Wereldnieuws

Ik dreig mijn greep op de wereld te verliezen. Dat kan ons allemaal overkomen, maar als je toevallig een dagelijkse stukjesschrijver in de krant bent, heb je een probleem.

Gisteravond zes uur zette ik het NOS Journaal aan. Het achtuurjournaal duurt me doorgaans tien minuten te lang. Nieuws moet kort en bondig zijn, vind ik, dus liever geen olijke reportages van Peer Ulijn en grapjasserij met de weerman. Geef mij de harde feiten van zes uur, in vijf minuten voorgelezen door Jeroen Overbeek. Oorlog en vrede in een notendop, de rest lezen we wel in de krant.

Gisteravond las Jeroen met een merkwaardige twinkeling in zijn ogen iets over Jan Smit en ene Yolanthe voor. Yolanthe wie? Ik verstond het niet. Ik zag een paar beelden van een jonge vrouw die ik nooit eerder had gezien. Ze waren uit elkaar, begreep ik.

Het leek me sneu voor Jan die ik me eigenlijk vooral als Jantje herinner – een vriendelijk jongetje destijds. Hij zong aardig en hij kwam uit Volendam.

Toen hij volwassen werd, verloor ik hem uit het oog, ik zag hem alleen nog als ik zappend langs de zenders ging. Dat hij iets had gehad met ene Yolanthe was me volledig ontgaan. En, wat erger was, ik wist ook na dit item in het zesuurjournaal nog steeds niet wie die Yolanthe precies was. Wat deed ze voor de kost, had ze haar beroemdheid alleen aan Jantje te danken of was ze ook nog op een andere manier van grote waarde gebleken voor de Nederlandse samenleving?

Ik voelde me ontredderd. De breuk in deze relatie hoorde volgens de redactie van ons belangrijkste nieuwsprogramma tussen het wereldnieuws thuis, maar ik wist niet eens dat ze bij elkaar waren gewéést.

Hoe moest dat nu verder met mij? In godsnaam toch maar elke avond naar die verschrikkelijke Albert Verlinde in zijn RTL Boulevard kijken om een beetje bij te blijven? Of ‘de bladen’ en de Privé-pagina van De Telegraaf lezen? Kennelijk deden ze dat ook op de redactie van het NOS Journaal. En daar hadden ze dan verwoede discussies over in het dagelijkse nieuwsberaad.

„Moeten wij dat ook niet hebben?”

„Daar zijn wij eigenlijk niet voor”, probeerde de hoofdredacteur nog.

„Doe niet zo elitair”, riep een stel nieuwe redacteuren. „Heel Nederland praat erover!”

„Nou goed dan, maar één minuutje, hoor, en Jeroen moet het een beetje tongue in cheek voorlezen.”

We zijn nu een nacht verder. Ik weet nog steeds niet wie die Yolanthe is – en ik heb ook geen zin om het op te zoeken. Wel heb ik gehoord dat ze Jantje heeft ingeruild voor Wesley Sneijder. Toen wist ik weer dat er geen rechtvaardigheid op de wereld bestaat.

Die vriendelijke Jantje opzijzetten voor het grootste chagrijn van de voetbalvelden! Prima voetballer, maar altijd ontevreden, altijd verongelijkt, altijd woedend. „Blinde tyfushond”, riep hij eens naar een scheidsrechter. Heel Nederland hoorde het. Toen beweerde hij dat hij het naar een speler had geroepen.

Zo iemand. Daar krijgt Yolanthe what’s her name spijt van. Ik voorzie veel Wesley-Yolanthe-ontwikkelingen in het NOS Journaal. Peer Ulijn wordt in Madrid gestationeerd, Erwin Kroll vertelt met een knipoogje hoe heet het daar is.

    • Frits Abrahams