Succesformule Europa

De Europese Unie is ooit opgericht als vredesproject: nieuwe oorlogen voorkomen.

Dus die EU, die kun je zelfs zien als stap vooruit in de wereldgeschiedenis.

Ze hebben elkaar al enige tijd niet gezien. Zo gaat dat met mensen die de actieve politiek hebben verlaten. Op afstand volgden ze elkaar. Hoe Frits Bolkestein leiding gaf aan de commissie die het Europees verkiezingsprogramma voor de VVD schreef en hoe Jan Pronk hetzelfde deed voor de PvdA.

Gezien hun leeftijd kunnen beiden gerekend worden tot de generatie die het ‘verenigd Europa’ als ideaal beschouwde na de verwoestende Tweede Wereldoorlog. Het idealisme, dat tegenwoordig ver weg lijkt. Bolkestein nuanceert: „Een realist kan ook een idealist zijn.”

Pronk: „Als ik praat over Europa als ideaal, praat ik over Europa als vredesproject: een zodanige integratie van economieën dat er eigenlijk geen reden meer is om conflicten gewelddadig uit te vechten. Dat is de waarde van Europa. Als ik verhalen houd over Europa, begin ik te praten over de eerste helft van de vorige eeuw. Toen sprake was van twee wereldoorlogen, genocide, een wereldeconomische crisis, communistische dictatuur, fascisme en kolonialisme. En dan beschouw ik Europa, net als de Verenigde Naties – het is misschien een groot woord – als een stap vooruit in de wereldgeschiedenis.”

Bolkestein: „De Europese Unie begon met drie doelstellingen: oorlog tussen Frankrijk en Duitsland moest voorgoed onmogelijk worden, de oorlogsschade moest worden hersteld en de Sovjets dienden buiten de deur gehouden te worden. Dat is allemaal gelukt en niemand kan ontkennen dat de Unie een succesformule is gebleken. Maar wat zijn nu Europese waarden, zoals Pronk zegt? Je kunt niet aankomen met het rijtje democratie, mensenrechten etcetera, want als je een Amerikaan of een Argentijn vraagt waar de waarden van hun land op zijn gebaseerd, komen ze met hetzelfde rijtje. Die waarden hebben geen onderscheidend vermogen.”

Hoe moet het dan verder met de huidige Europese Unie? Met uitzondering van GroenLinks en D66 lijkt er tussen de Nederlandse politieke partijen brede overeenstemming te bestaan dat er vooral minder Brusselse regelgeving moet komen. Bolkestein, gewapend met een schriftelijke analyse van het PvdA-verkiezingsprogramma, wil duidelijkheid. Hoe kan Pronk nu aan de ene kant zeggen dat het sociaal beleid op nationaal niveau geregeld moet worden en aan de andere kant pleiten voor een Europese welvaartsstaat?

Pronk: „Een sociaal Europa is niet makkelijk te verenigen met de scepsis tegenover Europese regels. In ons verkiezingsprogramma is gekozen voor niet verdergaande stappen op een aantal terreinen, waaronder sociale zekerheid. Wel kan Brussel zeggen dat elk land een sociaal minimum moet hebben. Maar dat hoeft in Portugal en Nederland niet gelijk te zijn. Mijn punt is dat, als je Europa intern verzwakt door tegen de publieke wil in heel veel te regelen, er minder mogelijk is om gezamenlijk beleid te maken om externe dreigingen tegen te gaan. Het is een keuze voor minder Brussel, maar meer Europa.”

Bolkestein: „Dat begrijp ik niet. Hoe kan je zeggen meer Europa, maar minder Brussel?” Pronk: „Ik wil een krachtig Europa.” Bolkestein: „Hoe wordt dat gerealiseerd?” Pronk: „Persoonlijk ben ik een groot voorstander van een gezamenlijke buitenlandse politiek, maar dat staat niet in het programma. We zullen met een gemeenschappelijk energie- en klimaatbeleid moeten komen, een gemeenschappelijke opstelling ten opzichte van Rusland…”

Bolkestein: „Maar dat kan alleen maar via Brussel!” Pronk: „Natuurlijk. Maar ik wil minder Brussel als het interne regelgeving betreft. Ik hoef niet veel verder meer op het terrein van de interne markt. We hoeven die niet te vervolmaken door middel van een uniform sociaal beleid. Dat is de opstelling van de PvdA in het verleden geweest.”

Bolkestein: „De basisfout is dat men in Europa altijd zegt: dit is toch wenselijk, toch belangrijk, toch de moeite waard. Ja, zeg ik dan, dat is zo, maar het is geen zaak voor Europa.” Pronk: „Exact.” Bolkestein: „Maar ik lees in jouw programma dat we anders moeten gaan eten, minder vlees. Moet Brussel zich ook met onze eetgewoonten bezighouden?”

Pronk: „Alsjeblieft niet. Dit is het meer essayistische deel.” Bolkestein: „Daar kom je niet mee weg, Jan. Het staat in het programma!” Pronk: „Dat het wenselijk is. In verband met het wereldvoedselvraagstuk zou veel meer moeten worden gemikt op de productie van granen dan op de productie van vlees. Maar er staat niet hoe dat specifiek zou moeten.”

Bolkestein: „Ik lees dat consumptiepatronen moeten worden aangepast. Weer zo’n voorbeeld van iets dat wenselijk is en dat Europa zou moeten doen.” Pronk: „Nee. Er staat niets in over regelgeving.” Bolkestein: „Jan, het staat erin.”

Bolkestein moet door, naar een volgende afspraak. Heeft Pronk niet nog wat op te merken over het verkiezingsprogramma van de VVD? „Nee”, sart Pronk, „ik heb geen analyse van mijn staf meegekregen.” Bolkestein: „Wat jammer nou, want het is zo’n goed programma.”

    • Mark Kranenburg