Onco mikt met simpele test op miljoenenmarkt

Mensen ondergaan niet graag onderzoek met een rubberen slang met camera in de darmen, ook al zou het helpen hun leven te redden. Een nieuw bedrijf komt nu met zachtzinniger onderzoeksmethoden.

Een medewerker van OncoMethylome pipetteert DNA in een buisje voor nadere analyse. (Foto's Onco) ONCO

Als darmkanker in het beginstadium wordt opgespoord heeft de patiënt nog grote kans te overleven. Meestal komt darmkanker echter pas aan het licht als de patiënt klachten krijgt en de ziekte al vergevorderd is. Het Belgisch-Nederlandse biotechnologiebedrijf OncoMethylome Sciences (Onco) staat op het punt om zich waar te maken als producent van geavanceerde tests om darmkanker vroegtijdig op te sporen. Het bedrijf werkt aan twee tests. Vorig jaar bracht het in de Verenigde Staten al de ontlastingstest ColoSure op de markt, binnenkort volgt een bloedtest.

De darmkankertests moeten een doorbraak worden voor het jonge bedrijf. Dit zijn de eerste producten waarvoor volgens de Nederlandse directeur Herman Spolders een substantiële markt bestaat. „In Europa en de VS gaat het potentieel om 200 miljoen mensen”, zegt Spolders. „Als een gedeelte van hen zich regelmatig laat testen, betekent dat een markt van meer dan een miljard euro.” Onco ontvangt daarvan als octrooibezitter een percentage als een van zijn internationale commerciële partners deze test op de markt brengt. Het bedrijf mikt erop dat overheden de bloedtest of de ontlastingtest gaan gebruiken voor bevolkingsbreed onderzoek naar darmkanker.

Jaarlijks komen er in Nederland 10.000 nieuwe gevallen van darmkanker bij. Door de vergrijzing zal dit cijfer nog toenemen, mogelijk naar 13.000 gevallen per jaar in 2020. 13 procent van de Nederlanders krijgt er vroeg of laat mee te maken. Bij mannen is het na long- en prostaatkanker de meest voorkomende tumor. Bij vrouwen volgt deze tumor na borstkanker. Darmkanker is verantwoordelijk voor 11 procent van de totale kankersterfte in Nederland.

De hoge kans op sterfte komt vooral doordat darmkanker vaak pas laat wordt gediagnosticeerd, zegt hoogleraar Ad Masclee, hoofd van de Maag-, Darm- en Levergroep van het Maastrichts Universitair Medisch Centrum. „Een darmtumor wordt meestal ontdekt in wat wij stadium 2 of 3 noemen, als het gezwel al een behoorlijke omvang heeft. Die patiënten hebben geen goed vooruitzicht. Mensen komen pas binnen als ze serieuze verschijnselen hebben als bloedverlies of een veranderd patroon van de ontlasting. Driekwart van hen blijkt bij darmonderzoek gelukkig geen tumor te hebben, maar de patiënten die op deze manier wel gevonden worden, hebben meestal geen goede vooruitzichten meer. Met nieuwe technieken zouden wij tumoren heel vroeg, in stadium 0 of 1, kunnen ontdekken. De kans op overleving is dan 95 procent. Vroege detectie is dus echt van levensbelang.”

Om darmtumoren vroeg op te sporen zou iedereen boven de 50 (de grootste risicogroep) onderzocht moeten worden. De Europese Unie heeft al in 2003 een voorstel aangenomen waarin staat dat iedere lidstaat een vorm van bevolkingsonderzoek naar darmkanker moet opzetten, net zoals dat al langer bestaat voor borstkanker (doorlichten van borsten) en baarmoederhalskanker (het uitstrijkje). Maar tot nu toe heeft slechts een handvol landen dergelijk onderzoek ingevoerd.

Bijvoorbeeld Duitsland. Daar worden alle mensen boven de 55 jaar uitgenodigd voor een darmonderzoek door middel van endoscopie, maar slechts 13 procent doet mee. Volgens Masclee is die lauwe belangstelling deels te verklaren doordat ten onrechte het idee leeft dat een inwendig darmonderzoek erg belastend is. De arts brengt daarbij een lange flexibele slang met een cameraatje in de darm, waarna hij bij het terugtrekken de darmwand centimeter voor centimeter onderzoekt op onregelmatigheden die kunnen wijzen op (beginnende) tumoren.

Maar zelfs de beste endoscopist kan bij een darmonderzoek soms een tumor over het hoofd zien. Masclee: „Soms is het lastig om achter de vele plooien in de dikke darm te kijken. Beginnende tumoren zijn vaak niet meer dan een verdikt plekje op de darmwand, en vallen daardoor nauwelijks op.”

Onco wil met een simpele bloedtest een bevolkingsonderzoek veel eenvoudiger maken. Minder belastend voor de deelnemers, wellicht betrouwbaarder en mogelijk ook nog eens goedkoper. „Ons product moet mensen identificeren die coloscopie moeten ondergaan”, zegt Herman Spolders van Onco. „Vroege stadia van darmkanker kun je in een groot percentage van de gevallen terugvinden in het bloed.”

De ontlastingtest van Onco is zelfs nog gevoeliger, en detecteert meer dan 80 procent van de darmtumoren. Maar in de praktijk blijkt het makkelijker om iemands bloed te testen dan de ontlasting. Mensen die positief blijken in de test, zullen alsnog een endoscopie aangeboden krijgen, om echt te kunnen vaststellen of het om een tumor gaat en hoe groot die is.

Er zijn kapers op de kust voor OncoMethylome. Want hoewel Onco zijn technologie beschermd weet door octrooien, zijn er diverse bedrijven die met andere methoden ook speuren naar tumoren. Zo zoeken het Amerikaanse Myriad en het Nederlandse Agendia naar mutaties in genen die kankers veroorzaken, en ontwikkelen op basis daarvan hun eigen tests.

Maar Spolders is niet erg onder de indruk van die competitie. „Veel van die mutaties zijn heel erg zeldzaam en die kun je moeilijk opsporen. Methylering komt vaker voor dan mutaties. Bij borstkanker zoekt men bijvoorbeeld naar mutaties in het BRCA-gen. Maar die komen slechts bij een paar procent van de vrouwen met borstkanker voor. Ter vergelijking: methylering van dit gen komt in 30 procent van de gevallen voor.” (Zie: Test ziet subtiele veranderingen in de cel.)

Onderzoeker Manon van Engeland van het Maastricht Universitair Medisch Centrum geeft hem gelijk: „Bij dikkedarmkanker is erfelijke aanleg slechts in 5 procent aanwijsbaar als oorzaak. Met een methyleringsmerker kun je breed opsporen, het biedt in potentie zelfs de mogelijkheid om alle darmtumoren met één test op te sporen.”

En dan is er nog het Zwitserse bedrijfje Diagnoplex, dat werkt aan een bloedtest waarmee darmkanker mogelijk in een nog vroeger stadium kan worden opgespoord. Diagnoplex kijkt niet naar het veranderde DNA van een tumor, maar onderzoekt of witte bloedcellen in het lichaam reageren op de aanwezigheid van een eventuele tumor.

Het is volgens maagdarmleverarts Ad Masclee aan de overheid om te bepalen met welke tests een bevolkingsonderzoek naar darmkanker zal worden uitgevoerd. „Er bestaat terecht een enorme druk om iets te doen aan de darmkankersterfte. Met bevolkingsonderzoek kan de sterfte gereduceerd worden met 15 tot 30 procent. Welke methode wordt gekozen is minder van belang, als je maar iets doet. Alle voorgestelde maatregelen zijn kosteneffectief.”

    • Sander Voormolen