Waar gebeurd

,,Je moet me geloven”, zegt de 75-jarige Gjoezel Galejeva. ,,Iedereen die in de jaren dertig werd veroordeeld en vermoord had helemaal niets misdaan.” Samen met zo’n tachtig andere bejaarden zit ze in de benedenzaal van het Moskouse gebouw van Memorial, de burgerrechtenorganisatie die voor de slachtoffers van de Stalinterreur opkomt  en de repressie uit die periode in kaart brengt. Ze komen iedere donderdag bijeen en houden dat verleden in leven. Galejeva is een van hen. Haar verhaal doet je huiveren, ook al kan ze er nu met humor over vertellen.

Ze groeide op in Kazan aan de Wolga, als dochter van de Tataarse schrijver, uitgever en literatuurcriticus Goemer Gali. ,,In maart 1937 werd mijn vader gearresteerd”, vertelt ze. ,,Niet dat hij iets had misdaan, maar hij kende vijf talen en dat was al genoeg om veroordeeld te worden. Hij kreeg tien jaar kamp en werd naar Norislk in de poolcirkel gestuurd. De akte van beschuldiging - hij zou trotskist zijn - weigerde hij te ondertekenen, ook al werd hij gemarteld. Mijn moeder is vijf maanden daarna ook opgepakt. Zij  kreeg als familielid van een ‘verrader van het vaderland’ vijf jaar, die ze uitzat in een gevangenis in Siberië. De bewakers speelden kaart met haar executie als inzet.” 

Toen Gali in 1948 vrijkwam, mocht hij niet meer publiceren. Het artsenproces (een door Stalin georganiseerde pogrom tegen joodse artsen die ervan werden beschuldigd hem te willen vergiftigen) was inmiddels in volle gang. Tijdens deze nieuwe terreurgolf werd hij opnieuw veroordeeld. Dit keer werd hij verbannen naar Krasnojarsk. ,,Mijn vader moest als dwangarbeider in de bosbouw werken”, zegt Gjoezel. ,,En omdat hij kritiek had op het werk van zijn medegevangenen, liet een van hen in juni 1954 een omgehakte boom op hem terechtkomen.”

Drie maanden later werd Gali gerehabiliteerd en postuum weer opgenomen in de Schrijversbond en de Communistische Partij. In 2006 is er in Kazan een gedenksteen voor hem onthuld en een straat naar hem vernoemd.

Het leven van Gjoezel en haar jongere zus veranderde na de arrestatie van hun ouders drastisch. In het vervolg werden ze als paria’s behandeld. ,,Ze stuurden ons naar afzonderlijke weeshuizen. Volgens het bevel dat kinderen van landverraders onder andere achternamen over het land moesten worden verspreid. Ik had er altijd honger.”

In het weeshuis, waar ze een communistische opvoeding kregen, vertelden Gjoezel en haar zus aan iedereen die het horen wilde over de vervolging van hun ouders. Ze konden dit ongestraft doen. De problemen begonnen voor hen pas echt toen ze naar de universiteit gingen. ,,Ik wilde scheikunde studeren”, vertelt Gjoezel. ,,Met de hoogste cijfers had ik de toelatingsexamens gehaald. Maar toen kreeg ik te horen dat ik als kind van een landverrader geen scheikunde mocht studeren. De reden daarvoor was dat scheikundestudenten in het derde studiejaar praktijkervaring moest opdoen in een fabriek en ze ons er dan van zouden verdenken dat we sabotage wilden plegen. Ik moest huilen toen ze me dit vertelden. Maar gelukkig kwam toen de decaan van de wiskundefaculteit langs, die zei: ‘wiskunde is geen politieke wetenschap en is altijd nodig, dus kom maar bij ons.’ En zo studeerde ik in 1957 af als wiskundige. Papa en mama waren toen al gerehabiliteerd.”

Gjoezel was inmiddels verliefd op een natuurkundige die in een gesloten stad Obninsk kernonderzoek deed. Een half jaar na haar afstuderen kreeg ze toestemming om bij hem te gaan wonen en vond ze een baan aan een onderzoeksinstituut. ,,Maar op een dag werd mijn man door de partijleiding in die stad tot de orde geroepen. ‘Weet je wel wie je hierheen hebt gebracht?’ zeiden ze. Mijn man antwoordde toen: ‘Wat willen jullie? Ik lever zo mijn partijkaart in, maar mijn vrouw zet ik niet aan de kant.’ We zijn inmiddels vijftig jaar samen. Hij is tegenwoordig hoogleraar  aan de universiteit van Moskou. Ik heb geluk gehad, want de levens van veel van mijn lotgenoten zijn gebroken.” 

Gjoezel meldde zich in 1989 aan bij burgerrechten-organisatie Memorial, die onder meer opkwam voor slachtoffers van de Stalinrepressie. Haar lidmaatschapskaart werd door mensenrechtenactivist en Nobelprijswinnaar Andrej Sacharov ondertekend. Twee jaar later ging ze met pensioen en werd ze vrijwilliger bij Memorial, waarvoor ze fondsen ging werven. ,,Memorial krijgt geen geld van de staat, omdat de staat tegen Memorial is. Waarom, dat is duidelijk. De staat wil het verleden uitvlakken. In schoolboeken wordt de Grote Terreur amper behandeld en in het Russisch bestaat er geen serieuze studie naar die tijd. Tegenwoordig kan iedereen schrijven wat hij wil, ook ter verdediging van Stalin. Het zal dus nog een hele tijd duren voordat er in Rusland een evenwichtig beeld van die jaren bestaat.”

Voor Valeria Marek-Doenajeva (1938) is Memorial sinds 1989 een plaats waar ze haar omgekomen familieleden kan herdenken. Ze is de dochter van een Oostenrijkse sociaal-democraat en een Duitse boerendochter die naar Rusland trokken om het communisme te helpen opbouwen. ,,Mijn moeder emigreerde in 1926 met haar ouders naar Rusland en verwierf het Russische staatsburgerschap”, vertelt ze. ,,Mijn vader kwam hier pas in 1935. Ze werden verliefd op elkaar. Maar om te kunnen trouwen hadden ze  de persoonlijke toestemming van Stalin nodig, want die verbood Russen om met niet-Russen te trouwen en mijn vader wilde het Russische staatsburgerschap niet. Maar uiteindelijk kregen ze toch toestemming, waarschijnlijk nadat mijn grootmoeder zich had laten ronselen om voor de geheime dienst te spioneren.”

Ze trekt zich even terug op de wc, waar ze begint te huilen. Sigarettenrook trekt door een kier van de deur, waarop ze naar buiten komt en haar verhaal voortzet. ,,Mijn vaders Oostenrijkse vrienden in Moskou werden een voor een opgepakt. Als hij bij hun gezinnen langsging om te vragen wat er met hen was gebeurd, kreeg hij te horen dat ze ‘s nachts door een auto waren opgehaald. In 1937 werd mijn grootvader opgepakt, een jaar later volgde mijn grootmoeder. Mijn vader, die inmiddels een baan als chauffeur bij het Bolsjojtheater had, kreeg er zo genoeg van dat ging in 1940 terug ging naar Oostenrijk.”

Haar moeder mocht echter niet met hem mee. Ondanks de vele smeekschriften die ze aan Stalin schreef. Toen de oorlog met Rusland in 1941 begon was haar vader opgeroepen voor het Duitse leger. ,,Hij stuurde voedsel en geld naar zijn vrouw in Rusland. Op 21 juni, de dag van de Duitse inval, nam ze op de Duitse ambassade 3.000 rijksmark in ontvangst die hij haar had gestuurd. Nog diezelfde dag werd ze gearresteerd. Kort daarna werd ze in Omsk door een militaire rechtbank wegens spionage veroordeeld en geëxecuteerd. Haar vader, die inmiddels was vrijgelaten, is daarop voor de trein gesprongen.” 

Ook Valeria Marek moest naar het weeshuis, waar ze voor de dochter van een fascist werd uitgemaakt. Ook werd ze mishandeld. De littekens op haar hoofd bewijzen het. ,,In 1947, ik was toen negen jaar, werd mijn grootmoeder vrijgelaten, omdat ze voor Stalin had gespioneerd, anders kan ik het niet verklaren. Zij nam me toen in huis.” 

Op haar achttiende, ze was inmiddels getrouwd, besloot ze haar vader te gaan zoeken. Ze schreef brieven aan het Rode Kruis en in 1976 kreeg ze bericht dat ze wisten waar hij woonde. ,,Hij was in 1945 door de Russische bezettingstroepen gearresteerd en ter dood veroordeeld. Dat vonnis werd toen omgezet in vijfentwintig jaar kamp. Na de dood van Stalin is hij uitgewisseld. Ik kreeg toestemming om brieven aan hem te schrijven, al mocht ik niet naar hem toe. In 1984 is hij overleden. Ik heb alleen een foto van zijn graf.”

Haar moeder werd in 1996 gerehabiliteerd, zijzelf pas in 2001. Erg laat. Voor de officiële herdenking van de repressie onder Stalin heeft ze geen goed woord over. ,,Er gebeurt in Rusland helemaal niets. We hebben alleen onze eigen jaarlijkse herdenking op 7 oktober, maar verder gebeurt er niets. Gorbatsjov wil nu dat er een museum voor de Stalinrepressie wordt opgericht, maar dat zie ik er niet van komen. Onder Poetin worden de gruwelijkheden van het Stalinverleden geheel weggepoetst.” 

Toen ik drie uur later bij Valeria wegging, liet ze me vol trots een foto van haar dochter zien, die zojuist tot majoor bij de FSB, de opvolger van de NKVD en KGB was benoemd.

    • Michel Krielaars