op ‘verzenden’ drukken nog eens tot tien tellen en zich afvragen of ze deze woorden ook onder hun eigen naam voor hun rekening willen nemen. Strijden met open vizier komt het debat vrijwel altijd ten goede.

Juurd Eijsvoogel is redacteur van NRC Handelsblad

Artikel Cultureel Supplement en reageren: via nrc.nl/eijsvoogel

    • Juurd Eijsvoogel