De wet beschermt het gesloten vizier

Mag je in het openbare leven interveniëren zonder te zeggen wie je bent? Is het aanvaardbaar dat meningsvorming mede plaatsvindt door de interventie van hen, die zonder open vizier strijden? Dat is een van de vragen die het boek Dearest Tinkebell, waaraan wij in het vorige CS uitvoerig aandacht besteedden, de aandacht vestigt.

In dat boek heeft, zoals bekend, de kunstenares Tinkebell haatmails verzameld die zij ontving naar aanleiding van een project waarin ze van haar poes een tas had gemaakt. En maakt ze bekend wat er over die vaak anonieme haatmailers te vinden viel: adres, hobby’s, foto’s. Dezelfden die er niet tegen opzien iemand die iets heeft gedaan wat hen niet zint, een beledigende of bedreigende boodschap te sturen, doen zich op websites, Facebook- of andere pagina’s veelal kennen als gevoelige personen, die anderen graag een kijkje in hun persoonlijk leven gunnen.

Of de publicatie van zulke gegevens, net als de bedreigingen en beledigingen, ook weer een onrechtmatige daad is, staat te bezien. Deze CS bevat een brief (pagina 12) van een kenner van het strafrecht, die betwijfelt of Tinkebell strafrechtelijk kan worden aangesproken op haar publicatie. Civiel-juristen die wij eerder raadpleegden, dachten over het algemeen dat Tinkebell geen kans zou maken, wanneer een van de haatmailers in het boek de verspreiding ervan via de rechter zou willen verbieden.

Overigens hoeft dat niet meer: de oplage van duizend exemplaren is zo'n beetje uitverkocht, Tinkebell heeft geen geld voor een herdruk en geen uitgeverij is bereid gebleken om het risico te lopen dat een gedrukt boek onverkocht uit de handel moet worden genomen.

Maar de vraag blijft: waarom kunnen mails, van welke strekking dan ook, eigenlijk anoniem zijn? Met welk recht kan ik eigenlijk, vermomd als ‘appie13’ of iets dergelijks, een ander lastig vallen met mijn opmerkingen en opinies? Waarom heb ik, als internetgebruiker, eigenlijk niet het recht te weten wie zich tot mij richt? Want dat recht bestaat niet: of ik dat publiceer is een tweede, maar ik kan ook niet bij een internetprovider opvragen wie er achter ‘appie13’ schuilgaat, ook al ken ik zijn unieke IP-nummer. Die gegevens kunnen alleen worden opgevraagd door een bevoegde opsporingsinstantie, bijvoorbeeld na aangifte van een serieus genomen bedreiging.

Is dat niet vreemd eigenlijk, deze wettelijke bescherming van de anonimiteit? Moet dat niet anders? Dat Chinezen die politieke blogs schrijven en volgen, baat hebben bij anonimiteit kun je nog begrijpen. Of Birmezen die via het web video’s van het neerslaan van demonstraties de wereld rondsturen, ook oké.

Maar burgers in een keurige rechtsstaat als de onze, wat hebben die te vrezen van het noemen van hun ware naam? Wekt die door de wetgever, onbedoeld, gegarandeerde anonimiteit eigenlijk niet het plegen van onrechtmatige daden als smaad, fysieke bedreiging enzovoorts in de hand?

En waarom maakt bijna niemand zich daar eigenlijk druk om – zoals zaterdag ook weer bleek bij de presentatie van Dearest Tinkebell, waarvoor volgens de auteurs overigens geen IP-nummers zijn gekraakt maar gebruik is gemaakt van vrij toegankelijke gegevens? Wat is de meerwaarde van anonimiteit?

Zie ook www.nrc.nl/kunst