Israël test de vriendschap met Amerika

De relatie tussen de VS en Israël was lang uitstekend.

Maar het eerste gesprek tussen president Obama en premier Netanyahu wijst op toekomstige spanningen

De Verenigde Staten en Israël zijn vrienden, dikke vrienden. De Amerikaanse president Barack Obama en de Israëlische premier Benjamin Netanyahu hadden goede redenen dat maandag, na hun eerste ontmoeting in die functies in Washington, nog eens hardop te bevestigen. Want zoveel was na een eerste aftastende gesprek van beide kanten duidelijk: de vriendschap zal de komende jaren stevig getest worden.

Jarenlang was de relatie tussen de Verenigde Staten en Israël als vanzelf uitstekend. De Republikein George Bush bemoeide zich pas op het allerlaatste moment van zijn termijn met het Midden-Oosten. Hij was bevriend met de Israëlische premiers Ariel Sharon en Ehud Olmert en stelde verder geen lastige vragen – zoals Israël het graag ziet.

De verkiezing van Obama en die van het rechtse Likud-boegbeeld Benjamin Netanyahu tot leiders van hun land zal voor meer problemen zorgen. Obama heeft het Midden-Oosten tot prioriteit verklaard en streeft verzoening na met de Arabische wereld en Iran. Israël overweegt een aanval op het nucleaire programma van Iran. Bovendien ziet de regering-Netanyahu niets in de stichting van een Palestijnse staat of ontmanteling van nederzettingen in bezet gebied, zoals maandag ook bleek. Geïrriteerde opmerkingen van minister Hillary Clinton van Buitenlandse Zaken in Jeruzalem toonden eerder al dat er weinig Amerikaans geduld met Israël is.

Vooraf aan de ontmoeting tussen de nieuwe regeringsleiders was de grootste zorg van Netanyahu hoe hij de bilaterale vriendschappelijke relatie goed kon houden zonder een wezenlijke concessie te doen. En dat terwijl de internationale gemeenschap op dit moment maar naar één ding kijkt: noemt hij wel of niet de Palestijnse staat als optie?

Netanyahu is een voorzichtige handelsreiziger: hij vermeed opzichtig het woord ‘Palestijnse staat’ in de mond te nemen. Hij zei dat Israël de Palestijnen niet wil besturen, dat moeten ze zelf doen. En om dat te bereiken, is Netanyahu bereid direct vredesonderhandelingen te beginnen waarin de Palestijnen Israël wel moeten erkennen als Joodse staat.

Obama liet hier weinig sympathie over blijken. Hij herinnerde Netanyahu aan eerdere afspraken die Israël heeft ondertekend en zei dat die nog steeds gelden. Hij herhaalde in het bijzijn van Netanyahu het Amerikaanse standpunt dat er pas vrede met de Palestijnen kan zijn als zij een eigen staat hebben. Dat betekent ook dat de uitbreiding van Joodse nederzettingen op de bezette Westelijke Jordaanoever, die illegaal zijn volgens het internationaal recht en het Palestijnse land volledig hebben versnipperd, moet stoppen.

Netanyahu had niet alleen een positie te verdedigen, hij hoopte ook dat Obama hem meer ruimte zou geven in het Israëlische conflict met Iran. Israël ziet het nucleaire programma van Iran als een bedreiging. Maar een aanval zou de toch al gespannen regio ernstig verder destabiliseren. Een aanval kan politiek én logistiek eigenlijk niet zonder de steun van de VS. En daar heeft Obama geen zin in. Hij heeft Iran nodig als stabiel buurland van Irak en Afghanistan, waar Amerikaanse troepen zitten.

Obama maakte een opmerking die door Israëlische media als een concessie aan Israël werd ontvangen. Hij zei dat eindeloos praten met Iran zonder resultaat zinloos is, en noemde „het einde van het jaar” als evaluatiemoment. Maar het is de vraag of die opmerking zo gezien moet worden. Net zo goed is zij te interpreteren als een waarschuwing aan Netanyahu: haal je dit jaar verder niets in je hoofd.