De gruwelijke grotesken van het oude Amsterdam

Samuel Pepys: Geheim Dagboek. Vert. Robbert-Jan Henkes. Hoogland & Van Klaveren, 272 blz. € 27,50 Athenaeum-Polak & Van Gennep, 253 blz. € 17,50

Samuel Pepys: Geheim Dagboek. Vert. Robbert-Jan Henkes. Hoogland & Van Klaveren, 272 blz. € 27,50

Machiel Bosman: De polsslag van de stad. De Amsterdamse stadskroniek van Jacob Bicker Raije (1732-1772). Athenaeum-Polak & Van Gennep, 253 blz. € 17,50

Dagboeken bestaan er in soorten en maten. De meeste zijn saai. Ze berichten over triviale zaken, over oninteressante personen, laten het bijzondere weg, verdraaien, verzwijgen en worden terecht niet gedrukt. Het dagboek van de Engelsman Samuel Pepys, bijgehouden van 1660 tot 1669, werd honderd jaar na zijn dood teruggevonden en verkort en gekuist uitgegeven. Maar zelfs verminkt is het interessant, omdat het op microniveau laat zien wat geen enkele andere bron kan vertellen: het dagelijks leven van een hoge ambtenaar onder verschillende politieke regimes.

Pepys (1633-1703) noteerde niet alleen het huiselijke, maar ook de grote politieke ontwikkelingen waar hij met zijn neus bovenop zat. En wat het opmerkelijkst is: hij was ongelofelijk openhartig over zijn eigen gevoelens. In vroeg-moderne dagboeken tref je zelden iets aan wat op introspectie lijkt. Pepys is een uitzondering. Vele uitgaven volgden, maar pas eind 20ste eeuw verscheen een integrale, elfdelige wetenschappelijke editie, die hem nog interessanter maakte.

In 1981 publiceerde A. Alberts een Nederlandse bloemlezing. Hij koos daarbij voor een thematische opzet: Pepys’ werkzaamheden bij de Britse marine, zijn huiselijk leven, de oorlogen met de Nederlanders, de grote brand van Londen en de pestepidemie. Hij leidde dat alles terdege in. Robbert-Jan Henkes heeft zich er daarmee vergeleken gemakkelijk van af gemaakt. Geen inleiding, geen verantwoording voor de keuze en geen verklarende voetnoten. Alleen een lijstje van jaartallen en voornaamste personen.

Henkes selecteerde met een accent op de huiselijke kant en tegen de achtergrond van de politieke situatie en zet dat alles achterelkaar. Wie niet beter weet zou denken dat dit het gehele dagboek is, terwijl het om een fractie gaat. Toch komt Pepys redelijk uit de verf, zowel zijn genoegens (wandelingen, muziek, boeken, vrouwen, wijn) als zijn problemen (zijn vrouw, nierstenen, financiën, gezeur op het werk, verdriet over zijn dode kanariepietje). Toch had iets meer context en uitleg dit boek gebruiksvriendelijker gemaakt.

Het omgekeerde is het geval met de selectie die Machiel Bosman maakte uit het dagboek dat de Amsterdamse ambtenaar Jacob Bicker Raije bijhield tussen 1732 en 1772. Bicker Raijes aantekeningen berusten in het Amsterdamse Stadsarchief en ook hieruit is eerder een selectie gemaakt. Bosmans heeft wél een inleiding en een verantwoording geschreven en daardoor krijgt de lezer een goed beeld van Bicker Raije en zijn tijd. Temeer daar Bosman zijn woorden in hedendaags Nederlands heeft weergegeven.

Bicker Raije schreef niet veel over zichzelf, maar hield een soort register bij van roddels, misdaden, executies en rampen die in Amsterdam voorvielen. Hij geeft verder veel familienieuws. Hij noemde dat zelf ‘het merckwaardigsten mijn bekent’. Dit is weliswaar curieuzer dan Pepys’ dagboek, maar historisch gezien veel minder interessant. In totaal beslaat deze kroniek 3.715 mededelingen, waarvan ruim de helft familieberichten. Bosman heeft er iets meer dan 600 opgenomen. Hij selecteerde op familieberichten, bestuur en benoemingen, geweld en rechtspraak, brand en ongelukken.

Wie dit leest zonder zich te realiseren dat het een keuze is, krijgt een volkomen vertekend beeld van het 18de-eeuwse Amsterdam, als één poel van stadsellende. Niets dan moord en doodslag, verkrachting, verdrinking en zich te barsten etende regenten. Fellini, Breughel en Jeroen Bosch in de pruikentijd. Bicker Raije verzamelde de gruwelijke grotesken van Amsterdam. Die hadden inderdaad plaats, maar niet elk uur of elke dag. Men kan het in de criminele archieven van de stad heel precies nalezen.

Hoofdschuddend lezen ligt voor de hand. Wat waren de mensen vroeger toch wreed. En dom. En sensatiebelust. Maar is er nu zoveel veranderd? Wie dit leest gaat zich vanzelf realiseren hoe kwetsbaar de mens was, zelfs in het welvarende en relatief veilige Amsterdam. Men leefde met een nu vrijwel niet meer voorstelbare rechtsonzekerheid, een machteloze medische stand en ontoereikende openbare voorzieningen. Maar de menselijke nieuwsgierigheid is niet noemenswaardig veranderd. Wie systematisch De Telegraaf en de roddelbladen doorneemt en nog wat rondsnuffelt op Geen Stijl inzake moord, doodslag, verkeersongelukken, roof, ladelichterij, belastingfraude, huiselijk geweld, verkrachting, scheidingen, wraakacties, overmatige bonussen en al of niet gelukte aanslagen, en dat afwisselt met ditjes en datjes uit de familiekring, kan zonder veel moeite een Bicker Raije van de 21ste eeuw worden.