'Altijd de ramen open laten'

‘Wat me bevalt in de Romantiek is het speelse, het experimentele.’ Aldus Rüdiger Safranski, die een groots en meeslepend boek wijdde aan de meest Duitse van alle culturele stromingen.

Rüdiger Safranski: ‘De Romantici waren ontdekkingsreizigers van de geest’ Foto Willem Sluyterman van Loo Amsterdam, 15 mei 2009. Schrijver RŸdiker SAFRANSKI (D). Foto: Willem Sluyterman van Loo Sluyterman van Loo, Willem

‘Uw Gouden Eeuw was de 17de”, zegt Rüdiger Safranski in de bibliotheek van zijn Amsterdamse hotel. „Die van Duitsland was rond 1800, toen onze denkers nieuwsgierig waren en onze schrijvers zelfbewust; toen het idee heerste dat er een grote opdracht was weggelegd voor poëzie en fantasie.”

De Duitse filosoof-schrijver Safranski (1945) is in Nederland ter gelegenheid van de vertaling van Romantiek. Een Duitse Affaire, zijn veelgeprezen monografie (besproken in Boeken, 28.09.07) over wat hij overduidelijk beschouwt als de belangrijkste stroming in de cultuurgeschiedenis. Zeker de variant uit Duitsland. Safranski: „Natuurlijk, er was een Engelse Romantiek, en een Russische; maar de Duitse was beispielgebend voor Europa, in de filosofie en de literatuur, maar ook in de muziek. Daar komt bij dat de Romantiek essentieel is voor de Duitse identiteit. Ik heb veel gereisd en overal merkte ik dat iedereen de Duitsers ziet als een volk van Wald und Geheimnis, van romantische gekken. En dat doen we zelf eigenlijk ook.”

Vandaar de ondertitel ‘een Duitse affaire’?

„‘Affaire’ heeft de bijklank van iets verbodens, iets scandaleus, en dat is zo bedoeld. De romantiek heeft de Duitse cultuur gedeformeerd, en niet alleen in positieve zin. Als romantische ideeën opduiken in de politiek, en vooral als ze misbruikt worden, kan dat bedenkelijke gevolgen hebben. Daarover gaat het tweede deel van mijn boek, dat ik ‘Het romantische’ heb gedoopt, ter onderscheid van de Romantiek als Epoche, die in de eerste helft aan bod komt. De Romantici verkenden het nieuwe, als een soort ontdekkingsreizigers van de geest. Het is geen toeval dat dit in Duitsland zo’n hoge vlucht nam: in andere landen gingen de nieuwsgierigen naar zee, ze brachten nieuwe continenten in kaart. De Duitsers hadden geen wereldrijk, ze konden niet naar buiten en gingen dus ‘naar binnen’.”

Niettemin begint uw boek met de zeereis die de dominee-denker Herder in 1769 maakte.

„Ja, heel symbolisch: Herder verlaat zijn gemeente in Riga en vaart naar Nantes. Maar hij ontdekt geen nieuwe continenten, hij ontdekt zichzelf. Hij heroverweegt de boekenwijsheid die heeft opgedaan, en hij komt op nieuwe gedachten. Bijvoorbeeld dat je kennis moet maken met andere culturen om die van jezelf te relativeren. Of dat alles geschiedenis is: de mens, zijn cultuur, en ook de natuur. Herder was geen Kant of Hegel, hij bouwde geen systemen, maar strooide zijn ideeën rond als confetti. Zijn Sturm und Drang en zijn pleidooien voor individualisme en het bestuderen van de oude volkscultuur waren van grote invloed op de vroege Romantici.”

Dit is, na biografieën van Schopenhauer en Schiller, uw derde boek over één periode. Wat vindt u zo mooi aan de Romantiek?

,,Het lef van de Romantici en de vrijheid die ze voor zichzelf opeisten; denk aan de filosoof en theoloog Schleiermacher die zegt: ‘onze scheppende kracht is het goddelijke in ons, de Bijbel kunnen we zelf schrijven.’ De Romantiek was een reactie op de Verlichting van de 18de eeuw, maar niet minder een uitvloeisel van de secularisatie. Je zou kunnen zeggen dat de Verlichting van de religie de strenge God overnam, al heette die dan de rede. De Romantiek erfde van de religie einen schöpferischen Willkürgott: niks geen god van orde, maar een donkere, scheppende god. De Romantiek was een voortzetting van de religie met esthetische middelen; niet het oude geloof telde, maar het geloof aan jezelf.

„Wat me ook aanspreekt in de Romantiek is het fantasierijke, het speelse, het experimentele. Iemand als Novalis [pseudoniem van Friedrich von Hardenberg, PS] was een laboratorium van gedachten, die leidden tot mystieke poëzie, utopische essays en een roman die hij door zijn vroege dood niet af heeft kunnen maken. Vergeleken met zijn geistvoll experimentieren komt het vernieuwend schrijven van James Joyce pedant over. Joyce vernieuwt om het vernieuwen, hij mist de kinderlijke onbevangenheid van de man die ik in mijn boek ‘de Mozart van de Romantiek’ noem.”

U betoogt dat de Duitse diepzinnigheid met de Romantiek een zekere lichtheid kreeg. Maar hoe moet ik dan de loodzware filosofieën van iemand als Johann Gottlieb Fichte plaatsen?

„U mag die zwaar noemen, maar dan heeft u nooit Heidegger gelezen. Bij hem ontbreekt ieder spoortje ironie, en dat onderscheidt hem van de Romantische filosofen. Ironie was hét transportmiddel voor diepzinnigheid in de Romantiek. De Romantici waren zich ervan bewust dat de werkelijkheid überkomplex was, en dat je je eigen interpretaties moet relativeren. Altijd de ramen open laten, was het devies. Hun gewoonte om alles zwevend te houden geeft je het gevoel dat er altijd nog iets open blijft. Zo maak je het onbegrensde grijpbaar. Romantische ironie is: een schelp tegen je oor houden en de zee horen.”

Vele Romantici komen aan bod in uw boek, maar ik mis Goethe. Wordt hij in Duitsland niet als een Romanticus gezien?

„Nee, bij ons is hij de grote man van de Klassik. Zijn vroege werk is natuurlijk Sturm und Drang en hij werd door de eerste generatie Romantici als een god vereerd. Maar hij had al gauw genoeg van het extreme van de Romantici en van hun cultus van het ik. Hij raakte juist steeds sterker objectief gericht, interesseerde zich primair voor de natuurwetenschappen, en moest niets hebben van de katholiek-christelijke inslag van sommige Romantici. Hij stond er ook op dat hij niet tot de Romantische Schule gerekend werd.”

U laat de Romantiek aflopen in 1822, met de dood van de fantastische-verhalenschrijver Hoffmann. Maar is Heine, die 34 jaar later stierf, niet ook een typische Romanticus?

„Bij Hoffmann overheerste nog ongebroken het geloof dat het leven draait om poëzie en fantasie. Zij stonden midden in de Romantiek, terwijl Heine met één been in het realisme stond, het politieke realisme wel te verstaan. Hij kan al in 1835 kritisch terugblikken op de Romantiek, en vraagt zich af of hij ‘nachtegaal of trommelaar’ moet zijn: dichter of politiek activist.”

Waarom eindigde de Romantiek eigenlijk?

„Je kunt niet een duidelijke gebeurtenis als oorzaak aanwijzen, zoals veertig jaar eerder de schokgolf van de Franse Revolutie, die in Duitsland de overgang van Sturm und Drang naar Romantiek markeerde. Maar het heeft ongetwijfeld met de Industriële Revolutie te maken, met een andere manier van tegen de natuur aankijken, met het ontstaan van een proletariaat, met het groeiende idee dat het niet langer genoeg was om de cultuur te veranderen maar dat nu ook de werkelijkheid zelf eraan moest geloven. Karl Marx zei: ‘we hebben de wereld genoeg geïnterpreteerd, nu is het tijd haar te veranderen’.”

Was Marx een post-Romanticus?

„Hij was een exponent van wat ik ‘het romantische’ noem, een geesteshouding die niet aan een tijdvak is gebonden, de gedachte dat je de geschiedenis kunt en moet veranderen. Het idee dat je op de commandobrug staat van een groot schip, dat je het gaat bijsturen, was in het midden van de 19de eeuw nieuw – en kan tot schipbreuk leiden. Zoals ik schrijf: ‘de verbeelding aan de macht, dat is niet zo’n goed idee’. Ik spreek uit ervaring, want ik heb de studentenprotesten van 1968 meegemaakt. Die mochten dan voortkomen uit een diepromantisch levensgevoel, ze hadden de neiging om te ontsporen. Vooral wanneer de speelsheid en de ironie ontbraken.”

U wijdt ook een stuk aan het nazisme, dat het romantische in de politiek misbruikte.

„De nazi’s hebben inderdaad geprobeerd aspecten van de Romantiek voor hun karretje te spannen: de ideeën over volk en volkscultuur, de hang naar Germaanse mythologie, de verering van de Middeleeuwen, de liefde voor het Duitse landschap. Maar het nationaal-socialisme had nog andere, veel gevaarlijker wortels: het nihilistische perspectief, dat de mens tot niet meer dan een instrument maakte, en vooral de pseudowetenschappelijke theorieën die bepaalde bevolkingsgroepen als minderwaardig bestempelden.

„Misbruik van het romantische in de politiek heeft zich bepaald niet tot het Derde Rijk beperkt. Ik besteed ook aandacht aan Thomas Mann [1875-1955], die zichzelf een neo-Romanticus noemde. Als jonge schrijver beschouwde hij Duitsland als de bakermat en bewaarder van de romantische, diepgaande cultuur; de rest van de wereld was oppervlakkig. Zo politiseerde hij de Romantiek tegen de zijns inziens verderfelijke westerse democratie! Later heeft Mann zich van die ideeën losgemaakt, zonder zijn liefde voor het romantische te verliezen. Hij zag in – en zo denk ik er ook over – dat het romantische en de politiek twee verschillende sferen zijn die je beter niet met elkaar kan vermengen. Hoewel de verleiding groot is.”

Ook voor u?

„Ja, zeker de laatste tijd. Als ik Obama hoor spreken, denk ik: ja, het zou mooi zijn als er weer wat meer Romantiek in de wereld kwam. En is de kredietcrisis, die totale Delegitimierung van het kapitalisme, geen prachtige kans om het systeem opnieuw uit te vinden? Niks Opel redden, dat is zachte-heelmeesterswerk; gewoon de crisis haar werk laten doen en dan opnieuw beginnen! Niets is nu eenmaal hardnekkiger én romantischer dan het idee: laten we de wereld verbouwen.”

Rüdiger Safranski: ‘Romantiek. Een Duitse affaire’. Vert. Mark Wildschut. Atlas, 416 blz. € 34,90 (gebonden).

Lees recensies van Safranski's werk op nrcboeken.nl

    • Pieter Steinz