Niet gek, Armstrong als een sterke knecht

Danilo Di Luca trad met ritwinst in Pinerolo in het spoor van Fausto Coppi.

Lance Armstrong keerde in Sestrière terug in de plaats waar in 1999 alles begon.

Even voor half vier dook Lance Armstrong gisteren aan kop van het Giro-peloton de afdaling in, na de lange klim naar het op 2.035 meter hoogte gelegen Sestrière, zesenhalve minuut achter koploper Stefano Garzelli. Tien jaar geleden bewees hij zich in het Italiaanse bergdorp voor het eerst als topklimmer. Nu offerde de zevenvoudig recordwinnaar van de Ronde van Frankrijk zich op als knecht van kopman Levi Leipheimer.

In finishplaats Pinerolo jubelden de Italiaanse fans om ritwinnaar Danilo Di Luca, die na 262 kilometer in de roze leiderstrui solo aankwam en wat seconden uitliep op zijn concurrenten. Uitgerekend in de langste etappe van de honderdjarige Ronde van Italië, bedoeld als eerbetoon aan de heroïsche zege van Fausto Coppi in 1949. De eerste cols van toen – Maddelena, Vars en Izoard – waren geschrapt maar het laatste deel was precies gelijk aan de route waar Coppi zijn rivaal Gino Bartali op 11.52 minuut achterstand reed. Inclusief de klim naar Sestrière, de Cima Coppi (hoogste bergtop) van deze Giro.

De historische rit, die ’s ochtends werd voorafgegaan door een dodelijk motorongeluk van vaste volger Fabio Saccani, leverde niet veel verschuivingen op in het klassement. Voor de 60 kilometer lange tijdrit van morgen heeft Di Luca, geen specialist, meer dan een minuut voorsprong op zijn eerste achtervolgers: Denis Mentsjov, Michael Rogers, Leipheimer en Franco Pellizotti. Tourwinnaar Carlos Sastre staat op 1.54, voor Ivan Basso (2.03) en de Zweed Thomas Lövkvist, die gisteren 1.39 verloor.

Armstrong, in het klassement al op meer dan vier minuten achterstand na de eerste bergritten, eindigde als dertiende in de rit over de klim waar hij op 13 juli 1999 wielergeschiedenis schreef. Na van kanker te zijn genezen stond hij voor de eerste bergrit aan de leiding in de Tour de France. Maar een topklimmer was de ex-triatleet voor zijn ziekte nooit geweest. „Ik wist dat het peloton dacht dat ik zou instorten”, zegt hij in zijn boek Door de pijngrens. „Ze hadden geen respect voor de gele trui om mijn schouders.”

Mede door de sterk wisselende weersomstandigheden veroorzaakte de rit naar Sestrière destijds een slachting onder de renners. „Ik was van plan ze zo te laten lijden dat ze geen adem meer konden krijgen.” Acht kilometer voor de top demarreert Armstrong krachtig weg uit een groepje met zijn voornaamste rivaal, de Zwitser Alex Zülle. Haast achteloos passeerde hij de eerder ontsnapte Fernando Escartin en Ivan Gotti. „Ik dacht aan een scène uit Good Will Hunting, een film waarin Matt Damon een verstoten wiskundewonderkind speelt, een kwaad joch uit de verkeerde kant van Zuid-Boston, zo iemand als ikzelf.” Op een klein verzet maalde Armstrong in ’99 onnavolgbaar naar de top in Sestrière, waar hij in de stromende regen zijn eerste zege in het hooggebergte behaalde. Een recept dat hem in de Tour zeven jaar lang onverslaanbaar zou maken.

Tien jaar later, bij zijn comeback na drie jaar zonder koers, is winnen er niet bij. Maar Armstrong (37), die nog wat zwaarder oogt dan in zijn toptijd, kon de toppers gisteren ook bergop lang volgen. Hij zette alles op alles om in de slotfase terug te keren bij Leipheimer, die terrein verloor op Di Luca. „Leipheimer is voor mij favoriet voor de Giro-zege”, zei vijfvoudig winnaar Eddy Merckx gisteren voor de VRT-televisie. Niet gek, met een sterke Armstrong als knecht.