Dame ambieert troon

Morgen dingt voor het eerst een vrouw mee naar het ambt van president in Duitsland.

Gesine Schwan wil betere relatie met ‘Ossies’ en Polen.

(Foto Reuters) Gesine Schwan, Germany's Social Democrats (SPD) candidate for the ceremonial office of president delivers a lecture to members of the Heinrich Boell Stiftung (Heinrich Boell foundation) in Frankfurt's Paulskirch April 26, 2009. REUTERS/Johannes Eisele (GERMANY POLITICS HEADSHOT) REUTERS

De bondsrepubliek kiest morgen een nieuwe president, maar een campagne voor dit hoge ambt is er niet. In Duitsland zijn geen verkiezingsaffiches te vinden van Gesine Schwan of Horst Köhler, de man die herkozen wil worden. Schwan (65), een elegante vrouw met hoog opgestoken krullend haar, ervaart dat niet als nadeel. Die terughoudendheid past volgens haar bij het plechtige karakter van de baan die ze beoogt – staatshoofd. Ook in Duitsland wordt de president geacht boven de partijen te staan. „Het is een ambt dat onderschat wordt”, zegt ze desgevraagd.

Schwan beaamt dat veel van het presidentiële werk representatieve verplichtingen betreft. Maar, zegt ze, „het is niet uitsluitend ceremonie. Dan onderschat je het potentieel dat de Duitse grondwet aan de president biedt. Je hebt culturele macht, in de breedste zin van het woord. Het staatshoofd moet verzoenen en samenbinden.”

De sociaal-democraat Schwan probeerde vijf jaar geleden ook al president te worden. Toen verloor ze met 589 stemmen van Horst Köhler van de christen-democratische CDU, die 604 stemmen kreeg. Hij is populair, vooral bij de burgers. Hij komt graag onder het volk, organiseert theemiddagen voor gewone mensen in slot Bellevue, zijn Berlijnse ambtswoning, en houdt regelmatig redevoeringen die tot nadenken stemmen. Hij komt zowel authentiek als sympathiek over. Toch doet Schwan weer een gooi naar de troon. En in plaats van een campagne die het ambt zou kunnen bezoedelen, krijgt Duitsland een beheerst duel te zien tussen een dame en een heer; een spiegelgevecht met zorgvuldig ingestudeerde bewegingen die op aanvallen lijken, maar dat niet mogen zijn.

Het is voor het eerst in de geschiedenis van de Bondsrepubliek dat een zittende president het moet opnemen tegen een uitdaagster. Negen staatshoofden heeft het land vanaf 1949 gehad, allemaal mannen.

Schwan komt uit een „sociaal geëngageerd nest”. Haar ouders waren tegenstanders van Adolf Hitler en hielden in het laatste oorlogsjaar een Joods meisje verborgen, een verzetsdaad die met de dood kon worden bestraft. Na de oorlog zette de familie zich in voor betere relaties met buurland Polen; een rode draad in het leven van Schwan. Ze spreekt vloeiend Pools en zou als president van Duitsland in Polen „graag een voordracht in het Pools houden”.

Schwan werkte bijna tien jaar in Frankfurt/Oder, aan de grens met Polen. Ze bracht er als rector magnificus de Viadrina Universiteit tot bloei, die nu studenten aantrekt uit heel Midden-Europa. Er wordt gezegd dat ze door haar ervaringen in het uiterste oosten van Duitsland een beter begrip voor de ‘Ossies’ heeft, de burgers uit de voormalige DDR, van wie sommigen zich nog steeds achtergesteld voelen bij West-Duitsers.

Voor Schwan is dit een ‘topthema’: „Het westen van Duitsland heeft meer ervaring met democratie dan het oosten. Ik heb respect voor de inspanningen die in Oost-Duitsland worden geleverd om er een democratische infrastructuur te installeren, maar eenvoudig is het niet.”

Juist versterking van de democratie acht zij de hoofdtaak van de president. Ze realiseert zich dat deze geen uitvoerende macht heeft, zoals een bondskanselier. Met het nemen van maatregelen ter bestrijding van de recessie kan ze zich niet bemoeien. Wel zou ze wijzen op „de grote maatschappelijke en culturele gevolgen van de kredietcrisis”.

Schwan waarschuwde onlangs voor sociale onrust. „Er kan door de crisis een gevoel van ongerechtigheid ontstaan, waardoor de woede van de mensen toeneemt”, zei ze. Die uitlating werd haar door politici niet in dank afgenomen. Nu formuleert ze voorzichtiger. Ze zegt dat zij als president de managers en economen, „die zich te ver van het gewone leven hebben verwijderd”, weer terug in de maatschappij wil brengen.

Schwan is wetenschapper en politicoloog. Ze heeft verschillende boeken over het socialisme en communisme gepubliceerd en is kenner van het werk van Karl Marx. Ze vindt het „interessant, maar niet realistisch om diens gedachtegoed op deze recessie los te laten”. In de linkse jaren 70 stond ze in de West-Duitse politiek te boek als een rechtse sociaal-democraat. Ze ageerde tegen de „lakse houding” van haar partij jegens het communistische Oostblok. „Mijn vrienden waren Poolse dissidenten, en die zaten bijna allemaal zonder proces in de gevangenis. Vandaar.”

Gesine Schwan meent dat het „nog helemaal open” is wie Duits staatshoofd wordt. Ze is vol vertrouwen, en wil haar „eigen weg” gaan, met eigen ideeën. „De man – of de vrouw – maakt het ambt.”