Kunstgras, dat verkoopt echt prima

Tapijtfabrikant Desso voelt weinig van de crisis dankzij de vraag naar kunstgras.

Het gaat er nu om het beste kunstgras te produceren.

De productie van kunstgras bij Desso in het Belgische Dendermonde. (Foto's Eric de Mildt)



EDM

Het is stil in de fabriek van tapijtfabrikant Desso in het Belgische Dendermonde. Af en toe rijdt er een heftruck door de hal. Bij sommige machines zijn een paar mensen aan het werk. Economische crisis? Voorjaarsvakantie, zegt manager Anjo van der Wende. Nog een paar weken en dan begint de drukste periode van het jaar, zegt hij. Want begint de zomerstop van sportclubs, dan kan Desso aan de slag met het aanleggen van kunstgrasvelden. Gewoon gras er uit, kunstgras er in.

Van de crisis merken we eigenlijk niets, zegt Van der Wende. „Sterker nog, in sommige landen verkopen we juist meer kunstgras door de crisis.” Zoals in Noorwegen en Zweden, waar de overheid dit jaar extra geld beschikbaar heeft gesteld voor het aanleggen van „sportinfrastructuur”. „Sporten is goed voor het welzijn van mensen. Nu denken politici misschien: je bent dan wel werkloos, ga dan in ieder geval lekker sporten.”

In 1930 richtte de Belg Henri Desseaux de gelijknamige tapijtfabriek op. Onder de merknaam Desso – inmiddels ook de bedrijfsnaam – verkoopt het bedrijf sindsdien tapijt en tapijttegels voor bijvoorbeeld kantoren, woningen en vliegtuigen. Sinds de jaren 90 is het bedrijf in Duitse en later in Amerikaanse handen geweest. In 2007 werd de tapijtfabrikant gekocht door de Nederlandse investeringsmaatschappij NPM Capital, die 70 procent van de aandelen in handen heeft. De overige 30 procent is in bezit van het management van Desso.

De omzetgroei moet nu met de economische crisis vooral komen van de kunstgrastak. Volgens Van der Wende is de verkoop van kunstgras in tegenstelling tot tapijt nauwelijks conjunctuurgevoelig. „En vaak wordt de aanleg ook nog gesubsidieerd door de overheid.” Een compleet voetbalveld van kunstgras – met hekken en verlichting – kost bij Desso rond de 375.000 euro. De levensduur is volgens Van der Wende 10 tot 15 jaar. „Maar dan kun je er wel altijd gebruik van maken. Wind, regen, vorst: het veld is bespeelbaar.” Daarom stappen volgens hem ook steeds meer voetbalclubs over op kunstgras. „We verwachten de komende jaren een verdriedubbeling van circa 700 velden naar 2.000 velden.”

Maar dat betekent niet dat Desso al die velden zal leveren. Veel tapijtfabrikanten zijn in de jaren tachtig kunstgras gaan produceren. Dus gaat het er volgens Van der Wende nu om het beste kunstgras te ontwikkelen. „De vorm van het gras, de slijtvastheid, welke ondergrond geeft de beste demping, noem maar op.” Desso werkt samen met de Universiteit van Gent om hun kunstgras te verbeteren. „Bij hockey moet het gras veel korter zijn en de structuur zo dat de bal weinig wordt afgeremd. Bij voetbal gebruiken we een andere structuur, omdat de bal anders juist veel te veel snelheid krijgt.” Met al die onderzoeken hoopt Desso het perfecte kunstgras te kunnen maken. „Vroeger wilden we met kunstgras zo goed mogelijk natuurgras imiteren. Nu willen we kunstgras waarop sporters liever spelen dan op natuurgras.”

In de fabriekshal ruikt het naar rubber. De rollen met kunstgras worden gemaakt met zogeheten tuftmachines. Die machines steken met grote naalden de groene kunststofvezel die uit acht kleine draadjes bestaat, door het doek. Aan de bovenkant wordt de vezel dan losgesneden. Van de Wende: „Dan gaat het eigenlijk als een soort bloem open.” De afstand tussen de kunststofbloemen verschilt per sport. „Bij hockey zitten zit het gras veel dichter op elkaar dan bij voetbal.” Als de vezels door het doek zijn gestoken, wordt de onderkant nog afgewerkt met latex om de kunststofbloem vast te zetten.

Volgens Van der Wende heeft Desso daarnaast nog een uniek product, waarmee het de concurrentie voorlopig ver achter zich laat. De zogenoemde Grassmaster is een combinatie van kunstgras en natuurgras. Met een mobiele tuftmachine injecteert Desso kunststofgras in een bestaande grasmat tot een diepte van 20 centimeter, op 2 procent van het totale oppervlak. Van der Wende: „Het natuurgras hecht zich aan het kunstgras, waardoor het veld veel steviger wordt. Het is vlakker, geen plaggen en je kunt er veel langer op spelen.” In Engeland spelen topclubs zoals Arsenal op de Grassmaster. In Nederland heeft onder meer AZ zo’n veld. Het „kroonjuweel” van Desso kost twee ton. „Maar dan heb je een perfecte grasmat.”