Mens wordt tot kunst bij vrolijke Pardo

Jorge Pardo's 'Bar am Kaiserteich', sinds 2002 populair in Düsseldorf. (Foto Achim Kukulies) Kukulies, Achim

Tentoonstelling Jorge Pardo, overzichtsexpositie in K21, Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen, Ständehausstrasse 1, Düsseldorf. Tot 2 augustus 2009. Di–vr 10-18, za-zo 11-18 uur, 1ste woensdag van de maand 10-22 uur. Inl: www.kunstsammlung.de****

De tentoonstelling van Jorge Pardo in K21 is eerder een atmosfeer, een decoratieve en kleurrijke ambiance, dan een expositie van afzonderlijke kunstwerken. Het is een afspiegeling van zijn totale oeuvre, dat zich tot ver buiten de begrenzingen van musea en kunstverzamelingen uitstrekt en dat zich laat omschrijven als een in hoog tempo uitdijend, artificieel, door de computer gegenereerd universum. Met meubels en lampen in een stijl die een mix is van design uit de jaren zestig en Ikea, met schilderijen, sculpturen, paviljoens, zelfs complete bungalows en restaurants. Pardo wil ons ertoe verleiden ons in zijn universum te verpozen, er samen rond te wandelen en te causeren. Hij wil dat we ons er goed voelen, ons erin verliezen. Zijn werk is één groot belevenisproject.

Jorge Pardo (Havanna, 1963, woont in Los Angeles) is een oude bekende in K21. In 2002 ontwierp hij ter gelegenheid van de opening van het museum een bar-restaurant. De muren en het plafond van de hoge ruimte decoreerde hij met lichtgele en groene ovalen op een bruinrode ondergrond, als een soort sterrenhemel. Er hangen meterslange slierten met lampen in groene en blauwe bladvormen, en er zijn leren banken en een spiegelende bar. Het werkt heel goed. Sommigen menen dat het meer is dan design, zoals een Pardo-lamp niet alleen een decoratieve lichtbron is maar ook een sculptuur. Je zou ook kunnen zeggen dat het heel erg goed, tot in de finesses doorgevoerd, design is.

Pardo is een exponent van de relational esthetics, waartoe ook andere coryfeeën als Liam Gilick en Carsten Höller behoren . Deze ‘relationele kunst’ gaat over communicatie met het publiek en manifesteert zich in een openbare, sociale context. Kunst als dienstverlening, waarbij het publiek onderdeel van het kunstwerk wordt.

Pardo’s doorbraak kwam toen hij in 1997 op de Skulptur Projekte in Münster een 45 meter lange houten aanlegsteiger bouwde in de Aasee, met een groot zeshoekig platform met uitzicht over het water, compleet met sigarettenautomaat. Sindsdien ontwierp Pardo, die zichzelf als beeldhouwer beschouwt, ondermeer een studiehoek in Museum Boijmans, een boekenwinkel bij de Dia Art Foundation in New York en een restaurant in het parlementsgebouw in Berlijn. Vorig jaar ontwierp hij de herinrichting van de verzameling precolumbiaanse kunst in het L.A. County Museum. En onlangs verwierf hij 200 hectare grond op het schiereiland Yucatán, waar hij twaalf paviljoens voor culturele ‘events’ gaat bouwen en waar men kan overnachten.

De tentoonstelling in K21 is opgebouwd rond drie paviljoens, palapas, tropische hutten met open zijkanten. Transparante tentoonstellingsruimten met dunne gordijnen, die gewijd zijn aan design, schilderkunst en sculptuur. Zo staan in het sculptuurpaviljoen levensgrote draadfiguren met een lamp erin, die met hulp van een computer gemodelleerd zijn naar de lichamen van Pardo’s medewerkers in zijn studio in Los Angeles.

Digitale technologie vervult in het werk van Pardo een sleutelrol. Hij begrijpt niet dat er nog schilders zijn die werken alsof het nog steeds 1955 is.

Pardo vraagt zich af of de schilderkunst nog een rol kan spelen in deze tijd. Een mogelijke manier is, zegt hij, om nieuwe technologie in te zetten voor de productie van een schilderij. Hij vergelijkt dit met de cut-outs, de papierknipsels, van Matisse. Die techniek luidde in de jaren veertig een nieuwe ontwikkeling in diens werk en in de hele schilderkunst in.

De schilderkunst, Pardo’s ‘hobby’, is de rode draad op zijn tentoonstelling, met schilderijen, tekeningen en reliëfs uit de afgelopen vijftien jaar. Ze verwijzen naar modernistische stijlen, van Hans Arp, of abstract expressionisme, maar dan heel gestileerd, of shaped canvas op een manier die aan Frank Stella doet denken. Ook zijn er MDF-panelen met decoratieve patronen, en monochrome reliëfs, en familiefoto’s die als een soort ex-voto’s zijn ingelijst.

Het is vooral heel veel en vrolijk. Deze werken onttrekken zich aan iedere kritische analyse of interpretatie. Een keuze voor het ene of andere werk is slechts een kwestie smaak, in de trant van: doe mij maar een expressief gebaar in pasteltinten.

Dit is precies waar het werk van Pardo over gaat. Het is onderhoudende kunst, kunst die de mensenmassa’s wil vermaken. Pardo drijft de oude modernistische utopie van ‘kunst als leven’ door tot de uiterste grens, waar alleen nog leegte is. Pardo houdt onze maatschappij op een subtiele en subversieve manier een spiegel voor.