Zagen aan stoelpoten van dollar

De dollar is nog steeds oppermachtig. Maar China en Brazilië hebben kleine stapjes gezet om daar verandering in te brengen.

Leiders van de twee landen zijn overeengekomen te proberen hun onderlinge handel in de eigen munteenheden – de real en de yuan – te verrekenen. Als ze dat voor elkaar krijgen, zou dat de mondiale hegemonie van de dollar kunnen ondermijnen.

De Verenigde Staten mogen dan ’s werelds grootste schuldenaar zijn, het Amerikaanse monetaire beleid mag roekeloos zijn en het tekort op de handelsbalans nog steeds te hoog om gerust op te zijn, de Amerikanen genieten wel het privilege te kunnen lenen in de eigen munteenheid. En de dollar blijft de referentiemunt voor van alles en nog wat, van de olieprijs tot internationale vergelijkingen van het bruto binnenlands product (bbp).

Dat wat wordt gezien als de normale gang van zaken helpt de VS speciaal te blijven. Een generatie terug was het land de onbetwiste economische, politieke, militaire en culturele leider van de wereld. Het land is sindsdien minder dominant geworden, maar oude gewoonten – zoals het zich tot Washington wenden voor het laatste woord in kwesties van wereldbelang, en het denken in termen van dollars – zijn nu eenmaal lastig te doorbreken.

Als de switch naar het vereffenen van handelstransacties in real en yuan van de grond komt, zou dat met één deel van die traditie breken. Maar die verandering zal niet makkelijk zijn, zolang de mondiale prijzen van alle grondstoffen in dollars worden berekend.

Bovendien leggen de VS het nodige gewicht in de schaal als gevolg van hun enorme schuldenlast. De aanvaarding door de crediteuren van de unieke positie van de VS is nog hardnekkiger geworden door een bijzondere samenloop van omstandigheden: de crediteurenlanden kunnen de werkgelegenheid in eigen land op peil houden door Amerikaanse consumenten te helpen betalen voor geïmporteerde goederen. Het dwingen van de klant om het valutarisico op zich te nemen kan die handige steun in gevaar brengen.

Deze twee factoren – de traditie en het gewicht van de schuldenlast – betekenen dat het dollartijdperk niet één, twee, drie aan zijn einde zal komen, zelfs niet als het initiatief van China en Brazilië vrucht zou blijken te dragen.

Maar dit voornemen volgt op een serie officiële en semi-officiële Chinese klachten over de waarde van de dollar. De landen zonder dollar worden steeds ongeduriger. Misschien sluiten de andere twee ‘Bric’-landen, Rusland en India, zich wel bij het initiatief aan om een nieuw valutablok te vormen. Het duurt wellicht lang voordat de post-dollarwereld een feit is, maar ooit zal het zover zijn.

Edward Hadas