Lagerhuis past declaratieregels aan

Met strengere regels voor declaraties probeert het Britse Lagerhuis uit een van de diepste crises uit zijn bestaan te geraken.

Het Britse Lagerhuis, dat een van de diepste crises uit zijn lange geschiedenis doormaakt wegens onthullingen over veelvuldig misbruik van de declaratieregels, heeft gisteren een begin gemaakt met de zuivering van zijn reputatie.

De voorzitter van het Lagerhuis, de Schot Michael Martin, kondigde in een toespraak van ruim een halve minuut aan dat hij op 21 juni zijn ambt neerlegt. Dat gebeurde onder zware druk en daarmee is de voormalige metaalbewerker de eerste ‘Speaker’ sinds 1695, die zijn functie onvrijwillig opgeeft.

Zijn besluit zorgde voor enige opluchting, omdat hij algemeen wordt vereenzelvigd met het oude systeem. Martin verzette zich uit alle macht tegen de openbaarmaking van de gegevens over de declaraties van parlementariërs.

Toen dat door toedoen van het dagblad The Daily Telegraph twee weken geleden toch gebeurde, nam hij het op voor de aangevallen Lagerhuisleden en hekelde hij de critici. Met excuses kwam hij pas, toen er een golf van verontwaardiging over het land was gespoeld.

Martin besefte onvoldoende dat de tijden zijn veranderd. Het publiek accepteert niet langer dat de Lagerhuisleden, die al kunnen rekenen op een salaris van ruim 64.000 pond (72.000 euro) per jaar, daarnaast nog eens voor tienduizenden ponden kunnen declareren zonder daarvoor in het openbaar verantwoording af te leggen.

De partijleiders zijn daar inmiddels wel van doordrongen. Zij besloten gisteren de bedragen die kunnen worden gedeclareerd te verlagen. Ook willen ze het toezicht daarop voortaan overlaten aan een onafhankelijke instantie. „Westminster kan niet opereren als een herenclub, waarbij de leden zelf de regels vaststellen”, aldus premier Gordon Brown.

De hele affaire heeft op zichzelf al een zekere reinigende werking gehad. Lagerhuisleden zullen zich wel drie keer bedenken om nogmaals wc-brillen of hondenvoer te declareren of op kosten van de belastingbetaler het drainagesysteem onder hun privétennisbaan te laten repareren.

Sommigen beseffen ook dat ze zozeer in diskrediet zijn geraakt, dat ze maar beter kunnen vertrekken. Zo kondigde de prominente Conservatief Douglas Hogg, die een schoonmaakbeurt voor de gracht om zijn landgoed had gedeclareerd, aan dat hij zich bij de volgende verkiezingen niet meer kandidaat stelt. Hogg: „Ik begrijp de publieke woede die is losgebarsten over de declaraties volkomen. Het huidige systeem bevat ernstige tekortkomingen. Wij parlementariërs hebben het bij het verkeerde eind gehad en ik verontschuldig me voor die fout.”

Anderen hopen hun politieke carrière te redden door ijlings geld terug te betalen voor dubieuze declaraties voor hun tweede woning. Onder hen Hazel Blears, de minister voor Lokaal bestuur, die verder verzuimde belasting te betalen na de verkoop van haar tweede woning. Premier Brown noemde haar declaratiegedrag gisteren „totaal onaanvaardbaar”. Dat betekent mogelijk dat hij Blears vervangt bij de verwachte reshuffel van zijn kabinet na de Europese en lokale verkiezingen van begin juni.

Met angst en beven zien vooral Labour en de Conservatieven die verkiezingen tegemoet. De desillusie van de Britten over hun politici is zelden groter geweest dan op dit moment. Dat kan uitmonden in een dramatisch lage opkomst, die het aanzien van het parlement verder zou schaden.

De Conservatieve leider David Cameron meent dat nieuwe verkiezingen met kandidaten die zich committeren aan strenge declaratieregels, de beste manier zijn om het aanzien van het Lagerhuis enigszins te herstellen. Labour is niet tegen zulke regels, maar wenst nog geen verkiezingen.

Commentaar pagina 7

    • Floris van Straaten